Wie vandaag de dag om zich heen kijkt, ziet naast het ‘traditionele’ gezin met een vader en moeder tal van andere gezinsvormen. ‘Er zijn gezinnen met adoptiekinderen, met ouders van hetzelfde geslacht en samengestelde gezinnen’, legt Van Roermund uit. ‘De wetgever heeft al ruimte gecreëerd voor andere ouderschapsvarianten, zoals de mogelijkheid voor paren van hetzelfde geslacht om juridisch ouder van een kind te worden.’
Geboren worden uit een andere baarmoeder: wie zijn je juridische ouders?
Het stond eeuwenlang biologisch vast: een vrouw en een man konden alleen samen kinderen krijgen. Een klassiek beeld, dat inmiddels achterhaald is. Volgens Lisa van Roermund, promovendus Familierecht aan de Radboud Universiteit, schreeuwen maatschappelijke en technologische ontwikkelingen nu om een vernieuwde ouderschapsdefinitie. ‘De wetgever moet anticiperen om toekomstige problemen te voorkomen.’
Van Roermund wijst erop dat er juridisch ook al langer ouderschapsvormen bestaan zonder biologische band. ‘Zo zijn adoptieouders genetisch niet aan hun kind verwant en is voor erkenning evenmin biologische verwantschap vereist.’ Een belangrijke ontwikkeling was volgens haar de invoering van de Wet Lesbisch Ouderschap in 2014. ‘De vrouwelijke partner van de zwangere moeder - ook wel duomoeder geheten - kan sindsdien onder voorwaarden, bijvoorbeeld als het kind wordt geboren tijdens het huwelijk, automatisch juridisch moeder worden.’
Deze voorbeelden laten zien dat het recht zich deels aanpast aan maatschappelijke veranderingen. Toch stelt Van Roermund dat de kern van de wetgeving nog sterk leunt op het traditionele gezin. ‘In het recht is nog altijd het uitgangspunt dat een vader en moeder samen biologisch ouders zijn, terwijl er steeds meer vormen van biologisch ouderschap ontstaan die juridisch (nog) niet of onvoldoende worden erkend.’
Nieuwe technologieën, oude regels
Van Roermund noemt als voorbeeld hoogtechnologisch draagmoederschap, waarbij de eicel van een wensmoeder wordt bevrucht via bijvoorbeeld IVF-technologie. Het embryo wordt daarna bij een draagmoeder ingebracht. De draagmoeder baart het kind, maar heeft er geen genetische verwantschap mee. ‘Juridisch gezien levert dit problemen op, want de vrouw die het kind baart, dus de draagmoeder, is automatisch juridisch moeder. Voor wensouders betekent dit dat zij het kind vervolgens moeten adopteren, wat leidt tot rechtsonzekerheid, hoge kosten en praktische problemen.’
Toch bestaat de regel dat de vrouw die het kind baart automatisch juridisch de moeder is, niet zonder reden. ‘Dat is een zekerheidsprincipe’, verklaart Van Roermund. ‘Het garandeert dat een kind direct ten minste één juridische ouder heeft. Dat is belangrijk, omdat juridisch ouderschap rechten en verplichtingen tussen ouders en kinderen tot stand brengt, zoals verzorging en opvoeding van het kind.’
Kunstmatige baarmoeder
Daarnaast worden er nieuwe voortplantingstechnologieën ontwikkeld die het bestaande ouderschapssysteem onder druk zetten. Wat als een kind bijvoorbeeld in de toekomst uit een kunstmatige baarmoeder wordt geboren? ‘Dan is er geen sprake meer van een persoon die het kind baart’, legt Van Roermund uit. ‘En een kind heeft dan ook niet automatisch een juridische ouder.’
Zelfs als zulke toekomstige technieken in Nederland verboden worden, verdwijnen de juridische vragen daarover niet. Van Roermund: ‘Wensouders zouden kunnen uitwijken naar andere landen waar deze technieken wel zijn toegestaan. Wat als zij terugkeren uit het buitenland met een kind dat geboren is uit een kunstmatige baarmoeder? Het Nederlandse recht moet daar dan antwoorden op geven. Een andere nieuwe technologie die zich aandient is in-vitrogametogenese (IVG), waarbij geslachtscellen worden gemaakt uit stamcellen, zoals huidcellen van een man of vrouw. Hoe kijken we dan naar begrippen zoals ‘vader’ en ‘moeder’? En passen die begrippen nog bij zulke situaties?’
Wetgeving kan het gebruik van voortplantingstechnologieën afremmen. ‘Dat gebeurt nu al via de Embryowet’, aldus Van Roermund. ‘Die bepaalt wat wel en niet met embryo’s is toegestaan. Desondanks blijven technologieën zich snel verder ontwikkelen. Daarom is het belangrijk tijdig stil te staan bij de juridische gevolgen en bij een vernieuwde definitie van ouderschap. Want de wetgever moet namelijk anticiperen om toekomstige problemen te voorkomen.’
Een toekomstbestendig afstammingsrecht
In haar promotieonderzoek kijkt Van Roermund breed naar wat ouderschap betekent om zo tot een nieuwe juridische ouderschapsdefinitie te komen. ‘Ik onderzoek welke rol biologie bij ouderschap speelt en hoe belangrijk mensen dat vinden. Uit mijn interviewstudie met verschillende ouders, zoals adoptie- en biologische ouders, blijkt dat daar uiteenlopend over wordt gedacht. Zorg en verantwoordelijkheid is een aspect dat vaak werd genoemd: een ouder is degene die (duurzaam) voor een kind zorgt. Daarnaast werd de intentie om ouder te worden en voor het kind te zorgen belangrijk gevonden.’
Het doel van haar onderzoek is helder. ‘Ik wil komen tot aanbevelingen voor een toekomstbestendig afstammingsrecht: een systeem dat niet bij elke nieuwe technologie opnieuw hoeft te worden aangepast.’ Bovenal wil Van Roermund het gesprek over de verschillende ouderschapsontwikkelingen op gang brengen. ‘Zo kijk ik in mijn onderzoek ook naar andere disciplines, zoals de bio-ethiek . Er zijn nog geen pasklare antwoorden, maar het is belangrijk om daarover na te denken. Want het gaat over het ouderschap van de toekomst.’
Foto Minnie Zhou via Unsplash
Contactinformatie
- Organisatieonderdeel
- Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Notarieel Recht
- Thema
- Recht