Tine Molendijk (1987) studeerde culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam en raakte in die tijd ook geïnteresseerd in de krijgsmacht, onder andere door vriendschappen met militairen. De krijgsmacht is een organisatie met het geweldsmonopolie. De beslissingen die medewerkers nemen, kunnen fatale gevolgen hebben. Wat betekent het om mens te zijn in een militaire operatie? Als universitair hoofddocent bij de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) probeert ze antwoordt te vinden op die vraag. Sinds eind 2025 is ze ook bijzonder hoogleraar Morele dilemma’s van multilaterale militaire operaties bij de afdeling Politicologie.
Voor veel mensen is de krijgsmacht een black box, legt ze uit. Mensen vervallen daardoor snel in karikaturen: militairen zijn helden, schurken of zielige slachtoffers. Of in simpele dichotomieën: AI en technologie maken het werk schoner, risicoloos en preciezer, zegt het ene kamp. Autonome wapensystemen zijn ‘killer robots’ en ‘killer drones’, aldus het andere. Zo eenvoudig is het niet volgens Molendijk. ‘Ik zie het als een van mijn taken om die black box te openen en nuance in het debat te brengen.’
Maken drones van oorlog niet een soort videogame?
‘Dat idee heerst inderdaad. Mensen hebben dan een beeld van zogenoemde ‘first-person-view’(FPV)-drones, waarbij iemand met een VR-bril op, op (kleine) afstand van het oorlogsgebied, een drone bestuurt. Dat lijkt op het eerste oog kil en afstandelijk. Maar tegelijkertijd is het juist intiem en dichtbij. Bij een gemiddeld vuurgevecht in Afghanistan zag je alleen maar vuurvlammen in de bergen, en niet wie je precies doodde. Maar met zo’n bril op kun je je doelwit helemaal volgen tot je er praktisch naast staat, je doodt diegene en ziet vervolgens van dichtbij de impact van je actie. Dat is een heel andere ervaring van krijgerschap. Daarom is het zo belangrijk om te onderzoeken hoe de operators die werken met die technologie het beleven.’
In haar proefschrift (2019) analyseerde Molendijk hoe militairen die terugkomen van missies vaak kampen met ‘morele verwondingen’ – gevoelens van schuld, schaamte en boosheid – vanwege moreel lastige beslissingen tijdens hun missie.