Daniëlle Bruggeman
Daniëlle Bruggeman

'Hoop opent een wereld aan mogelijkheden'

Daniëlle Bruggeman is lector Mode bij ArtEZ University of the Arts én sinds dit voorjaar bijzonder hoogleraar Mode en Duurzaamheid aan de Radboud Universiteit. Haar taak? Verbindingen leggen tussen kunst en wetenschap. Radboud Recharge nodigde tien bekenden van Bruggeman uit om haar een vraag te stellen.

Vader Gerrit Bruggeman: Welk initiatief wereldwijd voor duurzame kleding biedt jou zoveel inspiratie, dat je het zelf opgezet zou willen hebben? 

Ik kan niet één initiatief noemen, omdat ik me in eerste plaats echt onderzoeker en wetenschapper voel. Ik hou er juist van om initiatieven te observeren, te analyseren en in een bredere context te plaatsen. Daar ligt mijn kracht. Wél ga ik vanuit deze rol graag samenwerkingen aan met duurzame, ethische initiatieven. Onder de vele mooie voorbeelden noem ik graag de Nederlandse textielontwerpster en kunstenaar Claudy Jongstra. Op haar eigen biodynamische boerderij probeert ze met lokale grondstoffen en traditionele ambachten een brug te slaan tussen kunst, cultuur en landbouw, bijvoorbeeld door met plantaardige pigmenten zelf wol te verven. Ze laat zien hoe je samen met de natuur werkt, in plaats van dat we grondstoffen weghalen en de natuur exploiteren, zoals je nu ziet gebeuren in de mode-industrie. Een ander voorbeeld is modeontwerpster Joline Jolink, die op haar fashion farm zelf hernieuwbare grondstoffen verbouwt, ook om ons bewust te maken van de trage productieduur, bijvoorbeeld de ontwikkeling van vlas tot linnen. Door de uitbesteding van productie zijn we dit besef kwijtgeraakt.’

Daniëlle Bruggeman

Mette Gieskes, kunsthistorica en collega aan de Radboud Universiteit: Is er een duurzaam kledinginitiatief op te schalen naar een mondiaal aanbod van betaalbare kleding?

‘Ik denk dan aan Fibershed, een wereldwijde beweging van boeren, producenten, ontwerpers en lokale partners die werkt aan een nieuw regeneratief textielsysteem. Groei is in deze beweging een opschaling van dergelijke lokale of regionale initiatieven, en niet de exponentieel groeiende massaproductie en -consumptie van de fast fashion. Binnen die lokale opschaling zijn ook leen- en deelsystemen heel interessant, zoals de kledingbibliotheken of de The Clothing Loop, een app voor kledingruil met mensen uit je buurt. Een systeem van hergebruik dus, in plaats van almaar nieuwe productie.’

Ondernemer Zinzi de Brouwer: Welke rol speelt hoop in jouw werk?

‘Een rode draad bij veel duurzame initiatieven, en ook bij onze projecten met ArtEZ, is om met mode een voorstelling te maken van een alternatieve toekomst, een verbeelding van hoe het óók zou kunnen. Niet alleen wat betreft kledingproductie, maar ook een fundamentele heroverweging van onze omgang met elkaar en de natuur. Hoop is een grondslag om zulke voorstellingen in praktijk te brengen, een vermogen om in actie te komen, in weerwil van alle problemen en obstakels die ons kunnen verlammen. Hoe hoop een wereld aan mogelijkheden kan openen, is prachtig beschreven in het boek Hope in the Dark van Rebecca Solnit.’

Wilfried Claus, college van bestuur ArtEZ: Met welk bedrijf in de fashionindustrie zou je een partnerschip willen aangaan voor duurzame kledingproductie?

‘De meest interessante bedrijven zijn in mijn ogen niet de initiatieven van het almaar meer van de industriële modeproductie, maar op de ethische alternatieven van kleding maken en dragen, die mode benaderen als sociale en culturele praktijk. Interessant is de hernieuwde aandacht voor lokale productie, zoals Enschede Textielstad van Annemieke Koster. Met gerecyclede materialen en lokale grondstoffen als hennep en vlas wordt de productie precies afgestemd op de lokale vraag, in nauwe samenwerking met leveranciers en ontwerpers. Met zulke koplopers werk ik graag samen om tot nieuwe inzichten te komen.’

Daniëlle Bruggeman

Pedel Nico Bouwman, Radboud Universiteit: Elke hoogleraar koopt een eigen toga als dracht bij de academische plechtigheden. Ook jij hebt er persoonlijk een aangeschaft. Is er een duurzamer alternatief denkbaar?

‘Dit klopt niet helemaal. Voor mijn oratie heb ik bewust géén toga gekocht, maar geleend, wat zelden voorkomt. Zeker wanneer je zoals ik bijzonder hoogleraar bent en minder vaak aansluit bij academische plechtigheden, is een leensysteem voor toga’s een mooi alternatief voor het produceren en kopen van een toga op maat.’

Promotor Anneke Smelik, Radboud Universiteit: Is een model voor duurzame fashion denkbaar zonder technische innovatie? Het viel op dat je hieraan in je oratie nauwelijks aandacht besteedde.

