Afbeelding op plafond van de vergaderzaal van de Staten van Holland
Afbeelding op plafond van de vergaderzaal van de Staten van Holland

Nieuwe onderzoeksvondsten over de historische banden tussen Zuid-Holland en slavernij

Joris van den Tol, universitair docent economische geschiedenis aan de Radboud Universiteit, is een van de co-auteurs van een onderzoek getiteld "Geketend voor Hollands Glorie" dat de historische relatie tussen Zuid-Holland en slavernij heeft onderzocht. De bevindingen van dit onderzoek worden op 8 juni 2023 in Den Haag gepresenteerd aan de inwoners van de provincie door Dr. Karwan Fatah-Black (Leiden), Dr. Lauren Lauret (University College London) en Dr. Joris van den Tol.

Meer informatie over de presentatie

In februari 2022 stelden Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland te “vinden dat verdere bewustwording rond het koloniaal- en slavernijverleden onderdeel dient te zijn van onze gemeenschappelijke geschiedenis.” Als reactie op de groeiende interesse en nieuwsgierigheid naar de historische rol van Zuid-Holland in slavernij, lieten de bestuurders een rapport opstellen om dit onderwerp verder te onderzoeken.

Zuid-Holland ontstond in 1840 toen de provincie Holland werd verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel. Vóór 1840 diende Holland als het politieke centrum van de Nederlandse Republiek, met name op het gebied van militaire zaken, internationale betrekkingen en buiten-Europese aangelegenheden. Beslissingen met betrekking tot het ondersteunen van slavernij-gerelateerde activiteiten werden op provinciaal niveau genomen, waardoor steden en adel in Holland aanzienlijke invloed hadden. Dit blijkt onder andere uit de leidende rol die de Staten van Holland speelden bij het opstellen van octrooien voor de West-Indische Compagnie (WIC) in 1621 en 1674. Bovendien zorgden de gedecentraliseerde aard en tradities van de provinciale politiek ervoor dat aanzienlijke macht zich concentreerde in figuren zoals de Raadspensionarissen. Johan de Witt bijvoorbeeld gaf prioriteit aan de verovering van slavenforten aan de westkust van Afrika.

Centrale rol

In tegenstelling tot de provincies Utrecht en Gelderland benoemden de Staten van Holland niet rechtstreeks een directeur voor de WIC. Desalniettemin hadden de Staten-Generaal (het supraprovinciale politieke orgaan) een bewindhebberszetel tijdens vergaderingen van de Heeren XIX. Ten minste acht van deze regentenbewindhebbers kwamen uit Holland. Vanwege de centrale rol van Holland in de politiek van de Nederlandse Republiek zochten politieke afgevaardigden van andere Europese staten daar steun voor hun koloniale ondernemingen. Bovendien bezochten vertegenwoordigers uit Afrikaanse of Latijns-Amerikaanse gebieden Den Haag voor diplomatieke missies.

Van de 16e tot de 19e eeuw speelden de koloniën een steeds belangrijkere rol in de economie van Holland. De regio werd een draaischijf voor Europese goederen, kapitaal, arbeid en kennis, en vergemakkelijkte de handel met overzeese gebieden. Deze uitwisseling beperkte zich niet tot het Nederlandse rijk, aangezien Nederlandse goederen, kapitaal, arbeid en kennis ook naar andere Europese koloniën stroomden, en vice versa.

Belangrijkste slavenhandelaar

Tussen 1650 en 1675 was de Nederlandse Republiek de belangrijkste slavenhandelaar in de Atlantische wereld, waarbij havens in Holland tot rond 1700 de belangrijkste waren. Daarna werd de provincie Zeeland het belangrijkste Nederlandse centrum voor slavenhandelsactiviteiten. De economie van Holland raakte diep verweven met kolonialisme en slavernij. Dit omvatte de productie van goederen zoals wapens en alcohol, die werden verhandeld voor tot slaaf gemaakte Afrikanen aan de westkust van Afrika, evenals consumptiegoederen zoals schoenen en zeep voor de afzetmarkt in de koloniën. Er was ook een bloeiende verwerkende industrie die koloniale goederen zoals suiker, katoen en tabak op de markt bracht. Geschat wordt dat slavernij-gerelateerde activiteiten tussen de 4% in de jaren 1730 en 14% in de jaren 1780 van de economie van Holland uitmaakten.

De accumulatie van kapitaal in Holland als gevolg van Europese slavernij en kolonialisme leidde tot de concentratie van rijkdom, status en privileges onder de elites van Zuid-Holland. Opbrengsten uit plantages werden geïnvesteerd in verdere koloniale expansie en landgoederen, die vaak voorzien waren van siertuinen geïnspireerd op overzeese flora en fauna. Bovendien benutten terugkerende bestuurders uit de koloniën hun expertise voor politieke posities in Holland. De koloniale contacten droegen bij aan natuurhistorische, etnografische en kunstcollecties in Holland.

Afschaffingsbeweging

Tegelijkertijd werd Zuid-Holland een centraal knooppunt voor de afschaffingsbeweging in Nederland. Politici uit de regio speelden een belangrijke rol bij de totstandkoming van de wet die de slavernij in 1863 afschafte. Tegelijkertijd zorgde raciaal denken bij Zuid­Hollandse politici en bestuurders zoals Elout, Van Gefken en Van Sypesteyn voor het in stand houden van de koloniale hiërarchie en de uitbuiting van koloniale onderdanen. De doorwerking van het slavernijverleden betreft daardoor de ongelijkheid die nazaten van zowel tot slaaf gemaakten als de contractarbeiders tot op de dag van vandaag treft in de Nederlandse samenleving.

Presentatie

De aankomende presentatie van de onderzoeksvondsten heeft tot doel de inwoners van Zuid-Holland de mogelijkheid te bieden om zich bezig te houden met hun gezamenlijke geschiedenis en een dieper begrip te bevorderen van de historische banden van de regio met slavernij. Door dit verleden te erkennen en ermee te confronteren, kan Zuid-Holland doorgaan met het belangrijke proces van verzoening en vooruitgang naar een inclusievere toekomst.

Meer informatie over de presentatie