Al is het goed om na te denken over wat je zegt of gezegd hebt, als alledaagse dingen buitensporige zorgen opleveren kan er sprake zijn van een angststoornis. Gedragswetenschapper Julie Krans werkt aan nieuwe behandelingen hiervoor, vooral als de gebruikelijke methoden niet meer werken. Wat doe je dan als behandelaar? Hier schreef ze haar laatste wetenschappelijke publicatie over, mede gefinancierd door de Vereniging voor Schematherapie.
Exposure therapie
Een effectieve behandeling bij angst- en dwangstoornissen is de exposure therapie: in een gecontroleerde omgeving gaat een psycholoog samen met de patiënt de situaties oefenen waar diegene bang voor is. Denk aan het vastpakken van een deurklink bij smetvrees. Dat werkt goed omdat de patiënt merkt dat de verwachte ramp niet gebeurt. Daardoor kan de patiënt weer dingen doen die vermeden werden en het dagelijks leven weer oppakken.
Wanneer exposure therapie niet werkt
‘Maar soms werkt exposure therapie niet', zegt Krans. Sommige mensen hebben diepgewortelde negatieve denkpatronen die het moeilijk maken om nieuwe dingen te leren. Bijvoorbeeld omdat ze als kind steeds werden verteld dat de wereld een gevaarlijke plek was. ‘We zien dat die patiënten op latere leeftijd in angstige situaties hun gevoel uitzetten, of juist overspoeld raken door emoties. Daardoor gaan ze op slot en kunnen ze niet meer van de exposure therapie leren’, legt Krans uit. Het is eigenlijk alsof je je handen even voor je ogen houdt totdat het enge stukje van de film afgelopen is. Dat werkt voor dat moment goed, maar op de lange termijn leer je er niet van.
Schematherapeutische exposure
Uit Krans’ onderzoek blijkt dat voor deze patiëntengroep een combinatie van exposure met schematherapie, een behandeling voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis zoals borderline of overmatige afhankelijkheid, goed kan werken. Niet direct omdat deze patiënten een persoonlijkheidsstoornis hebben, maar omdat ze vaak te maken hebben met dezelfde hardnekkige negatieve denkpatronen. ‘In onze nieuwe behandeling, schematherapeutische exposure, beginnen we ook met de exposure therapie, maar dan om te zien welke patronen naar boven komen die het herstel en leervermogen in de weg zitten’. Dat kan bijvoorbeeld zelfkritiek, onthechting of overmatige machteloosheid zijn. ‘We leren patiënten deze momenten te herkennen en ermee om te gaan, door bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen toe te passen als je overspoeld bent of om naar een foto van jezelf als kind te kijken als je onthecht bent. We doen dus exposure therapie vanuit schematherapie en houden rekening met de leergeschiedenis van de patiënt’. Zo leren patiënten de exposure oefeningen op een gezonde manier te doen, waardoor ze er zo goed mogelijk van profiteren en hun angst- en dwangklachten uiteindelijk afnemen.
Een belangrijke stap vooruit
Op dit moment wordt bij Pro Persona Overwaal, waar Krans ook senior onderzoeker is, deze behandeling toegepast. ‘Patiënten geven aan dat ze eindelijk begrijpen waarom de exposure therapie niet werkte en krijgen nieuwe tools om toch van de exposure te kunnen profiteren’, zegt Krans, ‘Het levert ook begrip, zelfcompassie en acceptatie op’, concludeert ze. En dat is een belangrijke stap vooruit.