Matthijs Kraijo
Matthijs Kraijo

Matthijs werkt naast zijn baan aan een proefschrift: ‘Ik ben geen doorsnee onderzoeker’

Van maandag tot en met donderdag ondersteunt Matthijs Kraijo als adjunct-secretaris het facultair bestuur van de Faculteit der Letteren. In zijn vrije uren, onderzoekt hij als historicus de levens van contractarbeiders die na afschaffing van de slavernij op de plantages werkten. ‘Mijn onderzoek maakt me ook in mijn reguliere werk alerter op hoe je minderheden kunt betrekken.’

Migratiegeschiedenis en kolonialisme boeiden Kraijo al langer. Als stagiair werkte hij mee aan een project over slavernijgeschiedenis en voor zijn scriptie onderzocht hij welke factoren bijdroegen aan de migratie van Hindoestaanse contractarbeiders: mensen die na de afschaffing van de slavernij van India naar Suriname migreerden om daar tijdelijk op de plantages te gaan werken. Hoewel hij toen al hoopte  op een PhD-positie, kwam het er niet van. Hij kreeg weliswaar een functie bij de Letterenfaculteit, maar niet als onderzoeker. 

Toch bleef onderzoek doen kriebelen. ‘Een paar jaar geleden zocht ik mijn familiestamboom uit en binnen twee dagen kon ik tot het jaar 1200 mijn voorouders terugvinden, gewoon op internet’, vertelt Kraijo. ‘Heel tof, maar het zette me ook aan het denken. Hoe raar is het dat dit voor de ene persoon zo makkelijk is, terwijl de ander, bijvoorbeeld een afstammeling van tot slaaf gemaakten, dit amper of niet kan terugvinden tot eerder dan 1850.’

Matthijs Kraijo

Voorouders vinden

Het motiveerde Kraijo om onderzoek te doen naar de geschiedenis van contractarbeiders die vanuit India naar landen als Zuid-Afrika , Fiji en Suriname migreerden. ‘Dit heeft zowel Suriname als Nederland beïnvloed en ook de mensen die er tot op de dag van vandaag wonen. Ik hoop hen aan context te helpen en ze middelen te geven om hun eigen familiegeschiedenis makkelijker te kunnen vinden.’

Hoewel Kraijo graag weer onderzoek wilde doen, twijfelde hij lange tijd. ‘Je neemt natuurlijk veel hooi op je vork, zeker als je het combineert met je normale baan.’ In het voorjaar van 2024 trok hij toch de stoute schoenen aan en benaderde zijn beoogde begeleider Coen van Galen over een mogelijk traject als buitenpromovendus. ‘Samen bespraken we welke mogelijkheden er waren voor het onderzoek en met welke onderzoeksvragen ik iets aan de bestaande kennis zou kunnen toevoegen. Vervolgens ben ik een onderzoeksvoorstel gaan schrijven, zoals reguliere promovendi dat ook doen. In september diende ik het voorstel in en uiteindelijk heeft de onderzoeksdirecteur van de faculteit een go gegeven zodat ik begin dit jaar kon beginnen.’

Af en toe sporten of uitrusten

Waar gewoonlijk vier jaar voor een promotietraject staat, is de richtlijn voor buitenpromovendi, die niet betaald krijgen voor hun onderzoek, zes jaar. ‘Langer is mogelijk, maar die richtlijn is ingesteld zodat mensen niet eeuwig doorgaan met hun onderzoek.’ Zelf verwacht Kraijo ook langer nodig te hebben. ‘Ik sta of helemaal aan, of ik moet me er echt toe zetten. Even tussendoor een uurtje werken aan mijn onderzoek vind ik lastig. In die zin ben ik misschien geen typische onderzoeker, maar dat heb ik ook besproken met mijn begeleider.’ 

Wekelijks probeert Kraijo minstens zestien uur aan zijn onderzoek te werken. ‘Vrijdag de hele dag en op zaterdag en zondag in de ochtend. Dit komt natuurlijk niet iedere week perfect uit, dus soms werk ik ’s avonds na mijn werk ook nog een paar uur. Bovendien wil ik af en toe ook nog kunnen sporten, langsgaan bij vrienden en familie of gewoon even uitrusten.’

Matthijs Kraijo

Zijproject

Na een halfjaar promotieonderzoek heeft Kraijo nog geen spijt. ‘Al moet ik toegeven dat ik door een zijproject de laatste weken minder aan het onderzoek zelf kom, ondanks dat het nauw aansluit bij mijn onderwerp.’ Kraijo helpt voor het project Our Heritage namelijk mee aan het schrijven van minibiografieën van voormoeders uit de Cariben en Suriname. ‘Het is ontzettend leerzaam om die levensverhalen te reconstrueren én in contact te komen met mensen uit de gemeenschappen waar ik onderzoek naar doe.’ Het project moet in ieder geval leiden tot een boek en een grote tentoonstelling.

Noodzakelijk tact

Daarbij helpen de vaardigheden die hij zowel in werk als onderzoek opdoet. ‘Als secretaris ben ik betrokken bij bestuur en beleid. Daar moet je dingen tactvol opschrijven. Die tact is ook noodzakelijk wanneer je met mensen over een gevoelig verleden praat.’ 

Andersom maakt zijn onderzoek Kraijo een betere werknemer. ‘Dit onderzoek gaat over diversiteit en inclusie, over hoe je bepaalde groepen mensen erbij betrekt. De universiteitswereld is nog altijd een vrij witte wereld. Niet ieder perspectief komt voldoende aan bod. Mijn onderzoek maakt me er ook in mijn reguliere werk alerter op hoe je groepen minderheden er wél bij betrekt.’

Contactinformatie

Thema
Geschiedenis, Persoonlijke ontwikkeling