Demonstratie tegen bezuinigingen
Demonstratie tegen bezuinigingen

Staken: zinvol of niet?

Ze kwamen dit jaar volop in het nieuws: onderwijs-, vervoers- en bagagemedewerkers die uit onvrede hun werk neerlegden. Maar in hoeverre heeft staken vandaag de dag nog zin? Volgens Femke Laagland, hoogleraar Sociaal Recht aan de Radboud Universiteit, staat of valt een groot deel van het succes met de vertegenwoordiging van werknemers in vakbonden. ‘Met minder leden is het moeilijker om een vuist te maken.’

Stakingen zijn voor de vakbond het drukmiddel aan de cao-onderhandelingstafel. Steeds minder werknemers zijn echter lid van een vakbond. ‘Dat komt enerzijds doordat de samenleving alsmaar individualistischer wordt’, legt Laagland uit. ‘En anderzijds geldt een door een vakbond uitonderhandelde cao voor alle werknemers die onder de werkingssfeer van die overeenkomst vallen. Dus ook voor werknemers die geen vakbondslid zijn. Daardoor denken veel werknemers: waarom zou ik maandelijks lidmaatschapsgeld aan een vakbond betalen, terwijl hun onderhandelingsresultaten ook op mijn arbeidsovereenkomst van toepassing worden?’

Een logische gedachte, beaamt Laagland. Toch wijst ze op een belangrijk risico. ‘Als we allemaal niet meer lid worden, zwakt de daadkracht van een vakbond af. Daardoor is het voor vakbonden lastiger om in onderhandelingen met werkgevers een goede cao tot stand te brengen. Want met minder leden is het moeilijker om een vuist te maken.’

Femke Laagland

Stakingsrecht onder druk?

‘Dat werknemers de meerwaarde van het vakbondlidmaatschap niet zien, is zorgelijk’, bekent Laagland. ‘Vakbonden spelen een belangrijke rol in ons sociaaleconomische systeem, waarin werkgevers, werknemers en de overheid samenwerken. Maar een lidmaatschap heeft ook voor een individu voordelen. Denk aan rechtsbijstand bij arbeidsconflicten en aan loondoorbetaling bij stakingen waar de vakbond toe oproept. Dat loon wordt bekostigd uit de stakingskas, die met de lidmaatschapsgelden wordt gefinancierd.’

Voor die loondoorbetaling komen alleen vakbondsleden in aanmerking. Niet-leden kunnen meestaken, maar krijgen dan dus niet doorbetaald. Laagland erkent dat dit onderscheid het stakingsrecht onder druk zet, nu het aantal vakbondsleden terugloopt. ‘Het betekent dat niet-leden mogelijk minder snel zullen staken, omdat ze geen recht op loon hebben over de uren waarin ze niet werken. Daardoor gaan er per saldo minder werknemers staken en dat komt de onderhandelingspositie van de vakbonden ten opzichte van werkgevers niet ten goede.’

Nog van deze tijd?

Laagland benadrukt daarom het belang voor vakbonden om meer leden te krijgen. ‘Dat is nodig om tot goede cao’s te komen, waarin de hoogte van het loon met inflaties meebeweegt en secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals reiskostenvergoedingen en scholingsmogelijkheden, worden vastgelegd. Hoe meer mensen hun werk neerleggen, des te groter het afschrikwekkende effect richting werkgevers is.’

Los hiervan roept de ledenterugloop volgens Laagland de vraag op of het cao-systeem nog van deze tijd is. Ook met het oog op de veranderende arbeidsmarkt, met een toename van uitzendkrachten en zzp’ers. ‘Vakbonden profiteerden vroeger sterk van de verzuiling’, vertelt ze. ‘In die tijd was je lid van een kerk en daar hoorde vaak ook het lidmaatschap van een vakbond bij. De samenleving van nu is, zoals gezegd, individualistischer. De lage ledenaantallen roepen vragen op over legitimiteit en representativiteit.’

Als kroonlid (onafhankelijke deskundige) van de Sociaal Economische Raad (SER) weet Laagland dat er stemmen opgaan om het huidige cao-systeem te veranderen. Maar dat is niet eenvoudig, legt ze uit. Zolang aanpassingen nog ver weg zijn, is het voor vakbonden volgens haar van belang om tot meer leden te komen. ‘Daar zijn ook werkgevers bij gebaat’, weet ze. ‘Want hoe hoger het ledenaantal van een vakbond is, des te meer werkgevers erop kunnen vertrouwen dat een overeengekomen cao daadwerkelijk breed wordt gedragen. Dus ook voor werkgevers is het belangrijk om met een vakbond een sterke onderhandelingspartner te hebben.’

Ondanks de terugnemende ledenaantallen waren er de afgelopen periode verschillende stakingen die in het nieuws kwamen. ‘In de semipublieke sector - zoals het onderwijs en openbaar vervoer - zijn dat meestal geen traditionele stakingen, waar werknemers en werkgevers lijnrecht tegenover elkaar staan’, vertelt Laagland. ‘Ze zijn direct of indirect gericht tegen de overheid, bijvoorbeeld vanwege voorgenomen bezuinigingen. Soms strijden werkgevers en werknemers, zowel leden van een vakbond als niet-leden, gezamenlijk voor een breed gedragen belang, zoals we bijvoorbeeld zagen in het hoger onderwijs. Dat lag anders bij de Nederlandse Spoorwegen (NS), waar de stakingen tot een beter cao-onderhandelingsresultaat hebben geleid. Interessant is dat juist bij de NS het vakbondslidmaatschapsaantal relatief hoog is. Kortom: staken heeft dus zeker zin.’

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Thema
Recht, Samenleving