Armoede kent vele gezichten. Wereldwijd leven 1,2 miljard mensen in armoede. Het Armoedefonds hanteert als definitie voor armoede dat mensen na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overhouden voor andere basisbehoeften. Dat geldt voor 3,2 procent van de Nederlanders oftewel 540.000 mensen. Een op de drie daarvan is langdurig arm. Daarnaast hebben 750.000 Nederlandse huishoudens problematische schulden.
Sociaal antropoloog Joost Beuving: ‘Veel mensen hebben het idee: schulden hebben of arm zijn, is je eigen schuld. Dat is onzin.’ Ook mensen met een baan bijvoorbeeld kunnen arm zijn: 1,8 procent van de werkende mensen in Nederland leeft in armoede.'
Wat basisbehoeften zijn, hangt af van waar je woont en daarmee dus ook de definitie van armoede. ‘Als iemand niet mee kan doen, is hij arm’, stelt János Betkó. Hij doet onderzoek naar een experiment met de bijstand, dat is gehouden door de gemeente Nijmegen waar hij als beleidsmedewerker werkt, in samenwerking met de afdeling Sociologie. ‘Als je niet genoeg geld hebt om met de prijzen hier elke dag drie keer te eten, je kinderen te voeden en te kleden, dan is dat armoede. Natuurlijk is het op andere plekken in de wereld erger, maar mensen leven hier.’
Noord en zuid
Overigens benadrukt Beuving dat je de noord-zuid-tegenstelling niet moet simplificeren: ‘De verschillen binnen het noorden en zuiden zijn minstens zo groot. Denk aan de exclusieve gated communities in grote steden in Afrika waar een rijke elite woont en aan verwaarloosde achterstandswijken in Londen, Parijs of Amsterdam.’ Hij wijst daar in zijn colleges regelmatig op, om ‘othering’ bij studenten te voorkomen: ‘De neiging is om mensen in het globale zuiden te zien als een heel ander soort mensen dan we zelf zijn, op wie andere wetten van toepassing zijn. Niets is minder waar.’
Een groot verschil tussen noord en zuid is de mate van informaliteit. ‘In het globale zuiden bestaan nauwelijks voorzieningen vanuit de staat’, vertelt Beuving. Als antropoloog heeft hij veel onderzoek gedaan in sub-Sahara-Afrika waar hij heel veel armoede heeft gezien. ‘Daar zijn de vangnetten vaak informeel en dat zorgt voor een ander soort dynamiek. Mensen raken afhankelijk van familie en dat leidt tot ingewikkelde, soms toxische relaties die ook ineens kunnen ontploffen. Dat heeft bij mij het besef gebracht: schulden en armoede zijn problemen die impact hebben op heel veel andere levensterreinen.’