Tekst: Bea Ros
Willem Halffman stond twee jaar geleden bij de lift in het Erasmusgebouw toen zijn blik viel op een poster van Radboud Erfgoed met vogels. Hij herkende meteen een van zijn lievelingsboeken uit de geschiedenis van de biologie, de Nederlandsche Vogelen. “Ik heb zelf de facsimile-uitgave die de Koninklijke Bibliotheek een paar jaar geleden heeft uitgebracht. Maar toen ik daar stond te wachten op de lift, viel het kwartje: onze eigen universiteit heeft een origineel exemplaar van dit prachtboek!”
Zijn tweede gedachte was: dat origineel moet ik studenten laten zien. Hij zeult de facsimile altijd al mee naar zijn colleges History of Biology, maar er gaat natuurlijk niets boven het origineel. “Het boek is biologisch interessant, maar vooral ook een fraai pronkstuk dat je in het echt wilt zien.” Hij besloot contact op te nemen met conservator Eefje Roodenburg.
Op ware grootte
Nederlandsche Vogelen, een vijfdelige gids van alle vogels die destijds in ons land te vinden waren, staat te boek als een van de duurste en omvangrijkste werken uit de geschiedenis van de Nederlandse boekdrukkunst. De gids bevat 250 met de hand ingekleurde kopergravures van vogels, natuurgetrouw en zoveel mogelijk afgebeeld op ware grootte - vandaar het kloeke formaat van het boek. Deze prenten werden tussen 1770 en 1829 in afleveringen bezorgd bij intekenaars op dit prestigieuze boekproject. Amateurbioloog en tekenaar Christiaan Sepp en later zijn zoon en kleinzoon, maakten de gravures, voor de begeleidende teksten tekende remonstrants predikant Cornelis Nozeman en later, na zijn dood, arts en bioloog Martinus Houttuyn.
“Het boek is een voorbeeld van de groeiende belangstelling voor en ordening van de natuurlijke omgeving in de achttiende eeuw”, vertelt Halffman. Het werd mode om objecten uit de natuur te verzamelen, zoals stenen, insecten, vlinders en opgezette dieren. Ook Christiaan Sepp en zijn zoon hadden een vlinderkast, tegenwoordig te bezichtigen in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden.
Overigens ging de liefde voor de natuur niet per se gepaard met heilig ontzag voor de natuur, laat staan natuurbescherming. De (amateur)bioloog schoot met liefde een vogel uit de lucht om deze te onderzoeken. “Sterker, vogels doden om ze op te eten was vrij gangbaar”, vertelt Halffman. “Niet voor niets kun je in de Nederlandsche Vogelen niet alleen lezen over kenmerken van een vogel, maar krijg je ook recepten hoe een vogel te bereiden én tips hoe ze te bestrijden, vangen en doden.”
Die veranderende omgang met de natuur om ons heen is een van de lessen uit Halffmans colleges. “Onze blik op vogels nu is anders dan toen. De Vogelen getuigen van trots op de vogelrijkdom in Nederland, maar het boek laat tegelijkertijd zien dat de natuur er is voor de mensen. Bijvoorbeeld om vogels op te eten.” Die trots heeft in onze tijd plaatsgemaakt voor zorg en bezorgdheid: als we niet oppassen slinkt de rijkdom van de Nederlandse vogelen waar we bij staan. Jagen is weliswaar niet langer in zwang, maar menselijk ingrijpen heeft de diversiteit van vogelsoorten sterk verminderd. Hedendaagse biologen houden de stand van vogels in ons land bij als maat voor die afnemende biodiversiteit. Ze doden vogels niet langer om ze te bestuderen, maar ringen levende exemplaren of tellen ze, turend door hun verrekijkers. “We kunnen ons dus vergapen aan de prachtige gravures, maar de Nederlandsche vogelen doordringt ons ook van de noodzaak om als mens anders met de natuur om te gaan.”
Verkeerd gebonden
Roodenburg reageerde enthousiast op Halffmans telefoontje. ‘Kom maar langs!’ En dus plaatste hij een intekenlijst voor studenten op Brightspace - want al zijn 180 studenten mee de bijzondere leeszaal innemen kon niet. Tot zijn verbazing was de intekenlijst binnen enkele minuten volgeboekt. En hetzelfde gold voor een extra tweede groep. “De boeken maken de geschiedenis tastbaar”, verklaart Halffman het succes.
Op tafel in de leeszaal ligt een keur aan oude bronnen uit de biologie uitgestald: anatomische atlassen, kruidenboeken, een Linnaeus, een Verkade-album en natuurlijk Nederlandsche Vogelen. De studenten vergapen zich aan de prachtige gravures. Kijk, wijst Halffman, sommige zijn naar levende exemplaren getekend, andere naar opgezette vogels.
Interessant aan het exemplaar van de UB is dat de index niet klopt, vertelt Roodenburg. De oorspronkelijke boekeigenaar had zich kennelijk niets aangetrokken van de bijgeleverde index en de delen naar eigen inzicht in een andere volgorde laten inbinden. Dankzij Halffman weet ze nu ook waarom. “De eigenaar heeft de taxonomie van vogels gevolgd, dus watervogels bij watervogels, steltlopers bij steltlopers enzovoort”, legt Halffman de studenten uit. “Dat laat zien dat dit boek niet alleen werd gekocht om mee te pronken, maar dat de boekeigenaren, in elk geval deze, kennis van zaken hadden.”
Roodenburg vraagt de studenten te schatten hoeveel de vogelgids waard is. Vijfduizend euro? oppert iemand? Nee, dat moet meer zijn, vinden anderen, meer nullen - 100.000? Doe daar nog maar wat bovenop, zegt Roodenburg. “Het is verzekerd voor ruim één miljoen.”
Verdwenen kennis
Halffman vraagt tijdens de excursie ook aandacht voor twee kruidenboeken uit 1447. Die ogen een stuk minder spectaculair dan de Vogelen, maar bieden ook een mooie blik op de geschiedenis van de biologie. Het zijn twee incunabelen uit de begintijd van de boekdrukkunst, toen boeken drukken nog erg duur was, legt hij uit. “Dat men desondanks toch kruidenboeken uitgaf, toont het belang dat men destijds hechtte aan medicinale kennis over planten.”
Bovendien, zo houdt hij zijn studenten voor, waren boeken de enige route tot die kennis. “Jullie zijn eraan gewend dat je alles altijd online kunt opzoeken, maar kennis reisde eeuwenlang vooral via boeken.” De studenten kijken nu met gepaste eerbied naar de kleine boekjes. Zo bijzonder om deze oude boeken te kunnen bekijken, vinden ze. En inderdaad, nauwelijks voorstelbaar dat je het met enkele schaarse bronnen moest doen.
Halffman kan het ze nog sterker vertellen: als de boeken verdwenen, verdween vaak ook de kennis. Hij troont ze mee naar de Materia Medica van Dioscorides, een Grieks boek over botanie en geneesmiddelen uit de eerste eeuw na Christus. “Na de ineenstorting van het Romeinse rijk verdween die kennis uit West-Europa om er pas vanaf de dertiende eeuw, via vertalingen uit het Arabisch, weer terug te keren.” Het exemplaar op tafel is een tweetalige Arabisch-Latijnse versie. Geen talen die de studenten vlot lezen, maar de clou van Halffmans verhaal vatten ze wel.