Flora's Art
Flora's Art

Tentoonstelling onttrekt gevierde plantentekenaars aan de vergetelheid

Tekeningen van planten werden al in de oudheid gemaakt en gedeeld. Je moest immers weten welke planten eet- of bruikbaar waren, en welke niet. Historische plantentekeningen uit latere eeuwen zijn nu te zien in de Library of Science. Daar openden Mirre Vlug en Willem Halffman op 17 juni Flora’s art, een tentoonstelling die je meeneemt in de eeuwenlange traditie van het tekenen en schilderen van planten. ‘De ingekleurde exemplaren waren om mee te pronken, de zwart-witte dienden voor onderzoek.’

Wil je weten wat voor plantensoort je tegenkomt tijdens je boswandeling of wat de naam is van het stekje dat in je vensterbank staat uit te drogen? Via een van de vele plantenapps, weet je het vandaag de dag in een mum van tijd. Het grootste deel van de geschiedenis hadden mensen die luxe niet en dus maakten ze tekeningen om soorten en hun eigenschappen in kaart te brengen. 

‘Al vóór de oude Grieken maakte men al afbeeldingen van planten’, vertelt Mirre Vlug, student van de onderzoeksmaster History of Philosophy and Science. ‘Zo wisten ze welke planten ze konden eten en welke soorten bruikbaar waren om medicijnen van te maken. Deze tekeningen waren simpel, maar herkenbaar.’

The ecological relations of roots
Illustration from J. E. Weaver, The ecological relations of roots, 1919. John Earnest Weaver. Figure 7 from ''The Ecological Relations of Roots'' (1919) by John Ernst Weaver. 20 July 2019.

Koffietafelboeken voor de rijken

Met de tijd verbeterden de tekentechnieken, maar tot in de Renaissance behielden de afbeeldingen dezelfde praktische functie. ‘Toen kwamen koffietafelboeken op met daarin gekleurde prenten’, legt Vlug uit. ‘Omdat het inkleuren een tijdrovende, dure techniek was, konden alleen de allerrijkste verzamelaars zich zulke pronkboeken veroorloven.’

Eén van de tekenaars die je terugvindt in zulke koffietafelboeken was Maria Sibylla Merian (1647 – 1717), een van oorsprong Duitse schilder die ook veel vanuit Nederland werkte. ‘Wat haar onderscheidt van tijdgenoten is dat ze niet alleen oog had voor de planten zelf, maar óók voor de insecten die bij die planten voorkwamen.’ Na een veldreis van twee jaar door Suriname publiceerde ze in 1705 haar meesterwerk Dissertatio de generatione et metamorphosibus insectorum Surinamensium. ‘De gekleurde exemplaren, die haar dochters hielpen inkleuren, waren voor de rijken om mee te pronken’, vertelt Willem Halffman, universitair hoofddocent bij het Institute for Science and Society. ‘De goedkopere zwart-witte uitgaven dienden voor onderzoek.’

De tentoonstelling poetst ook het werk op van een andere vergeten, maar ooit gevierd illustratrice: Berthe Hoola van Nooten (1817-1892). Net als Merian trok Van Nooten de wijde wereld in om haar kennis over planten en bloemen te vergroten. Vlug: ‘De tekeningen die ze op Java maakte, werden in Brussel gedrukt en haar boek kreeg volop lof en aandacht.’

Merian Metamorphosis

Nationale planten

Waar de werken van Merian en Hoola Van Nooten dienden voor de sier én voor onderzoek, ontstond in de negentiende eeuw een nieuwe trend. Vlug: ‘Toen kwam de zogenaamde nationalistische natuur op: landen begonnen planten te zien als ‘hun’ planten. Dit zie je bijvoorbeeld in het boek Wildflowers of Greece’, vertelt Vlug. Een raar onderscheid, want: ‘planten kennen natuurlijk geen grenzen’. Toch valt er in het geval van Griekenland iets meer voor te zeggen dan in pakweg Nederland of België. ‘Doordat Griekenland voor een groot deel omringd wordt door zee, komen veel planten en bloemen enkel daar voor. Bovendien is Griekenland met 5,700 plantensoorten een van de landen met de grootste biodiversiteit ter wereld.'

Bijdragen aan onderzoek

Je zou denken dat het tekenen van flora met de ontwikkeling van fotografie en de opkomst van smartphones grotendeels overbodig is geworden. Maar niets is minder waar: ‘Stel, je wil bepaalde kenmerken van een plant of diens directe omgeving uitvergroten, dan kan dat beter via een tekening dan een foto’, legt Vlug uit. 

Tegelijkertijd biedt de moderne technologie onmiskenbaar nieuwe kansen. Je hebt immers niet altijd een plantenboek (veldgids) bij de hand. ‘Er zijn heel handige apps om planten te identificeren. In de tentoonstelling tippen we naast iNaturalist (waar je jouw waarnemingen en determinaties met andere gebruikers kunt bespreken),ook Obsidentify, de gratis herkenningsapp van Waarneming.nl. Met die app leer je niet alleen zelf meer over de natuur, maar vul je ook de database aan, waardoor je bijdraagt aan onderzoek naar plantensoorten en biodiversiteit.’

Flora's Art is van dinsdag 17 juni tot en met donderdag 30 oktober te zien in de Library of Science, onderdeel van het Huygensgebouw.