Onderzoekers János Betkó, Maurice Gesthuizen, Joost Beuving en Luuk van Kempen
Onderzoekers János Betkó, Maurice Gesthuizen, Joost Beuving en Luuk van Kempen

‘Met geld alleen los je armoede niet op’

Armoede is een zogeheten wicked problem. Er bestaat geen simpele oplossing voor, je moet aan meer draadjes tegelijk trekken, stellen antropoloog Joost Beuving en socioloog Maurice Gesthuizen. Dat vraagt om interdisciplinair werken en om samenwerking met maatschappelijke partners. Eén van hen is János Betkó, beleidsmedewerker bij de gemeente Nijmegen.

Armoede kent vele gezichten. Wereldwijd leven 1,2 miljard mensen in armoede. Het Armoedefonds hanteert als definitie voor armoede dat mensen na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overhouden voor andere basisbehoeften. Dat geldt voor 3,2 procent van de Nederlanders oftewel 540.000 mensen. Een op de drie daarvan is langdurig arm. Daarnaast hebben 750.000 Nederlandse huishoudens problematische schulden.  

Sociaal antropoloog Joost Beuving: ‘Veel mensen hebben het idee: schulden hebben of arm zijn, is je eigen schuld. Dat is onzin.’ Ook mensen met een baan bijvoorbeeld kunnen arm zijn: 1,8 procent van de werkende mensen in Nederland leeft in armoede.' 

Wat basisbehoeften zijn, hangt af van waar je woont en daarmee dus ook de definitie van armoede. ‘Als iemand niet mee kan doen, is hij arm’, stelt János Betkó. Hij doet onderzoek naar een experiment met de bijstand, dat is gehouden door de gemeente Nijmegen waar hij als beleidsmedewerker werkt, in samenwerking met de afdeling Sociologie. ‘Als je niet genoeg geld hebt om met de prijzen hier elke dag drie keer te eten, je kinderen te voeden en te kleden, dan is dat armoede. Natuurlijk is het op andere plekken in de wereld erger, maar mensen leven hier.’ 

Noord en zuid 

Overigens benadrukt Beuving dat je de noord-zuid-tegenstelling niet moet simplificeren: ‘De verschillen binnen het noorden en zuiden zijn minstens zo groot. Denk aan de exclusieve gated communities in grote steden in Afrika waar een rijke elite woont en aan verwaarloosde achterstandswijken in Londen, Parijs of Amsterdam.’ Hij wijst daar in zijn colleges regelmatig op, om ‘othering’ bij studenten te voorkomen: ‘De neiging is om mensen in het globale zuiden te zien als een heel ander soort mensen dan we zelf zijn, op wie andere wetten van toepassing zijn. Niets is minder waar.’ 

Een groot verschil tussen noord en zuid is de mate van informaliteit. ‘In het globale zuiden bestaan nauwelijks voorzieningen vanuit de staat’, vertelt Beuving. Als antropoloog heeft hij veel onderzoek gedaan in sub-Sahara-Afrika waar hij heel veel armoede heeft gezien. ‘Daar zijn de vangnetten vaak informeel en dat zorgt voor een ander soort dynamiek. Mensen raken afhankelijk van familie en dat leidt tot ingewikkelde, soms toxische relaties die ook ineens kunnen ontploffen. Dat heeft bij mij het besef gebracht: schulden en armoede zijn problemen die impact hebben op heel veel andere levensterreinen.’

János Betkó
János Betkó

Beter denkmodel 

‘Er zijn in onze samenleving twee grote verhalen die weinig behulpzaam zijn bij het oplossen van armoede- en schuldproblemen”, vertelt Beuving. ‘Je hebt het neoliberale verhaal van zelfredzaamheid: alle mensen moeten vaardig zijn zichzelf te redden en wie dat niet kan, heeft dat aan zichzelf te danken. Maar dat is fictie. Het andere verhaal, dat van het slachtofferschap, is net zo problematisch. Als sociale wetenschappers proberen wij daar een beter denkmodel tegenover te zetten: dat mensen in zekere mate hun eigen leven kunnen vormgeven en dus niet louter slachtoffer zijn, maar dat er structurele omstandigheden zijn die daarin heel beperkend kunnen zijn.’ 

