Het aantal unicorns geeft aan in hoeverre een economie in staat is om nieuwe ideeën om te zetten in wereldwijd toonaangevende ondernemingen. Voorbeelden van Nederlandse unicorns zijn onder meer: Adyen, Booking.com, Bunq, Mollie en Picnic. Absolute aantallen zijn echter een grove maatstaf, vooral bij het vergelijken van economieën van zeer verschillende omvang. Door de cijfers te corrigeren voor bevolkingsomvang wordt de ruwe telling omgezet in een intensiteitsmaatstaf: die laat zien hoe succesvol een land erin slaagt om uitvindingen per inwoner om te zetten in opgeschaalde bedrijven, en maakt vergelijkingen met landen als Zweden, het Verenigd Koninkrijk of Ierland betekenisvoller. De gegevens laten zien dat Nederland over een periode van tien jaar ongeveer één unicorn per 1,85 miljoen inwoners voortbracht. Dat is een betere verhouding dan in Duitsland (-27%) en Frankrijk (-20%). Meer vergelijkbare landen zoals Estland (+217%) en Ierland (+314%) produceren echter aanzienlijk meer, terwijl ze een kleiner deel investeren. Met andere woorden: vergelijkbare landen geven minder uit en produceren meer.
Kloof tussen uitvinding en innovatie
De kloof tussen uitvinding en innovatie is niet het gevolg van een gebrek aan capabele oprichters, technisch talent of ondernemingsambitie. Het probleem is institutioneel en kan daarom worden opgelost. McCarthy noemt drie oorzaken: het kapitaalprobleem – Nederlandse pensioenfondsen investeren slechts 0,012% van hun vermogen in het ondersteunen van Nederlandse start-ups, vergeleken met 1,9% in de Verenigde Staten, waardoor Nederlandse start-ups moeite hebben om kapitaal te vinden – het exitprobleem – zwakke en gefragmenteerde beursintroductiemarkten maken het voor Nederlandse bedrijven moeilijker om naar de beurs te gaan, waardoor succesvolle bedrijven eerder elders opschalen en uitstappen – en het probleem van het ondernemersvliegwiel – zwakke werknemersparticipatie in succesvolle scale-ups betekent dat er minder kapitaal en ervaring wordt teruggevoerd naar de volgende generatie Nederlandse start-ups. In zijn artikel legt hij ook uit hoe de overstap van innovatie naar commercialisering kan worden gemaakt.
Bouwen aan een innovatiesysteem
Volgens hem is het doel niet simpelweg om meer ‘unicorns’ te creëren. McCarthy: “Het uiteindelijke doel is om een innovatiesysteem op te bouwen waarin Nederlandse uitvindingen vaker uitgroeien tot Nederlandse innovaties, waarin bedrijven kunnen uitgroeien tot wereldspelers, en waarin de economische waarde van kenniscreatie daadwerkelijk in Nederland blijft. Dat betekent niet alleen meer investeren in uitvindingen, maar ook de instellingen rondom commercialisering op orde brengen: ervoor zorgen dat bedrijven toegang hebben tot groeikapitaal, hen geloofwaardige routes bieden om via openbare markten uit te stappen, en de mensen die profiteren van succesvolle scale-ups in staat stellen hun kapitaal en ervaring te herinvesteren in de volgende generatie.”