Toen Jorgo in 2023 promoveerde, werd één specifiek deel van zijn proefschrift extra relevant. Doordat de overstap naar een nieuw stelsel snel nadert, in 2028 moet deze zijn afgerond, willen partijen binnen de pensioensector alles weten over risico-, tijds- en duurzaamheidsvoorkeuren. ‘Daar wordt momenteel veel onderzoek naar gedaan. Ik ben er zelf ook mee doorgegaan. De pensioensector staat open voor experimenten, want er valt nog veel te leren.’
Grote uitdaging
Op het moment zitten we in een overgangsfase, legt Jorgo uit. In het nieuwe stelsel sluiten pensioenen meer aan bij de voorkeuren van deelnemers. ‘We gaan van vaste uitkeringsovereenkomsten naar premieovereenkomsten. Eerst had je collectieve regelingen waarbij de uitkomst tot op zekere hoogte vastlag. Nu staat de premie vast, maar hangt de uiteindelijke pensioenuitkomst samen met onder andere beleggingsresultaten en met hoe deelnemers om willen gaan met onzekerheid. In die zin wordt het pensioen meer op maat ingericht.’
Er is wel een verschil tussen pensioensopbouw via verzekeraars en via fondsen. ‘Bij verzekeraars ligt het accent sterker op individuele keuzes. Pensioenfondsen werken vooral met collectieve oplossingen, waarbij deelnemers worden ingedeeld in cohorten, bijvoorbeeld op basis van leeftijd. De uitdaging is om deze collectieve keuzes zo goed mogelijk te laten aansluiten bij wat deelnemers belangrijk vinden.’
Stabiliteit, of flinke schommelingen?
Om de voorkeuren van deelnemers te vertalen naar een passend pensioen, zal er periodiek een grote, representatieve steekproef plaatsvinden. Daarin worden de risicovoorkeuren gemeten: hoe ervaart iemand de afruil tussen zekerheid en onzekerheid in pensioenuitkomsten. Kiest iemand bijvoorbeeld voor een stabieler pensioen of juist voor meer schommelingen met een mogelijk hoger verwacht pensioen? Ook de afweging tussen nu en later is belangrijk. ‘Mensen die met de dag leven, hechten gemiddeld minder aan toekomstige uitkomsten. Ons onderzoek met pensioenfondsdeelnemers laat zien dat zij relatief vaker vasthouden aan een standaardkeuze die pensioenfondsen voor ze bedenken.’
Niet op je voorhoofd geschreven
Het meten van voorkeuren is niet makkelijk. ‘Je voorkeuren staan niet op je voorhoofd geschreven. Daarnaast zijn ze deels afhankelijk van de context’, vertelt Jorgo. Allerlei factoren spelen een rol. Leeftijd bijvoorbeeld, ouderen zijn gemiddeld vaak meer risicomijdend dan jongeren. Ook emotie kan invloed hebben. ‘Als een deelnemer op het moment van meting angstig is, kan dat doorwerken in zijn voorkeuren.’ Verder kunnen grote macro-economische gebeurtenissen zoals financiële crises, pandemieën of oorlogen ertoe leiden dat voorkeuren verschuiven. Bovendien speelt mee of een deelnemer voldoende begrijpt waar het precies over gaat. ‘Soms is het moeilijk uitvragen bij deelnemers met een taalachterstand of lager geletterden. Het gaat om grote bedragen en over kansen dat er iets gaat gebeuren, dat kan vrij abstract zijn.’
Wetenschap én praktijk
Goossens werkt één dag per week bij pensioenuitvoerder APG als academisch adviseur. Daardoor heeft hij toegang tot grootschalige, geanonimiseerde gegevens en inzicht in feitelijke pensioenkeuzes van deelnemers. ‘Ik kan nieuwe meetmethodes ontwikkelen, toetsen en toepassen binnen de context van APG. Wat daaruit komt, kan ik verbinden met gegevens over daadwerkelijke pensioenkeuzes, die in de datasets zijn vastgelegd. Zo blijft het niet bij hypothetische keuzes.’ De kennis die dit oplevert, is waardevol voor zowel de wetenschap als APG. ‘En indirect hebben deelnemers er ook veel aan’, zegt Goossens. ‘Wij zijn aan de achterkant bezig met hun pensioen.’
Het lastige is dat de ene methode vaak tot een andere gemeten risicovoorkeur leidt dan een andere. Daar valt nog veel in te ontdekken. Het is een groot vakgebied met veel wetenschappelijke literatuur, maar goed meten blijft een uitdaging.
Serious game
De zoektocht naar goede meetmethodes is een pittige opgave. Jorgo ontwikkelde met collega’s een serious game gericht op deelnemers met lagere geletterdheid. ‘Het idee was om het leuker te maken en zo de aandacht langer vast te houden.’ In de game ben je een kapitein op een boot. Je vaart naar eilanden, waarbij elk eiland staat voor een bepaald pensioen. ‘Het was heel tof om te doen, maar we vonden uiteindelijk weinig verschil met standaard vragenlijsten. Wel ontdekten we dat deelnemers in de game niet systematisch meer risico namen, wat je op basis van de spelopzet misschien zou verwachten.’
Jorgo blijft experimenteren met de vorm en inhoud van vragenlijsten. Zo werkte hij bij APG mee aan een methode waarbij je bij elke vraag tussen twee pensioenen kunt kiezen, waardoor het beeld van hun voorkeuren steeds specifieker wordt. ‘Het lastige is dat de ene methode vaak tot een andere gemeten risicovoorkeur leidt dan een andere. Daar valt nog veel in te ontdekken. Het is een groot vakgebied met veel wetenschappelijke literatuur, maar goed meten blijft een uitdaging.’
Verfijnen
APG toont zich erg blij met de samenwerking met de Radboud Universiteit, geeft Onno Steenbeek aan, directeur Stategic Portfolio Advice bij APG en universitair hoofddocent Financiële Economie aan de Erasmus Universiteit. ‘Het uitvragen van risicovoorkeuren onder deelnemers is een ingewikkelde en tegelijkertijd belangrijke stap voor fondsen om tot een financiële strategie te komen. Jorgo heeft als expert op dit terrein APG geholpen met een werkbare aanpak. De komende jaren gaan we deze aanpak gezamenlijk verder verfijnen.’
Tekst: Willem Claassen
Ook Samenwerken met onderzoekers | Radboud Universiteit? Neem contact op met externerelaties.fm [at] ru.nl (externerelaties[dot]fm[at]ru[dot]nl).