Dat doen Beuving en socioloog Maurice Gesthuizen sinds drie jaar, samen met econoom Luuk van Kempen, binnen REGAIN (Radboud Expertise Group on Action against INdebtedness). Ze willen een bijdrage leveren aan het terugdringen van armoede en inzichten uit onderzoek delen met maatschappelijke partners, zoals gemeenten, ziekenhuizen, het Rode Kruis, Bindkracht 10 of de NVVK (koepel voor kredietorganisaties). ‘Daar is behoefte aan. De kosten van de schuldenindustrie is een factor 2,5 groter dan de schuldenberg en dat wordt alleen nog maar meer.’ 

Toeslagenbrief 

Binnen en buiten de collegezaal schenken ze nadrukkelijk aandacht aan armoede en schuldenproblematiek. ‘“Zo proberen we bij te dragen aan destigmatisering’”, vertelt Beuving. 

In hun colleges besteden de REGAIN-onderzoekers uitgebreid aandacht aan de maatschappelijke, institutionele en bureaucratische factoren. ‘Voor onze studenten is dat een enorme eyeopener. We laten ze bijvoorbeeld een toeslagenbrief zien: wat staat hier? Ze zitten te kijken en snappen er niets van. Dit is dus keer twintig waar je mee te maken krijgt als je financieel afhankelijk bent.’ Betkó vult aan: ‘Als je arm bent, heb je heel veel bureaucratische vaardigheden nodig om alles aan te vragen waar je recht op hebt en niet per ongeluk een fout te maken, waardoor je vervolgens het label fraudeur krijgt en geld moet terugbetalen.’

Maurice Gesthuizen
Maurice Gesthuizen

Verzorgingsstaat 

Toch heeft het idee van de verzorgingsstaat als vangnet in diverse landen aan kracht ingeboet. En dat is slecht nieuws voor armoedebestrijding, stelt Gesthuizen. ‘In Nederland is de verzorgingsstaat met haar verzorgende, verbindende en verheffende functies de laatste decennia steeds verder uitgehold. Bovendien maken decentralisatie en korting op budgetten de aanpak van maatschappelijke problemen lastiger. Zo is bijvoorbeeld twee derde van het budget om mensen via re-integratie uit de bijstand te helpen, gekort’, vult Betkó aan.  

Dat lijkt louter slecht nieuws voor arme en gedepriveerde burgers, maar het geldt ook voor de beter gesitueerden, stelt Betkó. ‘Als je rijk bent, heb je er baat bent bij dat er minder criminaliteit is en minder overlast en geweld op straat.’ Gesthuizen vult aan: ‘Je hoeft uiteindelijk minder belasting te betalen, omdat er bijvoorbeeld minder kosten zijn om jeugdzorg of schuldsanering op poten te houden. Dat hoeft niet allemaal van bovenaf geregisseerd te zijn, maar wel van bovenaf gefaciliteerd. Je hebt een sturende nationale overheid nodig.’ 

Nu is het nog te afhankelijk van in welke gemeente je woont in hoeverre je hulp en kansen krijgt. De gemeente Nijmegen hanteert bijvoorbeeld een relatief genereus minimabeleid en is bovendien bereid soms minder rigide met regels om te gaan. Betkó memoreert een vraag die hij onlangs kreeg tijdens een gastcollege voor de opleiding bestuurskunde: ‘Een student vroeg me: ‘Ik kom uit Maastricht en daar is een minder ruimhartig beleid. Daar zie ik veel minder daklozen dan hier, dus werkt jullie beleid wel?’ Dat is heel eenvoudig, legde ik uit: de daklozen worden hier geholpen en in Maastricht niet, dus het is niet vreemd dat ze hierheen komen.’ 

Pleisters plakken 

Naast kansenongelijkheid tussen gemeenten is een ander probleem dat je lokaal alleen bezig kunt zijn met ‘pleisters plakken’, zoals Betkó het noemt. ‘We kunnen iemand niet integraal uit de armoede helpen, maar moeten het doen met suboptimale middelen zoals iemand naar de Voedselbank of Kledingbank sturen en gratis menstruatieproducten en een energietoeslag geven. Want als gemeente mogen we geen inkomensbeleid voeren. Het armoedeprobleem los je pas echt op als Den Haag de knip trekt.’

Uit het boek: 'De kracht van verbinding'

Dit artikel is een verkorte versie van een hoofdstuk uit de inspiratiebundel De kracht van verbinding.

Smeltend poolijs, snel slinkende biodiversiteit, hittegolven en overstromingen, nog steeds armoede en onrecht in grote delen van de wereld. Geen redden meer aan? Juist wel. Het boek De kracht van verbinding van de Radboud Universiteit laat studenten, docenten en professionals zien wat ze vanuit hun eigen discipline kunnen betekenen voor een duurzamere planeet. 

Lees hier het boek in open access