keer terug bord
keer terug bord

Druk op infrastructuur is alleen duurzaam op te vangen als de vraag verandert

Het is druk op de wegen, in de trein, op het elektriciteitsnet – en het drinkwater wordt ook schaarser. Tegelijkertijd zijn er onvoldoende arbeidskrachten om al deze infrastructurele problemen op te lossen. Zeker niet als we blijven proberen om de toenemende druk op alle infrastructuur op te vangen. Het is tijd om de voortdurend groeiende vraag ter discussie te stellen, stelt Vincent de Gooyert, onderzoeker duurzaamheidstransities (Radboud Universiteit). Niet het aanbod moet slimmer worden, maar de vraag.

De Gooyert leidt een onderzoeksproject, SPINES, waarvoor hij, zijn collega’s en een indrukwekkende lijst maatschappelijke partners begin juni een subsidie van 1,2 miljoen euro ontvingen van wetenschapsfinancier NWO en Next Generation Infrastructures. Een toekenning in het programma ‘Responsible transformations’: dat financiert consortia van wetenschappers en maatschappelijke partners die werken aan nieuwe, verantwoorde oplossingen voor de uitdagingen waar de Nederlandse infrastructuur voor staat. 

Niet alles kan

Verantwoord en duurzaam, die termen zijn voor De Gooyert essentieel. ‘Er moet van alles gebeuren op gebied van duurzaamheid, stikstof, arbeidsschaarste, digitalisering. Vaak is het uitgangspunt: hoe kunnen we aan de vraag blijven voldoen? Zijn er innovaties mogelijk waardoor het aanbod nog wat opgerekt kan worden? Wij bekijken het anders, namelijk: kunnen we niet beter die alsmaar groeiende vraag ter discussie stellen? Is het niet tijd om te zeggen dat niet alles kan? Dat is de kern van ons voorstel.’

Dat is behoorlijk controversieel, weet De Gooyert. Hij haalt voorstellen aan uit het verleden, zoals rekeningrijden of een spitsheffing, waarbij rijden op de drukste routes en tijden duurder wordt. Of een vrij recent voorstel om het prijsverschil van treinkaartjes in piek- en daluren verder te vergroten. Het kwam er niet van: ‘Nederland staat op z’n kop als zoiets wordt voorgesteld. Er is ook geen politicus die zich daarvoor uitspreekt. En dat zou, denk ik, wel moeten.’

Wie heeft welke rol? 

De Gooyert heeft een achtergrond in systeemdynamica, een vakgebied dat zich bezighoudt met de complexiteit van systemen. Onderdeel daarvan is de vraag: wie heeft welke rol? Wie moet je meekrijgen om een verandering te bewerkstelligen? 

Opvallend in de wereld van de infrastructuur, die hij al jaren bestudeert, vindt De Gooyert de rolopvatting van infrabeheerders zelf. ‘Zij zeggen al snel dat de politiek moet beslissen of er grenzen zijn. “Wij zijn maar de ingenieurs. Als de politiek vraagt: we willen auto rijden en zo min mogelijk files, dan proberen wij dat te realiseren. We gaan het oplossen”, die mentaliteit is nu leidend. En wij willen onderzoeken of dat niet anders kan.’ 

Soms zegt een infrabeheerder wél dat de koek op aan het raken is, overigens. Heel verantwoord, maar er zitten wel haken en ogen aan, aldus De Gooyert. ‘Het is best gek dat Vitens, een drinkwaterbedrijf dat geld krijgt voor elke kubieke meter water die het verkoopt, bij langdurige droogte advertenties in de krant zet waarin ze mensen vragen om níet hun zwembad te vullen en níet hun tuin te besproeien. Als de consument daar naar luistert, krijgt Vitens minder geld binnen. Geld dat ze kunnen investeren in duurzamere oplossingen, zodat we in de toekomst de balans tussen vraag en aanbod beter kunnen bewaren.’

Het onderzoeksproject SPINES moet voor de deelnemende onderzoekers én infrapartners dan ook een platform worden om te experimenteren en ervaringen te delen. Wat als je ook door te besparen kunt bijdragen aan een investeringsfonds. Wat als je vervuiling en maatschappelijke kosten doorberekent. Zijn er nog andere prikkels dan prijsprikkels te bedenken. En ook: hoe houden we alle infrastructuur toegankelijk voor iedereen? 

Nieuwe normen

En dan is er nog de consument, en hoe die denkt over infrastructuur. De Gooyert bestudeert al langer zogenaamde kantelpunten: ‘Voordat er een nieuwe norm ontstaat, heb je ergens een kantelpunt. Als tussen de 10 en de 40 procent van de mensen om wie het gaat anders gaat denken, dan krijg je een inktvlekwerking en ontstaat er een nieuwe norm. De vraag is dus: hoe krijg je zo’n 25 procent van de consumenten zo ver dat ze op een andere manier gebruik willen gaan maken van de infrastructuur? Dat ze hun vraag willen aanpassen?’ 

Daar ligt ook een rol voor de overheid, die enerzijds infrabeheerders ruimte kan geven om te experimenteren, maar anderzijds ook in de gaten moet houden dat toegang tot OV, de snelweg, of elektriciteit betaalbaar blijft voor iedereen – dus niet alleen voor de 25 procent mensen die het kantelpunt in beweging kunnen zetten. 

Voor De Gooyert staat vast dat we wel anders zullen móeten gaan denken. ‘Als we vasthouden aan het idee: alles moet gewoon altijd werken – dan sluiten we onze ogen voor de werkelijkheid. Zo los je problemen niet op.’ 
Geen vrolijke boodschap, en toch: ‘Als we het niet alleen over optimaliseren en efficiëntie hebben, en duurzaamheid en eerlijkheid centraler stellen, dan weet ik niet of dat alleen maar slecht nieuws is.’

Onderzoekers van de Radboud Universiteit werken in het project SPINES samen met de volgende maatschappelijke partners: Biggelaar Groep, Havenbedrijf Rotterdam, Vitens, ProRail, Rijkswaterstaat, Alliander, Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, Vialis, ConnectR. 

Contactinformatie

Meer weten? Neem contact op met Vincent de Gooyert via vincent.degooyert [at] ru.nl (vincent[dot]degooyert[at]ru[dot]nl) of Persvoorlichting & Wetenschapscommunicatie via 024 361 6000 of media [at] ru.nl (media[at]ru[dot]nl)

Thema
Duurzaamheid, Economie, Innovatie