En dat is precies wat Burgers met het bordspel teweeg wil brengen. Samen met zijn collega-onderzoekers van de Radboud Universiteit en de Universiteit van Amsterdam ontwikkelde hij een zogenoemd serious policy game. Een spel waarin alle onderwijspartijen spelenderwijs elkaars perspectief leren begrijpen en bespreekbaar maken.
Waarom een bordspel?
Volgens Burgers kijken de verschillende partijen op hun eigen manier naar kansengelijkheid. Een bestuurder denkt aan beleid, een leraar denkt aan werkdruk en een ouder denkt aan de ontwikkeling van diens kind. ‘Die verschillende belangen maken samenwerken soms lastig’, zegt Burgers. Dankzij het spelelement kunnen de deelnemers zich losmaken van hun gebruikelijke rollen. Even staan er geen échte belangen op het spel; er ontstaat vrijheid om te discussiëren met elkaar. Hoe werkt dat precies in het spel?
De stad als speelbord
Het spel is op maat gemaakt voor gemeenten; deelnemers spelen het spel met een grote kaart van hun stad; een weerspiegeling van de scholen, de wijken en de kenmerken van de inwoners. Er is ook een spelvariant waarin er wordt gespeeld in een fictieve gemeente: de gemeente ‘Kansrijk’. ‘Als je het bord voor je ziet liggen, worden problemen ineens inzichtelijk’, verduidelijkt Burgers. Als het spel begint, stemmen spelers eerst op de belangrijkste uitdagingen, zoals schoolsegregatie of armoede in een wijk. Er worden vlaggetjes geplaatst op de plekken waar die uitdagingen spelen, en er verdwijnen muntjes in stemkokers. Daarna kiezen de spelers, vanuit hun rol, passende interventies voor die uitdagingen en voorspellen ze welke keuzes de andere groepen zullen maken. Wie de ander goed inschat, krijgt punten. Je wordt dus beloond door je te verplaatsen in het perspectief van de ander.