Poetin en Trump
Poetin en Trump

Het Kremlin gebruikt diplomatie vaak als tactisch oorlogsinstrument

Een historische benadering biedt nieuwe inzichten in de Oekraïne-oorlog. Train beleidsmakers en diplomaten daar dan ook in, betogen Floris van Berckel Smit en Harm Kaal.

Afgelopen vrijdag ontmoetten president Poetin en president Trump elkaar in Alaska om te spreken over een mogelijke wapenstilstand in Oekraïne. Het is nog onduidelijk in hoeverre deze ontmoeting zal bijdragen aan het vredesproces. Maar of de diplomatie slaagt of niet, Rusland blijft voorlopig een bedreiging voor de Europese veiligheid. Zelfs als er een vredesakkoord komt, zal de Russische perceptie van Oekraïne als ‘vijandige nazistaat’ en het Westen als bedreiging voor Rusland niet snel verdwijnen. Deze boodschap wordt immers breed uitgedragen, onder meer via Russische media en het onderwijs.

Dat vereist een langetermijnstrategie. Bij het ontwikkelen daarvan is het cruciaal dat beleidsmakers en diplomaten – naast andere benaderingen – historische kennis en vaardigheden benutten.

Historische precedenten

Neem het analyseren van historische precedenten. Dat kan waardevolle inzichten opleveren. In de context van onderhandelingen over een wapenstilstand is het relevant om Russische diplomatie in het recente verleden te bestuderen. Zo gebruikte Rusland in de Tsjetsjeense oorlogen (1994-1996, 1999-2000) het ‘interbellum’ om het leger te reorganiseren en vervolgens een nieuw offensief te beginnen.

Ook in Syrië, waar het Russische leger sinds 2015 het Assad-regime hielp, werd gebruikgemaakt van strategische wapenstilstanden om te hergroeperen en daarna een aanval te beginnen. Zo kondigde het Kremlin in maart 2016 een terugtrekking van haar troepen uit Syrië aan. In werkelijkheid was dit een rotatie van troepen ter voorbereiding op een grootschalig offensief.

Deze historische inzichten wijzen erop dat het Kremlin diplomatie niet per se inzet als route naar vrede, maar als een tactisch oorlogsinstrument.

Eerdere akkoorden

Daarnaast heeft Rusland in het verleden al verschillende akkoorden gesloten met Oekraïne, bijvoorbeeld de Minsk-akkoorden (2014-2015) en het Boedapestmemorandum van 1994. In het Boedapestmemorandum committeerden Rusland, de VS en het VK zich aan het respecteren van de ‘onafhankelijkheid, soevereiniteit en bestaande grenzen’ van Oekraïne en beloofden zij het land niet aan te vallen. In ruil daarvoor deed Oekraïne afstand van zijn kernwapens. Die beloften bleken later niet veel waard. Dit verklaart waarom president Zelensky vasthoudt aan harde veiligheidsgaranties en is van belang om in ogenschouw te nemen bij de huidige onderhandelingen.

Een van de doelen van Ruslands buitenlandsbeleid is het ondermijnen van de Europese veiligheidsorde. Hoewel de VS zich nog steeds achter de Navo schaart, zijn er steeds meer indicaties dat Europa niet langer blindelings kan rekenen op de Amerikaanse veiligheidsparaplu. De Amerikaanse minister van Defensie, Hegseth, stelde dat Europa niet langer het primaire veiligheidsbelang van de VS is. Ook uitlatingen van Trump, zoals zijn plan om Groenland (onderdeel van Navo-partner Denemarken) te annexeren, desnoods militair, ondermijnt de geloofwaardigheid van de Amerikaanse bescherming.

Nieuwe veiligheidsarchitectuur

Europa moet, kortom, versneld werken aan meer autonomie op veiligheidsgebied. Dat vergt mogelijk een nieuwe veiligheidsarchitectuur. Dit zal buiten de EU-structuren om moeten. Immers, de EU is intern verdeeld met spoilers zoals Hongarije en Slowakije. Een belangrijke (historische!) vraag om nu te stellen is: wat is de achtergrond van de Europese veiligheidsarchitectuur? Precedenten als de Europese Defensiegemeenschap (1952) en de West-Europese Unie (1954-2011) kunnen waardevolle inzichten en inspiratie bieden voor een nieuw model. Niet als blauwdrukken voor de toekomst, maar als leerervaringen: wat werkte wel en wat niet?

Het analyseren van precedenten biedt geen glazen bol, maar wel inzichten. Geschiedenis helpt om (onvoorziene) factoren te identificeren waar rekening mee moet worden gehouden. Daardoor kunnen beleidsmakers beter anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en proberen negatieve scenario’s te voorkomen.

Europa moet versneld werken aan autonomie op veiligheidsgebied

Ons onderzoek naar de rol van geschiedenis in beleid laat zien dat diplomaten en beleidsmakers het analyseren van precedenten en andere historische vaardigheden al toepassen, soms bewust, soms onbewust. Wat echter ontbreekt is structurele integratie in de opleiding en onboarding van nieuwe diplomaten en beleidsmakers. Gezien de toenemende geopolitieke spanningen is dit allesbehalve een overbodige luxe.

Dit opiniestuk van Floris van Berckel Smit en Harm Kaal verscheen eerder op de website van Trouw. Foto: Jørgen Håland via Unsplash

 

Contactinformatie

Thema
Geschiedenis, Internationaal, Politiek