Publicatie in Levende Talen Tijdschrift: Van klank naar schrift en andersom

Onlangs verscheen in het Levende Talen Tijdschrift een artikel dat universitair docent Sophie Brand schreef in samenwerking met collega Janine Berns van de Faculteit Letteren. In hun studie inventariseren ze aan de hand van een beperkte steekproef welke moeilijkheden Nederlandse leerlingen tegenkomen bij de uitspraak van het Frans en het fijnmazig luisteren naar deze taal.

Leerlingen hebben steeds meer moeite om betekenis toe te kennen aan alledaags doeltaalgebruik. Deze tendens hangt samen met de manier waarop luistervaardigheidsonderwijs is ingericht. Zowel in Nederland als in het buitenland richt dit zich vooral op hoeveel leerlingen begrijpen en niet zozeer op de karakteristieken en uitdagingen van hetgeen waarnaar ze nu precies luisteren. 

De Franse en Nederlandse klankinventaris en – systematiek verschillen aanzienlijk van elkaar. Een aantal verschillen kunnen ervoor zorgen dat spraakproductie en spraakperceptie tot problemen leidt in een Franstalige omgeving. Te denken valt aan: 1) de niet-transparante relatie tussen grafemen en fonemen ([o] kan bijv. geschreven worden als o, ô, au, aut, aux, eau, eaux, ot os, 2) het contrast tussen stemhebbende en stemloze fricatieven (vous vs. fou), 3) de nasale klinkers.

Om na te gaan in hoeverre deze drie verschillen obstakels vormen in productie en perceptie, werd een dictee en een voorleestaak afgenomen bij gymnasium-3 leerlingen van een middelbare school in Utrecht. De eerste taak geeft inzicht in de verwerking van Franse woorden in een zin en bijbehorende klank-schrift koppelingen. De tweede taak geeft inzicht in schrift-klank koppelingen. Na afloop volgde een vertaaltaak en beantwoordden de leerlingen een aantal taalachtergrondvragen.

Uit de resultaten blijkt dat alle drie de categorieën obstakels vormen in de uitspraak en perceptie van het Frans bij Nederlandse leerders. Het ontcijferen van korte Franse zinnetjes blijkt lastig, niet alleen als het woord lexicaal nog onbekend is. Als leerlingen het woord in schriftelijke vorm wél kennen (zoals de vertaaltaak bevestigt), wordt het vaak ook niet herkend in mondelinge vorm. Lexicale kennis lijkt dus voor een groot deel schriftgebaseerd. 

In productie duiken ook realisaties op die duidelijk een lettergebaseerde uitspraak verraden: een tussenstrategie die leerlingen in staat stelt de schrijfwijze van een woord wel al te onthouden, maar die hen vaak nog niet stuurt richting een correcte uitspraak. Woorden of lettercombinaties die veel voorkomen en waarvan leerlingen ook al de klankkoppeling hebben kunnen maken gaan goed, en kunnen, in lijn met een bottom-up benadering, brokjes vormen die hen helpen om een onbekend woord uit te spreken. 

Uit de resultaten blijkt dat het van belang is om leerlingen al in een vroeg stadium vertrouwd te maken met de Franse klanksystematiek. In bijgaand artikel worden in de laatste paragraaf (“suggesties voor de praktijk”) een paar manieren gedeeld waarop docenten leerlingen kunnen laten oefenen met het ontcijferen van wat ze horen en met het omzetten van letters in klanken. 

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Radboud Docenten Academie
Thema
Onderwijs, Wetenschap