Afbeelding van onderzoeker Subandri Simbolon
Afbeelding van onderzoeker Subandri Simbolon

Inheemse Perspectieven in een Katholiek Paradigma: Een Interview met Subandri Simbolon

In de encycliek Laudato Si’ uit 2025 moedigt Paus Franciscus mensen aan om samen te zorgen voor hun gezamenlijke thuis en benoemt inheemse volken hierbij als voornaamste dialoogpartner om dit doel te bereiken. Hiermee uit hij een mogelijkheid tot een nieuwe relatie tussen de kerk en inheemse culturen. Subandri Simbolon onderzoekt hoe deze relatie tussen inheemse mensen en Katholieke Kerk zich manifesteert en of deze nieuwe relatie daadwerkelijk een goede basis heeft.

Subandri, een onderzoeker voor het Radboud Laudato Si’-instituut, begon zijn academische carrière in Jogjakarta, Indonesië, waar hij zijn master in religie en ecologie behaalde, waarna hij verhuisde naar Kalimantan om les te geven. Toen bleek echter al snel dat dit niet voldoende voor hem was. Tijdens zijn master had hij zich gericht op de relatie tussen religie, ecologie en inheemse volkeren, wat niet alleen een academische interesse was, maar ook een persoonlijk punt van verbinding. ‘Ik ben inheems, maar ik ben ook katholiek, dus toen ik mijn master onderzoek deed, begon ik te begrijpen hoe mijn voorouders zich hebben verhouden tot het land.’ Om deze inzichten verder te ontwikkelen vroeg hij aan beurs aan in Indonesië en werd hij vervolgens externe promovendus aan de Radboud Universiteit, waar hij momenteel zijn proefschrift schrijft. 

Zijn huidige onderzoekt focust op de relatie tussen katholicisme en inheemse culturen in Indonesië, specifiek de Dayak Iban in de Sungai Utik gemeenschap. Opgevoegd inheemse gemeenschap dat bekeerd is tot het Katholicisme heeft Subandri’s interesse in het onderwerp een persoonlijke fundering. 

‘Als inheems en katholiek persoon brengt deze interesse me tot het verhaal van mijn leven. Mijn ouders bekeerden zich tot het katholicisme als kinderen. De eerste die zich bekeerde was mijn opa. Het was een opmerkelijk iets dat in mijn gemeenschap gebeurde.’ 

Subandri legt uit hoe deze bekering hun cultuur veranderde met een anekdote over zijn moeder die hem meeneemt naar het land na schooltijd. ‘Wanneer we rijst oogstten gebruikte mijn moeder soms een andere term voor de rijst. Soms lieten we een beetje rijst achter in het veld en gebruikte ze een ander woord. Ze refereerde ernaar als een “veelvoud” rijst.’ Deze veelvoud rijst had gevoelens en diende gerespecteerd te worden. De specifieke termen voor hun omgeving zoals deze waren iets dat geleidelijk verloren zou raken na hun bekering. Subandri vertelt over hoe er manieren waren om de omgeving te erkennen in hun cultuur. Manieren om, bijvoorbeeld, rekening te houden met de gevoelens van de rijst. In de taal, tradities en gewoontes werden de mensen geleerd hoe ze op een respectvolle manier konden interageren met het land, met de rijst. Katholicisme kon dit raamwerk niet bieden toen de mensen bekeerden. ‘We missen nu veel kennis, nu dat we bekeerd zijn tot het katholicisme.’ Dit is wat het onderzoek van Subandri aanstuurt: de Dayak Iban die hij onderzoekt laten hem zien hoe ze hun katholieke en inheemse identiteiten met elkaar kunnen verbinden in hun dagelijkse ecologische praktijk. 

Worsteling tussen katholieke en inheemse noties

Deze worsteling tussen katholieke en inheemse noties is ook interessant wanneer gericht specifiek op de Laudato Si’ encycliek, geschreven door paus Franciscus in 2015. In één paragraaf benoemt de paus inheemse volkeren als voornaamste dialoogpartner in een poging om om te gaan met de aanhoudende ecologische en sociale crises. Voor Subandri is deze passage illustratief voor hoe de Katholieke Kerk omgaat met inheemse volkeren.

 ‘De katholieken hebben inheemse cultuur, kunst, gebouwen, etc. omarmt. Ze hebben onze kerk bijvoorbeeld gebouwd in inheemse stijl. Maar het is niet genoeg. Accepteren ze ook inheemse overtuigingen? Hoe inheemse mensen relateren tot natuur, tot hun omgeving? Erkennen ze het paradigma? Dat is waar ik naar kijk wanneer ik Laudato Si’ lees.’ 

Volgens Subandri gebruikt paus Franciscus een katholiek paradigma wanneer hij spreekt over inheemse mensen en daarmee erkende hij hun inheemse identiteit niet. Subandri erkent dat paus Franciscus een poging deed om uit te reiken naar inheemse mensen in zijn encycliek, maar volgens hem doet hij dat niet op gelijke voet met inheemse mensen. Er is een subject-object relatie tussen de Katholieke Kerk en Inheemse mensen en ook tussen de Katholieke Kerk en natuur. In de encycliek dringt paus Franciscus aan dat we moet zorgen voor ons gezamenlijk thuis. Subandri legt uit dat “ergens voor zorgen” het “ergens” in een inferieure positie plaatst, als iets dat hanteerbaar is. Dit is waar er ruimte is voor verbetering binnen de Katholieke Kerk, volgens hem. ‘Toen de katholieken kwamen hebben ze het paradigma veranderd naar een katholiek paradigma. Een meer antropocentrisch paradigma. Nadat mijn volk bekeerd was keken we niet meer naar onze omgeving, naar rijst, als een subject, maar als een object. Iets dat we nodig hebben, dat we kunnen gebruiken. Het maakt ons niet meer uit wat de rijst voelt, wat het bos denkt.’  Maar Subandri waarschuwt ons ook om het inheemse perspectief niet te romantiseren. Er zijn veel inheemse volken en ze zijn allemaal anders, en, nog belangrijker, ze zijn allemaal lokaal. Veel inheemse overtuigingen gaan over verbinden met je omgeving, de natuur om je heen. Dit betekent dat je een inheems paradigma niet zomaar op elke andere plek kan gebruiken, net als dat je niet een katholiek paradigma zomaar op inheems land kan gebruiken. Toen ik hem vroeg of het überhaupt mogelijk is om een productieve combinatie te vinden van het katholieke geloof en het inheemse paradigma zei hij:

 ‘We moeten luisteren. Zij moeten luisteren. Zonder het paradigma te veranderen. Zorgen voor is niet voldoende zonder respect voor de ander.’ 

Interview: Vivian Weijland

 

Contactinformatie

Gaat over persoon
S. Simbolon (Subandri) MA