Meijer maakte gebruik van een relatief nieuwe onderzoeksmethode: hij plaatste een soort speakertje dat geluidsgolven uitzendt op het hoofd van proefpersonen. Deze hoge geluidstrillingen zijn niet hoorbaar voor het menselijk oor, maar kunnen wel een heel specifiek gebied in de hersenen bereiken en beïnvloeden. Dit is een vergelijkbare technologie als de echo waarmee baby's in de buik worden bekeken, maar nu toegepast om veilig van buitenaf, zonder operatie, de hersenen te helpen bij het afleren van angst.
Amygdala
Meijer richtte de geluidsgolven op de amygdala, een amandelvormig gebiedje diep in de hersenen dat bepaalt hoe sterk emotionele ervaringen worden opgeslagen. 'We weten uit dierenonderzoek dat de amygdala een grote rol speelt bij angst, en op hersenscans zien we dat dit gebied actief is wanneer mensen angst ervaren. Maar het was bij mensen nog nooit bewezen dat de amygdala daadwerkelijk cruciaal is voor het aan- én afleren van angst.'
Voor zijn onderzoek liet Meijer proefpersonen plaatjes van slangen zien. Bij bepaalde slangen volgde soms een mild stroomstootje; zo leerden deelnemers welke slangen 'gevaarlijk' waren. Via zweetreacties op de huid kon hij meten hoe sterk de angstreactie was. Bij de helft van de slangen stimuleerde hij tegelijkertijd de amygdala met geluidsgolven, bij de andere helft niet.
'We zagen dat mensen trager een angstreactie ontwikkelden wanneer de amygdala werd gestimuleerd. Ze hadden meer herhalingen nodig om de slangen als bedreigend te leren zien, maar ze leerden het uiteindelijk wel.'