Stakingsrecht onder druk?
‘Dat werknemers de meerwaarde van het vakbondlidmaatschap niet zien, is zorgelijk’, bekent Laagland. ‘Vakbonden spelen een belangrijke rol in ons sociaaleconomische systeem, waarin werkgevers, werknemers en de overheid samenwerken. Maar een lidmaatschap heeft ook voor een individu voordelen. Denk aan rechtsbijstand bij arbeidsconflicten en aan loondoorbetaling bij stakingen waar de vakbond toe oproept. Dat loon wordt bekostigd uit de stakingskas, die met de lidmaatschapsgelden wordt gefinancierd.’
Voor die loondoorbetaling komen alleen vakbondsleden in aanmerking. Niet-leden kunnen meestaken, maar krijgen dan dus niet doorbetaald. Laagland erkent dat dit onderscheid het stakingsrecht onder druk zet, nu het aantal vakbondsleden terugloopt. ‘Het betekent dat niet-leden mogelijk minder snel zullen staken, omdat ze geen recht op loon hebben over de uren waarin ze niet werken. Daardoor gaan er per saldo minder werknemers staken en dat komt de onderhandelingspositie van de vakbonden ten opzichte van werkgevers niet ten goede.’
Nog van deze tijd?
Laagland benadrukt daarom het belang voor vakbonden om meer leden te krijgen. ‘Dat is nodig om tot goede cao’s te komen, waarin de hoogte van het loon met inflaties meebeweegt en secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals reiskostenvergoedingen en scholingsmogelijkheden, worden vastgelegd. Hoe meer mensen hun werk neerleggen, des te groter het afschrikwekkende effect richting werkgevers is.’
Los hiervan roept de ledenterugloop volgens Laagland de vraag op of het cao-systeem nog van deze tijd is. Ook met het oog op de veranderende arbeidsmarkt, met een toename van uitzendkrachten en zzp’ers. ‘Vakbonden profiteerden vroeger sterk van de verzuiling’, vertelt ze. ‘In die tijd was je lid van een kerk en daar hoorde vaak ook het lidmaatschap van een vakbond bij. De samenleving van nu is, zoals gezegd, individualistischer. De lage ledenaantallen roepen vragen op over legitimiteit en representativiteit.’
Als kroonlid (onafhankelijke deskundige) van de Sociaal Economische Raad (SER) weet Laagland dat er stemmen opgaan om het huidige cao-systeem te veranderen. Maar dat is niet eenvoudig, legt ze uit. Zolang aanpassingen nog ver weg zijn, is het voor vakbonden volgens haar van belang om tot meer leden te komen. ‘Daar zijn ook werkgevers bij gebaat’, weet ze. ‘Want hoe hoger het ledenaantal van een vakbond is, des te meer werkgevers erop kunnen vertrouwen dat een overeengekomen cao daadwerkelijk breed wordt gedragen. Dus ook voor werkgevers is het belangrijk om met een vakbond een sterke onderhandelingspartner te hebben.’
Ondanks de terugnemende ledenaantallen waren er de afgelopen periode verschillende stakingen die in het nieuws kwamen. ‘In de semipublieke sector - zoals het onderwijs en openbaar vervoer - zijn dat meestal geen traditionele stakingen, waar werknemers en werkgevers lijnrecht tegenover elkaar staan’, vertelt Laagland. ‘Ze zijn direct of indirect gericht tegen de overheid, bijvoorbeeld vanwege voorgenomen bezuinigingen. Soms strijden werkgevers en werknemers, zowel leden van een vakbond als niet-leden, gezamenlijk voor een breed gedragen belang, zoals we bijvoorbeeld zagen in het hoger onderwijs. Dat lag anders bij de Nederlandse Spoorwegen (NS), waar de stakingen tot een beter cao-onderhandelingsresultaat hebben geleid. Interessant is dat juist bij de NS het vakbondslidmaatschapsaantal relatief hoog is. Kortom: staken heeft dus zeker zin.’