Persoon met een plant in de handen
Persoon met een plant in de handen

Hoe duurzaamheidsmanagers bedrijven behoeden voor flaters

Duurzaamheidsmanager is een van de snelstgroeiende beroepen in Nederland. Wat leveren deze managers organisaties op, waarom kunnen sommige bedrijven er beter geen aannemen en welke rol speelt de Radboud Universiteit in deze ontwikkeling? ‘Er is grote behoefte aan mensen die ons door wilde stormen kunnen navigeren.’

Als de wind verkeerd staat, ruik je het in heel het Gelderse dorp Renkum. Dat was een van de conclusies uit een recente special van de Gelderlander over de uitstoot van papierfabriek Parenco. Niet voor niets kreeg de fabriek opdracht van de provincie Gelderland om te krimpen. Toch diende het bedrijf, dat net zoveel grondwater slurpt als een middelgrote Nederlandse stad en tot de grootste stikstofuitstoters van Gelderland behoort, juist een plan tot uitbreiding in.

‘Het kan maar zo dat de uitbreiding van Parenco samengaat met verduurzaming van de onderneming en minder geuroverlast in Renkum’, begint Sjors Witjes, universitair hoofddocent duurzaamheid en circulariteit in organisaties. ‘Maar met het presenteren van hun plannen geven ze er weinig blijk van voelsprieten in de samenleving te hebben.’ Wat had Parenco geholpen? ‘Een goede duurzaamheidsmanager die deze voelsprieten wél heeft en de directie had kunnen adviseren.’

Een duurzaamheidsmanager kun je zien als de persoon die bovenin een schip in het kraaiennest zit, over de golven uitkijkt en de stuurlui instrueert over hoe het schip door de golven heen kan manoeuvreren. Niet voor niets spreken Witjes en zijn collega’s over sustainability navigators in plaats van duurzaamheidsmanagers. ‘Deze persoon houdt zicht op alle uitdagingen die komen kijken bij het verduurzamen van een organisatie en verwerkt al die informatie op zo’n manier dat de directie er iets mee kan in het besluitvormingsproces.’

Géén superheld

Die duurzaamheidsuitdagingen kunnen heel zichtbaar (of in het geval van Parenco ruikbaar) zijn. Maar er zijn ook problemen die organisaties niet direct in het oog hebben. Witjes geeft nog een voorbeeld: ‘Neem Decathlon. Uit onderzoek bleek dat het bedrijf zich indirect schuldig maakt aan de uitbuiting van Oeigoeren, de moslimminderheid in China. Als bedrijf wil je natuurlijk niet bijdragen aan uitbuiting, dus moet je er iets aan doen. En als je daar iets mee moet, ga je je afvragen waar je nog meer iets mee moet.’ Een duurzaamheidsnavigator is dé persoon die dat overzicht houdt. Het verbaast Witjes dan ook niet dat steeds meer organisaties hier mensen voor aannemen. 

Natuurlijk is een duurzaamheidsnavigator geen superheld die alle problemen even oplost. De effectiviteit van zo’n navigator hangt nauw samen met diens positie binnen de organisatie, legt Witjes uit. Hij blikt terug op de tweede helft van de vorige eeuw toen organisaties eerst kwaliteitscontroleurs in dienst namen, vervolgens arbomanagers en weer later milieu-experts. ‘Steeds meer organisaties kregen de zogenaamde KAM-afdeling (Kwaliteit, Arbeidsomstandigheden en Milieu). Maar wat organisaties verkeerd deden, en wat nog steeds niet altijd goed gaat bij het aanstellen van duurzaamheidsmanagers, is dat deze afdelingen onvoldoende werden ingebed in de organisaties, waardoor ze nauwelijks effectief waren.’ Dit komt eerder voort uit onwetendheid dan kwade wil, denkt Witjes. ‘Al zijn er zeker organisaties die aan windowdressing doen en enkel een duurzaamheidsmanager aannemen om te kunnen zeggen dat ze duurzaamheid serieus nemen.’

Eigen functie overbodig maken

Kwade wil of niet, zonder goede inbedding heeft een duurzaamheidsmanager weinig zin. ‘Doel van een sustainability navigator moet juist zijn dat de hele organisatie doordrongen raakt van het belang van duurzaamheid en daarnaar gaat handelen. Een goede duurzaamheidsmanager, zoals tot voor kort Marije Klomp aan de Radboud Universiteit, is iemand die de eigen functie overbodig wil maken.’ 

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want om duurzaamheid écht te laten landen binnen een organisatie, moet je over een keur aan vaardigheden beschikken, benadrukt Witjes. ‘Zo moet je, vergelijkbaar met een wetenschapper, kennis en methodes  kunnen selecteren en ontwikkelen, data verzamelen en analyseren. De inzichten die je opdoet dien je vervolgens óók te kunnen overbrengen op mensen buiten jouw afdeling. Daarbovenop kun je verschillende partijen bijeenbrengen én weet je hoe je duurzaamheidsthema’s op de agenda moet krijgen.’

ABC-tje

Het zijn dit soort vaardigheden die Witjes zijn studenten bijbrengt. ‘We willen studenten opleiden tot transdisciplinaire denkers: mensen die over kennis uit meerdere vakgebieden beschikken en wetenschappelijke kennis kunnen combineren met praktijkervaring.’ Niet voor niets zette hij enkele jaren geleden de master Science for Sustainability op. De eerste interfacultaire master aan de Radboud Universiteit, maar als het aan Witjes ligt zeker niet de laatste. 

‘Met de ingewikkelde problemen die vandaag de dag op ons af komen, zijn transdisciplinaire academici heel hard nodig. Dat beseft de universiteit ook steeds meer, getuige de aandacht voor samenwerking tussen disciplines en nadruk op verbinding met maatschappelijke partners in de regio.’ Voor Witjes is het een ABC-tje. ‘Dat we moeten verduurzamen is inmiddels wel duidelijk. En wil de universiteit werkelijk bijdragen aan die betere samenleving, dan kan dat via transdisciplinair onderzoek en onderwijs.’

Foto: Jennifer Delmarre via Unsplash

Contactinformatie

Gaat over persoon
dr. ir. S. Witjes (Sjors)
Thema
Duurzaamheid, Management