Veel landen hebben een sociaal beleid om het welzijn van mensen te vergroten, maar niet iedereen heeft hier even veel profijt van. Socioloog Mustafa Firat vergeleek de volledige levenslopen van 80.000 Europeanen en wat voor invloed de levensloop had op het pensioen. ‘In veel landen is de hoogte van je pensioen gekoppeld aan het aantal dienstjaren’, legt Firat uit. ‘Je bouwt minder pensioen op als je gedurende je leven lange tijd werkloos bent doordat je bijvoorbeeld ziek bent, geen baan kunt vinden of thuis voor de kinderen zorgt.’
Ongelijkheid in pensioen
Uit het onderzoek van Firat blijkt dat gender en opleidingsniveau een rol spelen bij het pensioen, wat ten nadele is van vrouwen en lager opgeleiden. Maar ook andere kenmerken, zoals iemands gezinssituatie of carrière, hebben invloed. Mensen met een stabiele loopbaan en veel sociale contacten gaan vaker vrijwillig met pensioen en hoeven minder vaak door te werken na hun pensioenleeftijd dan mensen met een minder stabiele levensloop. De verzorgingsstaat moet ongelijkheid verkleinen, maar schiet soms tekort. Zo krijgen vrouwen vaak een lager pensioen dan mannen, omdat zij relatief vaker hun carrière onderbreken of stoppen met werken wanneer zij kinderen krijgen.
De Nederlandse cultuur en het pensioenstelsel
Wat dat betreft is de Nederlandse verzorgingsstaat, en met name het pensioenstelsel, een voorbeeld voor andere landen, stelt Firat. In Nederland krijg je als je met pensioen gaat AOW, wat niet afhankelijk is van het aantal jaren dat je hebt gewerkt, maar afhangt van het aantal jaren dat je in Nederland hebt gewoond. Daarnaast bieden veel werkgevers aanvullend pensioen. Dat verkleint financiële ongelijkheid tussen verschillende groepen. ‘Voor veel Nederlanders draait het leven niet alleen maar om werken’, aldus de socioloog. ‘Er wordt tijd gemaakt voor hobby’s of vrijwilligerswerk, veel meer dan in andere Europese landen. Daardoor hebben veel Nederlanders die met pensioen gaan een actiever sociaal leven en verkeren zij mentaal in relatief goede gezondheid.’
Firat adviseert andere Europese landen om een voorbeeld te nemen aan Nederland om ongelijkheid in pensioen tussen verschillende groepen in de samenleving te verkleinen. ‘Er moet meer erkenning komen voor deze onderlinge verschillen’, aldus Firat. Hij pleit dan ook voor meer maatwerk. ‘De overheid moet mensen helpen die het moeilijk hebben, bijvoorbeeld door organisaties te stimuleren om vaste contracten aan te bieden om langdurige werkloosheid te voorkomen. Daarnaast zouden overheden vrouwen die onbetaald werk doen financieel moeten compenseren voor rolverschillen. Ook het verbeteren van ouderschapsverlof en het betaalbaar maken van kinderopvang dragen eraan bij dat ongelijkheid in pensioen wordt verkleind.’