Gevangenis
Gevangenis

Is Nederland straks niet meer kampioen van de korte celstraf?

Onlangs kondigde het Openbaar Ministerie aan om vaker zelf taakstraffen en boetes op te leggen. De nieuwe lijn moet de druk op rechtbanken en gevangenissen verlagen, maar critici vrezen dat daders te lage straffen zullen krijgen. Strafrechtexpert Sonja Meijer reflecteert op de nieuwe richtlijn. ‘Uiteindelijk wil je de meest betekenisvolle manier van straffen bereiken, niet de meest efficiënte.’

Stel, je deelt een klap uit of je zegt dat je iemands huis in brand gaat steken. Dan kun je tot maximaal zes jaar de gevangenis in voor mishandeling of bedreiging. In februari dit jaar kondigde het Openbaar Ministerie (OM) met een nieuwe richtlijn aan dit soort zaken zo veel mogelijk zelf af te gaan handelen via een strafbeschikking in de vorm van een boete of taakstraf. Daardoor komen minder zaken voor de rechter en vermindert het capaciteitsprobleem in gevangenissen.

‘Nederland is kampioen in het opleggen van korte gevangenisstraffen’, vertelt Sonja Meijer, hoogleraar Penitentiair Recht aan de Radboud Universiteit. ‘Tachtig procent van de gevangenisstraffen is korter dan zes maanden. En een kwart van de straffen korter dan twee weken.’ 

Boete of taakstraf ook ingrijpend

Meijer wijst op de voornaamste doelen van straffen: vergelding, preventie en resocialisatie. ‘Een hoge geldboete of een lange taakstraf kan net zo ingrijpend zijn als een korte gevangenisstraf en ervoor zorgen dat diegene het niet nog eens doet’, legt Meijer uit. Andersom kan een korte gevangenisstraf resocialisatie in de weg staan. ‘Zo kan iemand dan niet werken en zelfs kans lopen ontslagen te worden.’

Meijer vergelijkt de nieuwe lijn met Duitsland, waar in de wet staat dat de rechter gevangenisstraffen onder de zes maanden niet mag opleggen, tenzij dat de veroordeelde helpt bij diens resocialisatie. ‘In tegenstelling tot nabijgelegen landen als Nederland, België en Engeland, kampt Duitsland niet met een cellentekort, al kun je niet zomaar stellen dat dat alleen door die wet komt.’

Spreekrecht helpt helen

Hoewel Meijer niet afwijzend tegenover de richtlijn staat, herkent ze wel wat in de kritiek dat een boete of taakstraf niet dezelfde voldoening geeft aan slachtoffers en politieagenten als een celstraf. ‘Dit geldt vooral voor de zaken waar een zwaardere celstraf zou worden gegeven. Daar moet de discussie over gaan.’ Ze benadrukt dat het OM niet iedere zaak zelf gaat afhandelen en dat een zaak alsnog voor de rechter komt, wanneer een verdachte niet akkoord gaat met de straf die het OM oplegt.

Daarnaast ziet Meijer nog enkele risico’s. ‘Neem het spreekrecht voor slachtoffers. Doordat een zaak niet voor de rechter komt, hebben slachtoffers geen kans om zich uit te spreken over bijvoorbeeld de gevolgen die het delict voor hen heeft gehad. In het verwerkingsproces kan dit spreekrecht een belangrijke rol spelen.’ Verder kunnen officieren van justitie op dit moment nog niet zoveel voorwaarden aan een vonnis stellen als een rechter. ‘Denk hierbij aan een voorwaardelijke straf of een gebiedsverbod.’

Meijer verwacht al op korte termijn effect van de nieuwe richtlijn. ‘In de gevangenissen ga je het al snel merken.’ Of de koers succesvol blijkt, valt minder snel te zeggen, maar als Meijer één advies mee kan geven is dat het volgende: ‘Efficiënte afhandeling van zaken is mooi meegenomen, maar uiteindelijk moeten we zoeken naar de manier van straffen die het meest betekenisvol is zowel voor slachtoffers, daders, als de samenleving.’

Op de hoogte blijven van ons onderzoeksnieuws? 

Volg ons op Instagram: @radboud.onderzoek

Foto: 7500 RPM via Unsplash

Contactinformatie

Thema
Recht, Samenleving