ERC Starting Grants worden jaarlijks toegekend aan getalenteerde jonge wetenschappers met meer dan twee maar minder dan zeven jaar ervaring sinds het behalen van hun doctoraat. De ontvangers aan de Radboud Universiteit zullen onderzoek doen naar taal, geldcirculatie en middeleeuwse liederen.
HANDWAVE
How Adaptive Neural Dynamics Weight and Integrate Auditory and Visual Information during Multimodal Language Processing, door Linda Drijvers (Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour)
Dit project zal een nieuw kader ontwikkelen voor het begrijpen van de neurobiologie van multimodale taal, door de oscillatiemechanismen op meerdere tijdschalen bloot te leggen die de flexibele integratie en weging van auditieve signalen, zoals spraak, en visuele signalen, zoals visuele spraak en handgebaren, mogelijk maken.
Inzicht in hoe de hersenen deze signalen integreren en wegen, is cruciaal voor het begrijpen van hoe natuurlijke taal in de hersenen wordt verwerkt. Deze kennis is van vitaal belang voor het diagnosticeren en behandelen van taalgerelateerde stoornissen en voor het ontwikkelen van effectieve diagnostische hulpmiddelen en revalidatiestrategieën.
Twee belangrijke lacunes blijven echter onopgelost. Ten eerste hebben historische modellen over de neurobiologie van taal zich voornamelijk gericht op unimodale spraaksignalen, waarbij de inherent multimodale aard van taal over het hoofd werd gezien. Ten tweede is het onbekend hoe de complexe temporele relaties tussen auditieve en visuele signalen ervoor zorgen dat ze kunnen worden geïntegreerd tot één samenhangende waarneming.
HANDWAVE pakt deze lacunes aan door de centrale hypothese te testen dat de flexibele coördinatie van oscillaties op meerdere tijdschalen in de hersenen de integratie en weging van auditieve en visuele signalen mogelijk maakt door middel van (interacties tussen) fasemodulaties, vermogensmodulaties en functionele connectiviteit. Werkpakket (WP) 1 zal de oscillerende mechanismen blootleggen die ten grondslag liggen aan de integratie van spraak- en visuele signalen, en of en hoe dit leidt tot emergente multimodale representaties in de hersenen. WP2 onderzoekt de oscillerende mechanismen die ten grondslag liggen aan de flexibele weging van auditieve en visuele signalen. WP3 levert causaal bewijs voor de rol van oscillerende mechanismen bij het ondersteunen van integratie en weging.
Door de oscillatiemechanismen op meerdere tijdschalen die ten grondslag liggen aan deze processen bloot te leggen, heeft HANDWAVE het potentieel om theoretische modellen van de neurobiologie van taal te herdefiniëren. De bevindingen zullen inspiratie bieden voor klinische interventies en communicatietechnologieën die de multimodale aard van taal beter weergeven.
CONSENT
Consent in Songs in European Narrative Tradition, door Cécile de Morrée (Radboud Institute for Culture & History)
Het project van De Morrée onderzoekt het thema seksuele toestemming in Europese verhalende tradities zoals weergegeven in laatmiddeleeuwse liedteksten (ca. 1300-1550). Het onderzoekt de nieuwe en empowerende verhalen die werden verteld om gesprekken over toestemming op gang te brengen. Aangezien liederen deel uitmaakten van de orale cultuur, circuleerden onder verschillende sociale klassen en een stem gaven aan hedendaagse opvattingen over maatschappelijke aangelegenheden, bieden ze een onmisbare toegangspoort tot het middeleeuwse begrip van dit tijdloze onderwerp.
Het project zal methodologische innovatie tot stand brengen door seksuele toestemming (niet: dwang of gedwongen seks) als belangrijkste lens voor analyse te nemen. Door een op toestemming gebaseerde benadering van historische literatuur te introduceren, zal CONSENT toestemming als een rijk middeleeuws literair thema laten zien en onderzoeken hoe liedteksten middeleeuwse mensen hielpen om positieve scenario's voor gedrag in seksuele relaties te verkennen. Deze doelstellingen zijn cruciaal om eerdere wetenschappelijke studies, die zich vooral richtten op middeleeuwse verhalen over verkrachting, in evenwicht te brengen.
