in-to-jaarvergadering-030-landing-ai-trainingen-2
in-to-jaarvergadering-030-landing-ai-trainingen-2

Hoe kan generatieve AI verantwoord worden geïntegreerd in het academisch onderwijs?

In opdracht van Radboud AI voerden studenten Communicatiewetenschap van de Radboud Universiteit een kwalitatief onderzoek uit naar de rol van GenAI binnen het onderwijs op de campus. Op basis van focusgroepen met studenten en docenten brachten zij kansen, zorgen en randvoorwaarden in kaart.

De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat succesvolle inzet van GenAI vraagt om meer dan technische kennis alleen. Heldere richtlijnen, transparante communicatie en het expliciet centraal stellen van onderwijsdoelen vormen de basis voor verantwoord gebruik.

Gebrek aan consensus binnen opleidingen

Zowel studenten als docenten ervaren momenteel een gebrek aan afstemming over het gebruik van GenAI binnen opleidingen. Dit leidt tot grote verschillen tussen cursussen ten aanzien van verwachtingen en vormen van begeleiding. Er ontbreekt eenduidigheid, wat in de ene cursus wordt toegestaan, kan in de andere expliciet worden verboden.

Respondenten benadrukken dat GenAI alleen verantwoord kan worden ingezet wanneer hierover actief het gesprek wordt gevoerd: tussen studenten en docenten, maar ook tussen docenten onderling. Consensus hierover vormt een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van eenduidige richtlijnen over wat wel en niet is toegestaan.

Bewustwording en AI-geletterdheid

Bewustwording rondom GenAI reikt verder dan het aanleren van tools of toepassingen. Studenten en docenten geven aan dat ook aandacht nodig is voor de ethische, maatschappelijke en ecologische implicaties van GenAI. Denk hierbij aan vragen over bias, transparantie, datagebruik en energieverbruik.

Workshops, gastcolleges en cursussen verzorgd door inhoudelijke experts kunnen bijdragen aan het versterken van AI-geletterdheid. Daarbij gaat het niet alleen om gebruiksvaardigheden, maar dus ook om inzicht in hoe GenAI-output tot stand komt, het kritisch evalueren van gegenereerde informatie en reflectie op het eigen gebruik.

Duidelijke communicatie over beleid

Het huidige beleid rondom GenAI in het onderwijs wordt door veel studenten en docenten als onduidelijk ervaren. Richtlijnen zijn onvoldoende bekend en worden verschillend geïnterpreteerd, wat leidt tot onzekerheid en het niet eenduidig toepassen binnen cursussen.

Uit het onderzoek blijkt dat er behoefte is aan expliciete communicatie over aanvaardbaar en onaanvaardbaar gebruik van GenAI. Tegelijkertijd wordt erkend dat richtlijnen per cursus kunnen verschillen, afhankelijk van inhoud, leerdoelen en toetsvormen. Transparantie over deze afwegingen is cruciaal.

Onderwijsdoelen staan centraal

Een terugkerende zorg betreft de impact van GenAI op het leerproces. Zowel studenten als docenten zien het gevaar dat overmatig of ongericht gebruik het zelfstandig denken en diepgaand leren kan ondermijnen. Docenten gaan er vanuit dat opdrachten door studenten zelf worden uitgevoerd en beoordeeld op basis van hun eigen kennis en vaardigheden.

Onduidelijkheid over het gebruik van GenAI (waar mag het wel, waar niet en in welke mate) kan deze vertrouwensrelatie onder druk zetten, met name wanneer eigenaarschap van het werk niet transparant is. Het onderzoek onderstreept daarom dat GenAI alleen waarde toevoegt wanneer het

gebruik expliciet wordt afgestemd op de leerdoelen van het onderwijs. Zonder duidelijke kaders bestaat het risico dat GenAI het leerproces verzwakt in plaats van versterkt.

Dit onderzoek is uitgevoerd door: Myriam Steinhauer, Rachel Boerman, Isa Teunissen, Tetske van den Biggelaar en Noa van Helvoirt. Zij hebben tevens dit artikel geschreven. Meer weten over dit onderzoek? Neem dan contact op met Noa van Helvoirt (noa.vanhelvoirt [at] ru.nl). 

Onderzoekers focusgroep Radboud AI

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Radboud AI
Thema
Kunstmatige intelligentie, Onderwijs