thumbs up
thumbs up

Snappen we eigenlijk wel wat sociale veiligheid is?

Voelt iedereen zich veilig? Luisteren we wel naar elkaar? Wordt er gepest? Als je deze vragen op je werkplek stelt, houd je je bezig met sociale veiligheid. Toch? Maar wat als de vragen die nodig zijn voor een veilige werkplek te groot zijn en op meerdere manieren te beantwoorden? Gaan we er onuitgesproken te veel van uit dat we allemaal heus wel weten wanneer we ons mond open moeten doen?

Wie de afgelopen jaren op een universiteit heeft rondgelopen, kan er nauwelijks omheen: sociale veiligheid. Het begrip staat in beleidsstukken, trainingen, posters, vacatures en jaarverslagen. ‘Maar als ik mensen vraag wat het precies betekent krijg ik nooit één helder antwoord', begint Utoft. Dat maakte haar nieuwsgierig.  

Picture of Ea Utoft in front of a autumn tree
dr. Ea Utoft

Iets als racisme is geen gevoel of interpretatie. Racisme is racisme

Want hoe kun je beleid maken rond een begrip dat niemand echt kan definiëren? Samen met collega Marieke van den Brink sprak ze met vijftien medewerkers bij elf verschillende Nederlandse universiteiten die zich bezighouden met sociale veiligheid. In die gesprekken ging het om één vraag: ‘wat betekent het nou?’ 

Veel ideeën, maar weinig definities  

Tijdens de interviews bleek dat de medewerkers wel degelijk ideeën hebben over wat sociale veiligheid is: jezelf kunnen zijn, erbij horen, je uit durven spreken en niet bang zijn om fouten te maken of kritiek te geven. ‘Maar als we doorvroegen wat dat precies betekende, bleef het vaag.’ Niet omdat het de medewerkers niet interesseert, integendeel. De mensen die Utoft sprak zijn enorm gemotiveerd om dingen te verbeteren. ‘Maar ze moeten werken binnen systemen die vaak beperkt zijn in tijd, middelen en vooral in duidelijkheid.’   

Dat vindt Utoft een interessante paradox: ‘Er lijkt een breed gedeeld gevoel te bestaan over wat sociale veiligheid is, maar tegelijkertijd loopt de invulling sterk uiteen.' Dat maakt het benoemen van sociaal onveilig gedrag moeilijk, omdat het afhangt van de interpretatie van de medewerker. ‘Maar iets als racisme is geen gevoel of interpretatie. Racisme is racisme, zegt Utoft.  

Sociale veiligheid en DEI 

Voordat sociale veiligheid als beleid werd ingevoerd op universiteiten, werd er al gewerkt aan ‘Diversity, Equity and Inclusion’, ook wel DEI. Een vakgebied dat zich bezighoudt met onderwerpen als etniciteit, gender en seksuele oriëntatie. 'Uit onze interviews bleek dat sociale veiligheid en DEI als twee verschillende dingen worden gezien', zegt Utoft. Sociale veiligheid zou zich vooral moeten richten op gedrag en omgangsvormen, terwijl DEI zich meer op identiteit en gelijkwaardigheid zou moeten richten. ‘Maar op deze manier wordt sociale veiligheid juist losgekoppeld van onderliggende problemen als discriminatie en ongelijkheid.' 

Een nieuw woord voor oude problemen?  

Utoft vraagt zich daarom af wat de term sociale veiligheid toevoegt naast bestaande domeinen en beleidsconcepten. Het valt haar namelijk op dat veel respondenten sociale veiligheid als verzamelnaam gebruiken voor problemen die DEI-initiatieven al behandelden: uitsluiting, discriminatie, racisme, seksisme of intimidatie. ‘De term sociale veiligheid wordt gebruikt als een vriendelijkere term voor moeilijke problemen', zegt Utoft. ‘Onder de paraplu van sociale veiligheid hebben we het eigenlijk alleen nog maar over ‘ongewenst gedrag’.’

En zo ontstaat volgens Utoft een keten van eufemismen; een bestaand probleem krijgt een abstracte naam, die vervolgens weer wordt uitgelegd met andere abstracte definities. Als gevolg daarvan kunnen we seksuele intimidatie ineens een stuk minder eenvoudig benoemen.  

Iedere universiteit organiseert het op een andere manier 

Wie is er eigenlijk verantwoordelijk als sociale veiligheid een beleidskwestie is? ‘Dat verschilt nogal per universiteit’, geeft Utoft aan. Op sommige universiteiten is het een aparte afdeling, al komt dat dan wel vaak neer op één persoon. Bij andere universiteiten wordt het bij HR ondergebracht of samengevoegd met andere veiligheidsafdelingen. Dat heeft volgens Utoft gevolgen voor de manier waarop sociale veiligheid wordt ingevuld. ‘Iemand die bij HR werkt kijkt anders naar sociale veiligheid dan iemand die moet reageren op een melding van brand of een cyberaanval.’ En waar de ene universiteit vooral inzet op cultuurverandering en leiderschap, richt een andere zich weer meer op meldprocedures, integriteit of juridische kaders. Hoe kan het dat de invulling zo verschillend is?  

Kun je een probleem oplossen als je het niet kunt benoemen?  

Utoft geeft aan dat veel universiteiten sociale veiligheid in korte tijd hebben moeten opbouwen. Mensen waren tegelijkertijd aan het uitvinden wat sociale veiligheid is én hoe je het organiseert. Maar ook na twee jaar onderzoek heeft Utoft geen definitief antwoord gevonden. Dat brengt haar terug bij de vraag die haar onderzoek vanaf het begin heeft gedreven: kun je een probleem oplossen als je het niet kunt benoemen? Volgens Utoft ligt daar misschien wel de belangrijkste uitdaging voor universiteiten. Niet alleen investeren in sociale veiligheid, maar ook helder krijgen wat we daar precies mee bedoelen. Want pas als het duidelijk is welk probleem je probeert op te lossen, kun je bepalen welke oplossingen daarbij horen.  
 

Contactinformatie

Contactpersoon
dr. E.H. Utoft (Ea)
Thema
Diversiteit