CONSENT stelt echter dat de huidige maatschappelijke debatten een ander, positiever perspectief vragen, waarbij een op toestemming gericht deel van de laatmiddeleeuwse cultuur wordt ontrafeld. Ten eerste zal CONSENT nagaan waar liedteksten met toestemming als thema circuleerden. Hoewel liederen met verkrachting als thema in heel Zuid-Europa, Frankrijk en Engeland in bloei leken te zijn, zal CONSENT de aandacht verleggen naar Germaanse tradities, in de veronderstelling dat deze een sterkere stem geven aan toestemming.
Ten tweede zal CONSENT analyseren hoe deze liedteksten ideeën over seksuele toestemming en wederkerigheid weergeven, door een nieuwe methode van close reading toe te passen die de raakvlakken tussen gender, sociale status en narratieve ruimte bestudeert. Het project veronderstelt dat middeleeuwse songteksten herkenbare narratieve patronen gebruikten om seksuele toestemming uit te drukken en verkrachtingsverhalen te weerleggen en te destabiliseren.
Ten derde onderzoekt CONSENT waarom deze liederen werden verzameld en gezongen, in de veronderstelling dat toestemmingsverhalen in liederen de zeggenschap van vrouwen op seksueel gebied bevorderden door wederkerigheid en gelijkheid te stimuleren.
MONEYINFRA
Money as Infrastructure: the struggle over the means of money circulation in a cash(less) world, door Harry Pettit (Institute for Management Research)
In dit project willen Pettit en zijn collega's begrijpen hoe veranderende infrastructuren voor geldcirculatie van invloed zijn op sociale relaties en ongelijkheden. Ze onderzoeken welke vormen van extractie en exploitatie, naast verzet en overleving, worden gecreëerd door verschillende infrastructuren voor geldcirculatie op het gebied van arbeid, consumptie en schulden. MONEYINFRA richt zich op drie contexten. De eerste is Beiroet, Libanon, waar na een financiële crisis een contante economie is heropgedoken. De tweede is Amsterdam, Nederland, waar een drastische verschuiving heeft plaatsgevonden weg van contant geld. Ten slotte is er Accra in Ghana, dat zich in de beginfase bevindt van de opbouw van een ‘digitaal betalingsecosysteem’.
Het afgelopen decennium heeft een dramatische, zij het ongelijke groei van ‘cashloze economieën’ gekend. Bestaand onderzoek heeft nog niet onderzocht hoe deze verandering de relaties tussen verschillende actoren in de economie heeft getransformeerd. Dit project doet dit wel en verricht baanbrekend werk door een nieuwe conceptuele en methodologische benadering te ontwikkelen die de strijd om de middelen van geldcirculatie volgt terwijl deze zich verplaatst tussen actoren binnen arbeids-, consumptie- en schuldrelaties, en tussen fysieke en digitale domeinen.
MONEYINFRA bouwt voort op geografisch en antropologisch onderzoek naar het sociale leven van geld en kritieke infrastructuurstudies om geld te beschouwen als een essentiële infrastructuur die de middelen verschaft om een leefbaar bestaan op te bouwen. Het legt de nadruk op de strijd om deze infrastructuur tussen bezorgbedrijven en werknemers, nutsbedrijven en klanten, en geldschieters en geldleners. Het project analyseert de praktijken waarmee actoren geld verkrijgen, opslaan en verplaatsen via fysieke en digitale infrastructuren. Het onderzoekt hoe deze infrastructuren voor sommigen mogelijkheden bieden voor accumulatie, controle en waarde-extractie, en voor anderen voor verzet en overleving. Daarbij legt MONEYINFRA de nieuwe sociale relaties bloot die door deze infrastructuren worden gecreëerd, en doorbreekt het gangbare opvattingen over welke vormen van geldcirculatie als legitiem worden beschouwd.