Campusbeeld lente
Campusbeeld lente

Hoe zorg je ervoor dat mbo-stapelaars zich ook thuis voelen op de universiteit?

Liefst 4,6 procent van alle mbo-studenten behaalt uiteindelijk een universitair diploma, maar hoe gaan we met deze studenten om? Gedragswetenschapper Michelle Baars onderzocht of en hoe het mbo-stigma stapelaars beïnvloedt. Wat kan de Radboud Universiteit doen ervoor te zorgen dat deze groep zich meer thuis voelt op de campus?

Het is een ervaring die voor Baars heel bekend is: ze begon op het mbo, hbo en uiteindelijk de universiteit. Inmiddels is ze een promovendus bij het Radboudumc, maar als student al besloot ze de ervaringen van mbo-stapelaars op de universiteit te onderzoeken. Daarvoor voerde ze met collega's Nienke Peters-Scheffer en Freek Oude Maatman een kwalitatief onderzoek uit en sprak ze met vijftien mbo-stapelaars. Hun bevindingen zijn onlangs gepubliceerd in Orthopedagogiek: onderzoek en praktijk.

In 2023 deelde Baars haar oproep voor studenten. Binnen no-time had ze meer dan honderd reacties binnen, ruim meer dan benodigd. Bijzonder, want bijna allemaal zeiden ze het gevoel te hebben dat ze als enige (of een van de weinigen) via die route op de universiteit terecht waren gekomen. ‘Maar de cijfers, en de grote respons, laten zien dat dat niet klopt,’ aldus Baars. 

Ongevraagde ondersteuning

Baars: ‘Wanneer deze studenten hun route naar de universiteit uitleggen, krijgen ze bijna altijd reacties terug. Soms zijn dat demotiverende reacties. Bij een selectieronde voor een master werd een student verteld: “Je bent wel echt een doener, en geen denker, kan je het wel aan hier?” Dat is een bijzondere vraag, want mbo-stapelaars hebben gemiddeld een hogere successcore in de master. Of mensen reageren bijvoorbeeld met overdreven bewondering; ‘alsof het een wereldwonder is.’ Sommige stapelaars zijn trots op zo'n reactie, maar anderen horen vooral wat er niet wordt gezegd. Een student dacht bijvoorbeeld dat mensen verbaasd zijn omdat ze aannemen dat je minder cognitief vermogen hebt.’ 

Michelle Baars met een stapel boeken balancerend op haar hoofd

Ook de universiteit kan hier een rol in spelen door beter na te denken over wanneer en hoe hulp aangeboden worden. ‘Meerdere geïnterviewden kregen zonder aanleiding extra begeleiding aangeboden. In sommige gevallen was er voorafgaand aan de studie een kennismakingsgesprek of werd je via mails en andere kanalen al extra ondersteuning aangeboden, soms zelfs terwijl je nog geen college had gehad.’ Hulpgedrag komt meestal voort uit aannames over competentie, maar deze verwachtingen kunnen juist negatieve gevolgen hebben voor academische prestaties. Ongetwijfeld zitten ook hier goede intenties achter, maar zo komt het lang niet altijd aan, legt Baars uit. ‘Als je dat koppelt aan andere, eerder ervaren, microagressies en onzekerheid, dan ontstaat er opeens een verhaal: jij hoort hier niet thuis.’ 

Gewoon, normaal zijn

Hoe kunnen we wel helpen als universiteit? ‘Door het geven van informatie over stapelen, de bijbehorende rechten en de haalbaarheid.  Een balie bij de open dag, een duidelijke pagina op de website van de universiteit met je rechten als hbo-/of mbo-stapelaar en informatie over de haalbaarheid: het zou direct verschil maken. Het maakt het niet alleen makkelijker om te kiezen, maar geeft gelijk het gevoel dat je aanwezigheid aan de universiteit niet uitzonderlijk is, onderdeel is van een normale onderwijsroute. Daardoor helpt het bijvoorbeeld ook om succesverhalen van andere stapelaars te delen, want die maken je minder onzeker over het behalen van een universitair diploma.’

Ook gaven de studenten die Baars sprak aan dat de universiteit en het personeel meer waardering zouden kunnen tonen voor het mbo en mbo-gediplomeerden in het algemeen. ‘Docenten zouden ook bijvoorbeeld mbo-gediplomeerden uit het werkveld uit kunnen nodigen om hoorcolleges te geven waarin zij hun vakkennis delen.’

‘Vraag wat iemand nodig heeft, in plaats van vooraf te bedenken wat iemand nodig zou hebben. Dat klinkt simpel, maar het maakt echt een verschil. Stapelaars willen geen applaus en geen extra begeleiding, maar wél een omgeving die niet automatisch twijfelt aan hun plek.’

Contactinformatie

Thema
Onderwijs, Persoonlijke ontwikkeling