Een groot deel van de totale uitstoot van het broeikasgas methaan in Nederland komt uit meren en sloten (geschat wordt zo’n 16%). Helaas versterkt klimaatverandering dit effect nog eens: de uitstoot neemt rap toe wanneer het water opwarmt. Dit gebeurt vooral in voedselrijk water, omdat daar veel organisch materiaal aanwezig is op de bodem dat microorganismen via rottingsprocessen omzetten in methaan.
Nu profiteren vooral drijvende waterplanten, zoals eendenkroos, en algen van klimaatverandering. Zij groeien aan het oppervlak en kunnen daardoor als eerste gebruik maken van hogere temperaturen en hogere CO2-concentraties in de lucht. Toenemende felle regenbuien brengen nog eens extra meststoffen van het land in het oppervlaktewater.
Meer zuurstof
In water waar niet deze drijvende planten, maar juist ondergedoken planten domineren groeit de uitstoot echter veel langzamer als het water opwarmt, zo hebben onderzoekers van de Radboud Universiteit, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen University en IGB-Berlijn aangetoond. Hiervoor hebben ze Nederlandse wateren nagebootst in grote watertanks met daarin voornamelijk algen, drijvende planten of ondergedoken planten. De helft van de tanks werd vier graden opgewarmd, anticiperend op de verwachte klimaatopwarming aan het eind van deze eeuw.