Mols doet zelf geen opgravingen, dat doen archeologen van onderzoekbureaus RAAP en BAAC. Maar de Radboud-onderzoeker houdt de opgravingen wel nauwgezet in de gaten. Vanuit de Radboud Universiteit werken Mols en zijn team samen met de archeologen en met het Valkhof Museum om Romeins Nijmegen, Ulpia Noviomagus, beter in beeld te brengen.
De opgravingen zijn gestart in september vorig jaar en duren tot en met juli van dit jaar. De vondsten zijn gedaan op een nieuwbouwlocatie van BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling. Naast het badhuis zijn aangrenzende huizenblokken met straten ertussen, luxueuze stadswoningen en een toren ontdekt. En heel veel bijzondere vondsten, zoals haarspeldnaalden, sieraden, munten en een bronzen buste van de Romeinse wijngod Bacchus.
Monumentaal badhuiscomplex
‘Een badhuis was een vast onderdeel van een Romeinse stad,’ vertelt Mols. ‘Bij de opgravingen zien we alleen het onderste gedeelte van gebouwen, vaak de fundering of soms alleen de plek waar die heeft gezeten. Maar daaruit kunnen we afleiden hoe groot en monumentaal dit badhuiscomplex in 3D moet zijn geweest. Dat laat zien dat Romeins Nijmegen een stad van formaat was, tot ver in de derde eeuw.’ Met zijn oppervlak van minimaal 4.900 m2 was het gehele badhuiscomplex van Ulpia Noviomagus zeker twee keer zo groot als de eerder onderzochte publieke badhuizen van de Romeinse stad Forum Hadriani (2.200 m2, Voorburg bij Den Haag) en Coriovallum (2.500 m2, Heerlen).
Een deel van het badhuis werd al ontdekt in 1992. Toen kon daar maar een relatief klein deel van onderzocht worden. Aangenomen wordt dat de Romeinse nederzetting aan de Waal in het huidige Nijmegen-West rond het jaar 100 na Christus stadsrechten ontving van keizer Marcus Ulpius Trajanus en dat kort daarna een aantal grote openbare gebouwen werd opgericht in natuursteen. Één hiervan was het publieke badhuis. Uit de opgraving blijkt dat er kostbare bouwmaterialen zijn gebruikt, zoals marmer, kalksteen en zandsteen. Het complex is in de middeleeuwen en daarna gebruikt als steengroeve waardoor veel van de muren gesloopt zijn. Maar grote delen van de waterafvoerkanalen en vloeren zijn nog intact, onder meer een vloer van beton met daarop bakstenen pijlertjes van een hypocaustum, het Romeinse vloerverwarmingssysteem.
Hoogstaande techniek
'Als je hier in die tijd had rondgelopen, had je niet het idee gekregen dat je aan de rand van het Romeinse Rijk was, zo luxueus en groot waren de gebouwen', aldus Mols. 'De Romeinen beschouwden deze stad niet als een uithoek. Er waren hier veel militairen. Als zij niet aan het vechten waren, moesten ze ook wat te doen hebben en dus bouwden zij dit soort complexen.'
Mols en zijn collega's willen onderzoeken welke technologie er is gebruikt in het badgebouw, bijvoorbeeld voor de vloerverwarming en de wandverwarming. Mols: 'Daar kunnen we nu ook nog wat van leren. Dat geldt ook voor de mortel, Romeins beton, dat zelfhelend was: als het scheurde kon het zichzelf herstellen. Kennis daarvan is ook heel nuttig voor bèta-onderzoek naar zelfhelende materialen.’