Voor hun onderzoek ondervroegen Xiong en Kilteni 448 mensen met een Chinese, Nederlandse of Griekse culturele achtergrond. ‘We vonden opvallend vergelijkbare patronen, ongeacht waar de deelnemers vandaan kwamen’, zegt Kilteni. ‘Meer dan 95 procent van de mensen die we onderzochten was ooit zelf gekieteld of had iemand anders gekieteld. Dat wijst erop dat kietelen een wijdverbreid verschijnsel is.’
In alle drie de groepen beschreven deelnemers vrijwel dezelfde ervaringen. De meesten gaven aan te lachen wanneer ze werden gekieteld en vertelden dat ze vooral gekieteld worden door familieleden of vrienden. Tijdens de kindertijd werden mensen vooral gekieteld door iemand die ouder was dan zijzelf, terwijl op volwassen leeftijd kietelen door leeftijdsgenoten vaker voorkwam.
We lachen, maar niet omdat het prettig is
De onderzoekers bekeken ook in hoeverre mensen het prettig vinden om gekieteld te worden. ‘Hier zien we een klein verschil tussen mensen van verschillende leeftijden’, zegt Kilteni. ‘42 procent van de deelnemers gaf aan kietelen als kind leuk te hebben gevonden, tegenover 35 procent als volwassene.’ Meer dan een kwart van de respondenten vond gekieteld worden onaangenaam, terwijl de meeste volwassenen er neutraal tegenover stonden. Voor veel volwassenen is kietelen dus noch bijzonder plezierig, noch uitgesproken vervelend.
Daarnaast vroegen de onderzoekers of deelnemers dachten dat mensen anderen kietelen om hen aan het lachen te maken. Maar liefst 77 procent dacht van wel. ‘Toen we vervolgens vroegen of mensen lachen omdat ze het kietelen echt prettig vinden, dacht de meerderheid van de deelnemers juist van niet. Dat is interessant: mensen koppelen kietelen duidelijk aan lachen’, zegt Kilteni, ‘maar ze denken niet per se dat lachen betekent dat iemand het ook prettig vindt.’ Volgens de onderzoekers zijn gerichte laboratoriumexperimenten nodig om deze tegenstrijdige reacties beter te begrijpen.
Kietelgevoelige lichaamsdelen
Naast de vragenlijst kleurden deelnemers op een lichaamskaart in waar zij het meest kietelgevoelig zijn. De resulterende 'lichaamskaarten' bleken in alle drie de culturele groepen opvallend veel overeenkomsten te vertonen. De oksels, voetzolen, buik en zijkanten van de romp kwamen telkens naar voren als de meest kietelgevoelige plekken.
Vervolgens vergeleken de onderzoekers deze kietelkaarten met kaarten van andere lichamelijke eigenschappen en gewaarwordingen, zoals gevoeligheid voor aanraking, huiddikte, de mate waarin aanraking als prettig wordt ervaren en hoe vaak verschillende lichaamsdelen in het dagelijks leven worden aangeraakt. Zo konden zij verschillende al lang bestaande theorieën toetsen over waarom bepaalde lichaamsdelen extra gevoelig zijn voor kietelen – een vraag die denkers van Aristoteles tot Darwin al bezighield.
‘Verschillende populaire verklaringen blijken simpelweg niet overeen te komen met onze uitkomsten’, zegt Xiong. ‘Zo hebben de meest kietelgevoelige lichaamsdelen niet de dunste huid. Onze lippen en oogleden zijn veel dunner, maar juist niet bijzonder gevoelig voor kietelen. Ook zijn de meest kietelgevoelige plekken niet per definitie de kwetsbaarste delen van het lichaam.’ De onderzoekers zagen ook dat de meest kietelgevoelige lichaamsdelen niet per se de plekken zijn die het gevoeligst zijn voor gewone aanraking of waar aanraking als het prettigst wordt ervaren.
De sterkste ondersteuning vonden de onderzoekers voor het idee van Charles Darwin dat lichaamsdelen die minder vaak worden aangeraakt, gevoeliger zijn voor kietelen. ‘Maar dat is niet het hele verhaal’, zegt Xiong. ‘Geen enkele theorie kan volledig verklaren waarom sommige lichaamsdelen gevoeliger zijn voor kietelen dan andere.’ De bevindingen wijzen erop dat kietelgevoeligheid wordt bepaald door een complexe combinatie van sociale, zintuiglijke en fysiologische factoren. ‘Er is meer onderzoek nodig voordat we dit verschijnsel volledig kunnen verklaren’, aldus Kilteni.
Kietellab
Xiong en Kilteni doen momenteel onderzoek in het Kietellab van het Donders Centrum voor Cognitie. Daar nemen deelnemers plaats in een stoel en steken zij hun voeten door twee openingen, waarna een robot onder gecontroleerde omstandigheden de voetzolen kietelt. ‘Onze bevindingen laten zien dat kietelen iets is op het snijvlak van sensorimotorische verwerking, sociaal gedrag, emotie en evolutie,’ zegt Kilteni. ‘Door te begrijpen hoe de hersenen het gevoel van kietelen opwekken, kunnen we beter begrijpen hoe deze verschillende systemen met elkaar samenwerken.’