Met hun oren kunnen kerkuilen uitzonderlijk nauwkeurig horen waar een geluid vandaan komt, wat van pas komt als ze ’s nachts prooien willen vangen. Hun speciale asymmetrische oren zijn een unieke specialisatie in het dierenrijk. Van Wanrooij: ‘Mensen kunnen heel goed bepalen waar een geluid op horizontaal vlak vandaan komt, door het minieme tijds- en luidheidsverschil waarmee een geluid het ene en het andere oor bereikt: komt een geluid iets eerder of luider je linkeroor binnen, dan is de locatie van dat geluid links. Maar we kunnen ook goed op verticaal vlak geluid lokaliseren. Dat heeft te maken met de vorm van ons oor. Van boven klinkt geluid daardoor anders dan van beneden. Ons brein is daar op aangepast.’ Bij uilen werkt dat anders. Het ene oor staat meer naar boven gericht, het andere naar beneden, waardoor luidheidsverschillen juist in verticale richting variëren.
Kerkuilenorenmallen
Van Wanrooij en collega’s vroegen zich af wat er zou gebeuren als je mensen kerkuiloren aan zou meten. ‘Daarmee verstoor je dus de vorm van het menselijk oor, waardoor verticaal horen onmogelijk wordt. We waren benieuwd of mensen na verloop van tijd dat verticale horen weer zouden kunnen leren, met een brein dat daar in principe niet op is ingericht.’
Daarvoor kregen elf mensen uilenoren aangemeten: rubberen oorstukjes die de vorm van de oren veranderden. Dat droegen ze de hele dag, ergens tussen de 3 en 58 dagen lang. ‘Dat was niet per se prettig voor die mensen. Niet alleen is het niet fijn om de hele tijd iets in je oor te hebben, maar ze kregen bijvoorbeeld ook vragen in de rij voor de Albert Heijn.’