‘Technologie is niet mijn primaire expertise. Bovendien is er in samenleving en wetenschap al veel aandacht voor nieuwe materialen en nieuwe technologische ontwikkelingen en productieprocessen. Als cultuurwetenschapper vestig ik nu liever de aandacht op mode als sociaal en cultureel fenomeen. Tegelijk hebben de nieuwe, digitale technologieën juist bijgedragen aan de versnelling van overproductie en fast fashion, en gezien de hiermee gepaard gaande exploitatie van mens, dier en planeet is juist nu hernieuwde aandacht nodig voor de relatie tussen mens en natuur, waarin de mens niet meer een dominante hiërarchische positie inneemt, maar onderdeel is van de natuur. Wat niet wegneemt dat technologie in zo’n nieuwe relatie tussen mens en kleding zeker een rol kan spelen.’

Daniëlle Bruggeman

Marjolein Oele, hoogleraar filosofie van de geesteswetenschappen aan de Radboud Universiteit: Wat kunnen we leren van oudere kledingtechnieken met het oog op verduurzaming van de huidige kledingindustrie?

‘Er valt heel veel te leren van oude ambachten en kledingtechnieken. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan de Crafts Council in Nederland, die projecten en workshops aanbiedt om oude ambachten een nieuw leven geeft, ook als vorm van educatie.’

Paula Fikkert, decaan Faculteit der Letteren aan de Radboud Universiteit: Duurzame mode van Nederlands fabricaat bestaat wel (denk aan Fair Made in Holland, Irma Borgsteede), maar is net als fair made elders even prachtig als kostbaar. Wat is nodig voor een betaalbare fair made?

‘Besef wel dat een betaalbaar of goedkoop kledingstuk in het huidige industriële modesysteem vaak niet de daadwerkelijke kosten dekt, denk aan een eerlijke prijs voor de katoenboer en de grondstoffen, aan de regeneratie van de aarde waar de katoen geoogst is of aan een leefbaar loon voor de makers in de fabrieken. Met een eerlijke prijs en een eerlijke verdeling van de opbrengsten, zou de prijs voor massa-kledingproducten in onze winkelstraten vele malen hoger moeten zijn. De vraag is dan: willen we een betaalbare fair made, of een eerlijke prijs? Zeker, het is een luxe om duurzame mode te kopen, maar betaalbaarheid is ook relatief: het kopen van grote hoeveelheden fast fashion is wellicht even duur als één duurzaam, fair made-kledingstuk, dat bovendien lang meegaat, waardoor de drager dankzij de hogere emotionele waarde er beter voor zorgt en repareert als het kapot gaat. Het is niet zozeer een kwestie van betaalbaarheid, maar van toegankelijkheid. En dan niet in de zin van een hoger consumentisme, meer koop of verkoop, maar door te denken in andere modellen, zie de genoemde apps om kleding te delen of te ruilen, of de bedrijven waar je kleding kunt huren of lenen.’

Daniëlle Bruggeman

Femke de Vries, collega lectoraat Mode bij ArtEZ: We delen een belangstelling voor posthuman fashion methods. Welke kansen zie jij voor deze methode?

‘Het onderzoek van Femke bevraagt de dierlijke materialen in onze kleding en de representatie van dieren in de modemedia. Ontwerpen volgens posthuman fashion methods is een vorm van regeneratief ontwerpen: het neemt niet alleen iets weg uit de natuur voor menselijke doeleinden, maar draagt ook weer bij aan bijvoorbeeld de biodiversiteit. Deze manier van ontwerpen verdient veel meer aandacht, waarbij we kunnen voortbouwen op bestaand onderzoek naar more than human-design. Je kunt kleding inzetten om de relaties tussen mensen en niet-menselijke actoren te herdefiniëren, of bij de ontwikkeling van gelijkwaardige relaties tussen mens, dier, natuur, en technologie.’

Partner Christiaan Buijnsters: We hebben samen twee prachtige dochters van vijf en één jaar oud, welke lessen wil jij meegeven over omgang met kleding en materialen?

‘Onze meiden zijn natuurlijk nog erg jong, maar toch probeer ik bij hen ook het onzichtbare zichtbaar te maken. Dat een appel bijvoorbeeld niet uit de winkel komt. Door met ze appels te gaan plukken bij een zorgboerderij bij ons in de buurt zien én leren ze dat een appel aan een boom groeit. Kinderen kun je ook betrekken bij het maakproces van kleding, en bij speelse manieren van het vermaken en repareren van kleding. Een mooi nieuw voorbeeld is 1m2 vlas van The Linen Project, een uitnodiging om in je eigen tuin één vierkante meter vlas te zaaien. Hoe oogst je vlas? Hoe groeit dat? Hoe mooi is het om je kinderen bij dit zaaiproces te betrekken.’

‘Nu ik zelf kinderen heb, besef ik dat het leensysteem van kleding bij kinderen veel gebruikelijker is dan bij volwassenen. Ouders krijgen vaak kleding voor hun kind dat daarvoor van een nichtje of neefje is geweest of die ze vroeger misschien zelf wel hebben gedragen. Daardoor krijgt kleding ook een verhaal. Ik vertel onze oudste dochter altijd van wie de kleding die ze draagt is geweest. Dat vindt ze heel leuk. Voor mij geeft het hergebruiken van kleding meer waarde dan wanneer ik het in de winkel zou kopen. Ook geef ik mijn kinderen mee dat wanneer iets kapot is, het niet automatisch betekent dat iets weg hoeft. Dan vraag ik altijd: kunnen we het ook maken?’

Avond over Fast Fashion

In het duurzaamheidsfestival Nimma aan Zee in Lux is een speciale avond over fast fashion: dinsdag 24 juni, 19.30 uur. Meer informatie en inschrijven via deze link

Fotografie: Maaike Ronhaar

Contactinformatie

Thema
Duurzaamheid, Economie, Kunst & Cultuur