Protestbewegingen tegen bezuinigingen te veel gericht op nationale politiek

Na de financiële crisis van 2008 ontstonden diverse protestbewegingen, zoals Occupy, Blockupy en Indignados, die zich afzetten tegen de bezuinigingen en andere maatregelen van de Europese Unie. Hoewel de protesten verspreid over Europa plaatsvonden, bleef hun invloed op de politiek beperkt door onder andere gebrek aan samenwerking op transnationaal niveau. Dit concludeert Bernd Bonfert in zijn proefschrift dat hij op 15 september verdedigt aan de Radboud Universiteit.

Protestbewegingen tegen bezuinigingen te veel gericht op nationale politiek

De financiële crisis had grote gevolgen voor de inwoners van Griekenland, Spanje en diverse andere Europese landen. Vanwege de ernstige economische problemen die deze landen troffen, eisten de Europese Unie en andere instanties forse bezuinigingen en financiële hervormingen in ruil voor economische hulp. Dit alles leidde tegen 2011 tot het ontstaan van diverse protestbewegingen. Deze bewegingen hadden echter weinig effect op de korte termijn. Linkse partijen wonnen wel fors bij verkiezingen in Spanje en Griekenland maar bereikten slechts beperkte veranderingen in overheidsbeleid.

Bonfert: 'Protestbewegingen tegen bezuinigingen werden gezien als transnationaal omdat ze praktisch tegelijkertijd plaatsvonden in meerdere landen. Onderzoekers keken echter niet of en hoe activisten daadwerkelijk samenwerkten. Toen ik dit nader onderzocht bleek dat er veel fragmentatie en beperkte samenwerking was, en dat dat de effectiviteit beperkte.'
Om vast te stellen hoe en of er op transnationaal niveau gewerkt werd, sprak Bonfert met leden van organisaties in verschillende landen. Ook bezocht hij bijeenkomsten van de organisaties en keek naar specifieke gevallen van acties ondernomen door protestbewegingen.

Horizontale coalities

'Sommige van deze bewegingen ontstonden uit oudere bewegingen tegen globalisering. Veel van dezelfde idealen en actoren zien we erin terug. Nieuw is is dat de bewegingen veelal kozen voor een horizontale aanpak. Er zijn geen duidelijke leiders, en de agenda wordt gestuurd door consensus en wat er leeft op sociale media.'

Bonfert stelt vast dat deze nieuwe benadering gunstig kan zijn voor de bewegingen maar dat het ook nadelen heeft. 'Het haalde activisten uit hun comfortzone doordat ze zich moesten richten op een breder front. Activisten tegen woonbeleid konden dat beleid nu bijvoorbeeld een plaats geven binnen het bredere protest tegen neoliberalisme', aldus Bonfert. Dit bredere perspectief maakte de beweging meer inclusief, waardoor meer mensen werden bereikt.

Over grenzen heen kijken

De volgende stap nemen naar grensoverschrijdende acties bleek moeilijker. 'In Italië, Duitsland en andere landen waar bezuinigingen geringer waren, bleven de protesten ook beperkter. Daardoor ontstond de behoefte om naar het buitenland te kijken. Maar in Spanje en Griekenland, landen die het hardst getroffen waren, richtten activisten zich vooral op de landelijke situatie en bleef er weinig energie over voor verdere samenwerking.'

Zowel successen als mislukkingen zorgen voor waardevolle lessen voor toekomstige bewegingen, concludeert Bonfert. 'Iedere beweging leert van eerdere initiatieven. Mensen begrijpen nu wat wel en niet bereikt kan worden met het bezetten van openbare ruimtes, en die wetenschap zet zich vast in hun hoofden.'

Bron afbeelding: Pexels

Meer weten? Neem contact op met

  • Bernd Bonfert, bernd.bonfert [at] gmx.declass="externLink"
  • Wetenschapscommunicatie Radboud Universiteit, 024 3616000, media [at] ru.nl

Aan deze website wordt nog gewerkt. Meer informatie: 'een nieuwe website'.