Politie te paard
Politie te paard

Slimmer trainen, veiliger werken: politietraining onder de loep

Trainingen voor politieagenten en militairen richten zich vaak op uitzonderlijke situaties – de zogeheten ‘split second’ waarin alles beslist wordt. Maar in de praktijk bereidt hen dat onvoldoende voor op het dagelijkse werk. Dat blijkt uit onderzoek van Kolonel Wendy Dorrestijn, die op 16 juni promoveert aan de Radboud Universiteit.

De promovendus en projectdirecteur bij de Koninklijke Marechaussee analyseerde 430 echte incidenten en 1.250 scenario-oefeningen, met deelname van ruim 1.900 politiemensen en militairen, verspreid over twaalf trainingscentra in Nederland en het Caribisch gebied. ‘We hebben gekeken naar wat er écht gebeurt op straat en in trainingen. Wat opvalt is dat trainingen vaak gericht zijn op uitzonderlijke situaties, terwijl het merendeel van het werk juist plaatsvindt in het lage geweldsspectrum.’ 

Uit het onderzoek van Dorrestijn blijkt dat deelnemers aan trainingen vaak méér stress ervaren dan tijdens echte incidenten. ‘Dat zegt iets over hoe hoog in het geweldsspectrum er getraind wordt. Als je mensen voortdurend confronteert met extreme scenario’s, creëer je een vertekend beeld van de werkelijkheid én verhoog je onnodig de mentale druk.’

Actie-intelligentie

Dorrestijn pleit voor een bredere benadering van training, waarin niet alleen de confrontatie centraal staat, maar ook de voorbereiding en de reflectie achteraf. ‘Goed optreden vraagt juist om schakelen tussen sociale en tactische vaardigheden. Dat noemen we actie-intelligentie, en dat begint al voor het incident. Het gaat om het herkennen van signalen, het maken van een plan, en het vermogen om dat plan bij te stellen als de situatie anders blijkt dan verwacht. Een agent of militair die kan schakelen, handelt effectiever en veiliger.’

‘We trainen de uitzondering, in plaats van de basis uitzonderlijk goed te trainen. Daardoor missen we die basis’, legt Dorrestijn uit. Met zogenaamde reality-based training wordt politiemensen en militairen geleerd om ál hun vaardigheden in te zetten. ‘Als je alleen traint op het uiterste geweld, dan is dat ook wat mensen inzetten onder druk. Maar als je traint in drie fasen – voor, tijdens en na het incident – creëer je drie leermomenten in plaats van één. Dat vergroot de vaardigheid én het zelfvertrouwen van professionals.’

Goed getrainde professionals

Betere training is niet alleen belangrijk voor de veiligheid van politiemensen en militairen zelf, maar ook voor het vertrouwen van de samenleving, aldus Dorrestijn. Uit het onderzoek blijkt ook dat de fysieke en mentale conditie een belangrijk kenmerk van succesvol optreden is. Fysiek en mentaal fitte mensen met zelfvertrouwen in de eigen capaciteiten leveren betere resultaten bij een inzet dan mensen met een minder goede (fysieke of mentale) conditie.  ‘De samenleving heeft recht op goed getrainde professionals. En die professionals hebben recht op trainingen die hen beschermen tegen burn-out, PTSS en fysieke risico’s.’

Het onderzoek van Dorrestijn heeft inmiddels al invloed: de inzichten worden verwerkt in het verplichte curriculum voor trainers bij politie en defensie. Volgens haar is het van belang dat die trainers de ruimte krijgen om hun training in te richten op basis van eigen inzicht, en niet alleen op de wensen van beleidsmakers. ‘Laat de inhoud van trainingen over aan de professionals. Politieke incidenten mogen niet leidend zijn in wat er getraind wordt. We moeten investeren in structurele kwaliteit, niet in symbolisch beleid.’

Contactinformatie

Meer weten? Neem contact op met Wendy Dorrestijn of met Persvoorlichting & Wetenschapscommunicatie via 024 361 6000 of media [at] ru.nl (media[at]ru[dot]nl). 

Thema
Actualiteiten, Politiek, Samenleving