De studie laat zien dat de ervaren handelingsruimte van starters divers en gelaagd is. Waar veel startende leraren een sterke en positieve handelingsruimte ervaren, geldt dat zeker niet voor iedereen. De verschillen tussen starters zijn groot, en die verschillen manifesteren zich niet alleen binnen de klas, maar ook binnen de bredere schoolcontext.
Belangrijke bevindingen
Uit het onderzoek komt onder meer naar voren dat:
- Startende leraren zowel positieve als beperkte handelingsruimte ervaren.
- De meerderheid van de starters hun handelingsruimte als sterk of positief beschouwt, maar er bestaan duidelijke verschillen tussen individuen.
- Handelingsruimte niet alleen betrekking heeft op de klas, maar ook ontstaat in de schoolorganisatie: binnen secties, teams of projectgroepen, en in de context van professionaliseringsactiviteiten.
- Schoolcultuur, ondersteuning en coaching belangrijke factoren zijn die starters noemen als bepalend voor hun mogelijkheden om initiatief te nemen en invloed uit te oefenen.
- Starters zelf actief strategieën inzetten om hun handelingsruimte te vergroten of te versterken.
Relevantie voor inductieprogramma’s
De resultaten zijn waardevol voor iedereen die betrokken is bij het ontwikkelen van effectieve inductieprogramma’s of het begeleiden van beginnende leraren. De onderzoekers bevelen onder andere aan om:
- De ervaren handelingsruimte van starters expliciet bespreekbaar te maken, met aandacht voor verschillen tussen leraren en tussen schoolcontexten.
- In inductieprogramma’s aandacht te besteden aan hoe starters hun handelingsruimte kunnen herkennen, versterken en verder ontwikkelen.
Publicatie
Wilt u meer lezen over het onderzoek van Harmen Schaap, Helma Oolbekkink-Marchand, Dr. Anna C. van der Want en Paulien Meijer? Het artikel is open access beschikbaar.