Gelders landschap
Gelders landschap

Hoe historische kennis over Gelderse landschappen kan helpen bij keuzes van nu

Wie door het Gelders landschap wandelt, ziet vooral het heden. Maar je leert de inrichting van de omgeving pas echt begrijpen als je oog hebt voor keuzes uit het verleden. Dat pleitte Elyze Storms-Smeets, bijzonder hoogleraar Gelderse geschiedenis aan de Radboud Universiteit, tijdens haar oratie op 2 oktober. Daarin brak ze ook een lans voor inclusiviteit om zoveel mogelijk groepen mensen bij landschapsinrichting te betrekken. ‘Participatie wordt nog te vaak als een afvinkhokje gezien in plaats van een kans voor langdurige samenwerking.’

Het lijkt onlogisch: huizen bouwen in laaggelegen gebieden die vroeger mochten overstromen. Toch gebeurt het regelmatig. ‘Dit is een voorbeeld waarin niet is gekeken naar bewuste landschapskeuzes uit het verleden’, legt Storms-Smeets uit. ‘Daardoor zijn er huizen gebouwd op overstromingsgevoelige plekken. De lessen uit de geschiedenis hadden dat kunnen voorkomen.’ 

Belang van samenwerken

Storms-Smeets roept dan ook op om bij landschapsplannen bewust naar het verleden te kijken. ‘Zeker nu, omdat we voor grote opgaves staan’, zegt ze. Ze noemt uitdagingen als woningbouw, de landbouw- en energietransitie, waterveiligheid en infrastructurele uitbreidingen. ‘Dat zijn ontwikkelingen die ons landschap opnieuw beïnvloeden. Het helpt daarbij om te kijken naar de lange lijn die gemeenschappen door de eeuwen heen hebben ingezet. Zo leren we hoe mensen bewust met hun leefomgeving omgingen. Hun keuzes van destijds kunnen ons nu waardevolle inzichten bieden.’

Storms-Smeets benadrukt daarbij om niet alleen ruimtelijk-functioneel naar een landschap te kijken. ‘Zie het ook als een sociaal-maatschappelijk systeem’, zegt ze. ‘Neem het gebied rond de Baakse Beek in de Achterhoek, dat al lang kampt met droogte. Dat komt door een besluit uit de jaren vijftig om water zo snel mogelijk af te voeren. Om nu in dat gebied tot oplossingen te komen, werkt het Waterschap samen met boeren, burgers, landgoedeigenaren, rentmeesters, pachters en vrijwilligers. Zulke samenwerkingen zijn nodig om grote opgaves aan te pakken.’

Park Sonsbeek

Representatie van geschiedenis

Samenwerking is ook essentieel voor het behoud van (groen)erfgoed en erfgoedparticipatie, aldus Storms-Smeets. ‘Want erfgoed is voor iedereen. Dat staat in het Europese Verdrag van Faro, dat Nederland medeondertekend heeft. De vraag is: is iedereen betrokken bij erfgoed? Voelt iedereen zich gehoord? Herkennen mensen zich in de manier waarop geschiedenis en erfgoed worden gepresenteerd? Vaak is het antwoord nee. Als we meer inclusiviteit willen, en dat willen we, dan moeten we breder kijken naar verhalen waarin meer groepen mensen zich herkennen, en dus aan inclusieve geschiedenisbeoefening doen.’

Als voorbeeld noemt ze erfgoedparticipatie in publieke parken. ‘Vaak zijn het daarbij nog steeds de ‘usual suspects’ die invloed hebben: meestal witte, hoogopgeleide, oudere mannen. Daardoor mis je andere groepen, die nu aangeven dat ze zich niet bij die parken betrokken voelen omdat hun verhaal daarin niet wordt verteld. Zo zeiden mensen uit de Caribische gemeenschap in Arnhem tijdens gesprekken met mijn studenten en mij dat zij hun verhaal misten. Ondanks het gevoelige karakter van het koloniale verleden, vinden zij het belangrijk dat hun geschiedenis toch wordt verteld.’

Volgens Storms-Smeets is het in publieke ruimtes mogelijk om meerdere verhalen naast elkaar te vertellen. ‘In hetzelfde park waar aandacht zou kunnen komen voor het verhaal van de Caribische gemeenschap, kan ook de geschiedenis van de systematische uitsluiting van de Joodse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog een plek krijgen. Het gaat om lagen die de meeste mensen niet eens opmerken als ze een park inlopen. Er hoeft niet voor elke groep een monument te komen, maar het is belangrijk om samen na te denken over wat die lagen voor mensen betekenen.’

Als landschapshistoricus en historisch geograaf roept ze op om met zoveel mogelijk mensen in gesprek te gaan en hun verhalen een plek in het landschap te geven. ‘Daar moeten we nog een stap in zetten, want participatie wordt nu nog te vaak als afvinkhokje gezien in plaats van een kans op langdurige samenwerking. Mijn wens als kartrekker van de regionale onderzoeksagenda is om daar verandering in te brengen. De kern is dat landschappen en gemeenschappen met elkaar verweven zijn, verbonden in tijd en ruimte. Een landschap zegt iets over wie er leefde, maar ook over hoe mensen het hebben ingericht. Landschappen en gemeenschappen horen dus bij elkaar, ze zijn niet los van elkaar te zien.’

Contactinformatie

Thema
Geschiedenis