In opdracht van de Vereniging van Rekenkamers onderzocht de Kruijf samen met 110 rekenkamers waardoor de meerjarenbegroting vaak uitkomt op tekorten, terwijl de jaarrekening meevallers laat zien. De rekenkamers hebben voor 138 gemeenten de wettelijke taak om te controleren of ze het publiekgeld ‘zinnig, zuinig en zorgvuldig’ uitgeven. Ook rekenkamers van provincies en waterschappen deden aan het onderzoek mee. De Kruijf: “Meevallers kunnen ontstaan omdat er om een of andere reden feitelijk minder geld is uitgegeven dan gepland of omdat er meer geld beschikbaar is gekomen dan gepland. Ook kan er minder geld worden uitgegeven omdat iets goedkoper blijkt uit te vallen dan gedacht”.
Onderbesteding bij gemeenten: Onderzoekers waarschuwen dat er beter en realistischer moet worden begroot
Al jaren kampen gemeenten met structurele financiële tekorten. Desondanks blijkt uit onderzoek van bestuurskundige Johan de Kruijf dat gemeenten aan het eind van het jaar geld overhouden. Enerzijds komt dit omdat er ‘onverwacht meer geld binnenkomt’ vanuit het Rijk, anderzijds omdat gemeenten minder uitgeven dan begroot. De verdeling van middelen is één van de belangrijkste taken van raden, staten en algemene besturen.
Vier oorzaken van discrepantie
De discrepantie heeft vier oorzaken, is de conclusie van het onderzoek aan de Radboud Universiteit ‘Schipperen tussen Crises en Ambitie'. Een van die oorzaken is dat het Rijk telkens opnieuw gedurende het jaar met extra miljarden komt. Nuttig geld, maar het komt te laat om nog in het jaar uit te geven. De Kruijf: “De energietoeslag is hier een voorbeeld van. Huishoudens met een laag inkomen en hoge energierekening konden in 2023 een toeslag krijgen. Het Rijk gaf dat geld in 2022, maar gemeenten mochten het geld pas vanaf oktober 2023 uitgeven. Vanwege de boekhoudregels levert dat een meevaller op in 2022 en omdat het geld pas zo laat in 2023 mocht worden uitgegeven was het ook aan het eind van dat jaar nog niet op”.
Het onderzoek laat echter ook zien waar gemeenten wél aan budgettaire knoppen kunnen draaien:
- Gemeenten zijn te optimistisch over het invullen van vacatures. Deze kosten worden begroot terwijl er een personeelstekort is en de vergrijzing hard toeslaat onder ambtenaren;
- Ook zijn ze optimistisch bij grote woningbouwprojecten, aanleg van wegen of vervanging van riolering waarbij geld opzij wordt gezet voor tegenslagen of vertragingen. Deze zijn wellicht (deels) van tevoren te voorzien;
- Pessimisme is er juist bij gemeentelijke belastingen die structureel te laag worden ingeschat.
Hulp bij begroting
Het onderzoek helpt volksvertegenwoordigers om beter te begroten en bij het behandelen van de begroting alleen die lastige keuzes te maken die écht nodig zijn. De Kruijf: “Bij de begrotingsbehandeling is vrijwel altijd sprake van druk om te bezuinigen op lokale voorzieningen, terwijl dan achteraf blijkt dat dit veel minder nodig was”.
Nieuwe inzichten
De uitkomst dat er meevallers waren is volgens de Kruijf niet verrassend. Het was immers de aanleiding om onderzoek te doen. Nieuw is dat er een patroon is waarbij de rol van het Rijk bij meevallers in recente jaren groter is geworden. Ook laat het onderzoek zien dat bij tussentijdse begrotingswijzigingen onvoldoende aandacht is voor de vraag of decentrale overheden geld echt nog wel binnen het jaar kunnen besteden.
De rekenkamers die deel hebben genomen aan het onderzoek gaan de komende tijd aan de slag met het opstellen van een individuele rekenkamerbrief voor hun volksvertegenwoordigers. Hierin staan de bevindingen over onderbesteding in hun gemeente, waterschap of provincie.
Contactinformatie
Meer weten? Neem contact op met Johan de Kruijf.
- Contactpersoon
- dr. J.A.M. de Kruijf (Johan)
- Organisatieonderdeel
- Faculteit der Managementwetenschappen, Institute for Management research, Bestuurskunde