Wat is het antwoord op die vraag?
‘Die vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Gedrag van politici beïnvloedt het vertrouwen van burgers. Ik heb onderzocht wat mensen ervan vinden als partijen bijvoorbeeld van positie veranderen, als ze ‘draaien’. Levert dat reputatieschade op? Veel mensen hebben daar begrip voor, althans, in theorie. Maar als puntje bij paaltje komt, daalt toch het vertrouwen en verliest een partij geloofwaardigheid. Denk aan de draai die de VVD/Rutte (kabinet Rutte III) maakte in de afschaffing van de dividendbelasting. Die ging plots van tafel nadat Unilever afzag van een verhuizing naar Nederland.
En als partijen compromissen moeten sluiten? Verliezen ze dan ook vertrouwen?
‘Dat heb ik met mijn collega Marieke van der Velden van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzocht. Daar vonden we min of meer hetzelfde: mensen hebben veel begrip voor het idee van een compromis, compromissen zijn wenselijk en noodzakelijk. Maar zodra partijen ook feitelijk compromissen sluiten, neemt toch het vertrouwen in de partij af en ontstaat onvrede. Populistische kiezers met een anti-elitehouding hebben overigens een stuk minder begrip voor positieveranderingen en compromissen. Dat zag je ook aan de campagne van de PVV, dat was echt een anti-compromis campagne.’
Wat betekent dit voor de geloofwaardigheid van partijen die nu in de regering zitten? Bijvoorbeeld voor de PVV die nu toch geen noodwet voor asiel krijgt?
‘Het is nog heel onzeker hoe kiezers gaan reageren op dit kabinet. Ook BBB en NSC hebben behoorlijk wat compromissen moeten sluiten en op punten moeten inleveren. De mestplannen van de BBB zijn bij de achterban niet goed gevallen. Hun geloofwaardigheid staat zeker op het spel. Of PVV-kiezers Wilders gaan afstraffen voor zijn ‘draai’ in het asieldossier is moeilijk te voorspellen.’
Hebben politieke leugens ook gevolgen voor ons vertrouwen?
‘Precies voor deze vraag heb ik onlangs een Starting Grant van de European Research Council gekregen. Denk bijvoorbeeld aan de nareis-op-nareis bewering van VVD-leider en voormalig justitieminister Dilan Yesilgöz. Zij claimde dat duizenden asielzoekers gebruik maken van zogenaamde gestapelde gezinshereniging. Uiteindelijk bleek het om gemiddeld 70 gevallen per jaar te gaan. Velen meenden daarom dat Yesilgöz gelogen had. Ik wil onderzoeken of zulke (vermeende) leugens ook een prijs hebben. Wanneer vinden kiezers iets een leugen? Om wat voor soort leugens gaat het? En wie beschuldigt wie precies van leugens? En misschien wel de belangrijkste vraag: wat doet dat met burgers en hun vertrouwen in de democratie? Gedrag van politici – of het nou gaat om compromissen sluiten, van standpunt wisselen of misleiding – heeft gevolgen voor hoe burgers naar de democratie kijken. En die staat al onder druk.’