77% van de Nederlandse wetlands (venen, moerassen) is drooggelegd, met name voor landbouw en veeteelt. Dat is een probleem, want wetlands zorgen onder andere voor schoon water, het voorkomen van overstromingen en ze slaan veel koolstof op. Zo’n 10 jaar geleden werkten een aantal Friese boeren mee aan een experiment waarbij werd geprobeerd effecten van de drooglegging, zoals een teruggang in biodiversiteit, terug te draaien, terwijl de koeien er gewoon konden blijven grazen. Er werd daarbij geprobeerd om het ondergrondse waterniveau hoger te krijgen. Ecoloog Tom Heuts: ‘Je moet dan bijvoorbeeld denken aan buizen met water die door een veld lopen, of smalle greppels.’
Vegetatie
Het water steeg tot 35-60 centimeter onder de oppervlakte tijdens de zomer, maar uit het onderzoek van de ecoloog blijkt dat het verder niets deed. Heuts: ‘We onderzochten of vegetatie die daar vroeger groeide, door de verhoogde grondwaterstand bijvoorbeeld weer terug zou gaan groeien. Ook keken we of de balans van voedingsstoffen in de bodem, zoals fosfaat wat in kunstmest zit, beter werd.’ Dat bleek niet zo te zijn. ‘We probeerden het waterniveau zo hoog te krijgen dat de boer er geen last van had: hij kon nog steeds met zijn trekker over het land en de koeien zakten niet weg in het gras. Maar we zagen dat de biodiversiteit en de bodemkwaliteit niet verbeterden.’
Planten op veen
Wat helpt dan wel? Heuts: ‘Een beetje vernatten werkt dus niet, we moeten verder gaan om de venen te herstellen en bijvoorbeeld biodiversiteit te vergroten. Dat moeten we samen met de boeren doen: een deel van hun land gebruiken om te vernatten, kan waarschijnlijk ook helpen. Maar deze voorzichtige maatregelen zijn dus niet genoeg.’
Uit eerder onderzoek van de Radboud Universiteit bleek al dat bepaalde planten heel goed groeien op vernat veen. Bijkomend voordeel is dat zij de schadelijke stoffen uit het water halen én dat ze kunnen worden gebruikt als bijvoorbeeld isolatiemateriaal.