De ex-ante evaluatie is uitgevoerd door Gerry van der Kamp-Alons, Rikke Ponger, Liza Steultjens (Faculteit der Managementwetenschappen), Luuk van Kempen en Lau Schulpen (Faculteit der Sociale Wetenschappen). Zij onderzochten wat de gevolgen zouden zijn voor maatschappelijke organisaties wanneer het zogenoemde drempelcriterium zou worden verhoogd: de eis dat organisaties een minimaal aandeel van hun inkomsten uit andere bronnen halen dan het ministerie. De onderzoekers analyseerden financiële gegevens van maatschappelijke organisaties, namen een survey af onder ruim 160 organisaties en interviewden vertegenwoordigers en beleidsmakers om een beeld te krijgen van de mogelijke kansen, risico’s en aandachtspunten.
Uit het onderzoek blijkt dat de verhoging van het drempelcriterium ertoe kan leiden dat meer organisaties moeite krijgen om aan de voorwaarden voor financiering te voldoen, en dat de gevolgen mogelijk niet voor alle organisaties gelijk zijn. Van der Kamp-Alons: “Vooral (kleinere) Nederlandse NGO’s die samenwerken met lokale partners, en Zuidelijke NGO’s kunnen voor extra uitdagingen komen te staan. In tegenstelling tot grotere internationale NGO’s hebben deze organisaties meer moeite met het vinden van alternatieve donoren”. Ook laat het onderzoek zien dat financiële afhankelijkheid van overheidssubsidies een complex vraagstuk is. Het wordt namelijk niet alleen beïnvloed door subsidievoorwaarden. Van der Kamp-Alons: “Daarnaast moet je ook rekening houden met bredere beleidsdoelen. Je wilt namelijk dat NGO’s minder afhankelijk worden van één donor, maar niet dat beleid om dat te bereiken vervolgens ten koste gaat van diversiteit of innovatie.”
De aanbevelingen die de onderzoekers doen zijn geordend op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Op strategisch niveau vragen de onderzoekers aandacht voor een heldere visie op de relatie tussen overheid en maatschappelijke organisatie. Op tactisch niveau raden zij aan om te onderzoeken of het drempelcriterium wel het meest geschikt is om financiële onafhankelijkheid te stimuleren. Of zijn er andere maatregelen mogelijk die beter werken? En op operationeel niveau benadrukken zij het belang van duidelijke regels, een zorgvuldige transitiefase en goede ondersteuning voor maatschappelijke organisaties wanneer veranderingen worden doorgevoerd.
Het in opdracht van het ministerie door ons uitgevoerde onderzoek laat zien dat het gewenste resultaat van de maatregel beperkt is, terwijl de maatregel ook ongewenste bijeffecten met zich mee zou brengen.
De onderzoekers zijn blij dat het rapport heeft bijgedragen aan het beleidsproces. Van der Kamp-Alons: “Politieke afwegingen kunnen aanleiding zijn om een hoger drempelcriterium te overwegen. Het in opdracht van het ministerie door ons uitgevoerde onderzoek laat zien dat het gewenste resultaat van de maatregel beperkt is, terwijl de maatregel ook ongewenste bijeffecten met zich mee zou brengen. Het is fijn dat de minister de onderzoeksresultaten serieus neemt en benut om eerdere beleidsvoornemens van het ministerie te heroverwegen”.
Lees hier het volledige onderzoeksrapport en Kamerbrief: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z17041&did=2026D38681