Gerritsen analyseerde voor zijn proefschrift hoe de besluitvorming over energie-infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling zich de afgelopen jaren ontwikkelde. Daarin speelt de opkomst van de Regionale Energiestrategieën (RES) een belangrijke rol. Sinds 2019 zijn er in Nederland dertig zogenaamde energieregio’s gevormd waarin overheden en netbeheerders samenwerken aan plannen voor duurzame energie.
‘Die energieregio’s hebben de beleids- en besluitvorming in de energietransitie sterk veranderd, maar in de opstartfase zijn ze tegen veel problemen aangelopen door tegenstellende belangen’, legt Gerritsen uit. ‘Veel regio’s kozen bijvoorbeeld voor zonneparken, omdat daar meer draagvlak voor is bij burgers. Windmolens vinden sommige mensen lelijk, warmtenetten worden vaak gezien als duur door burgers, maar zonnepanelen leveren minder bezwaar op. Alleen: zulke zonneparken eisen juist relatief veel van het elektriciteitsnet, omdat ze veelal gebouwd worden in buitengebieden waar nauwelijks kabels heen gaan, waar het net dus het zwakst is.’
Van overbelast net naar energieplanologie
Dat heeft dus juist de netcongestie, het overbelasten van ons stroomnet, verergerd. Nieuwe woningen en bedrijventerreinen werden plotseling niet meer op tijd opgeleverd, omdat ze niet aangesloten konden worden op het elektriciteitsnet. Gerritsen: ‘Dat had gelukkig ook positieve gevolgen: het was een wake-up call voor overheden. Opeens was duidelijk dat de energietransitie niet simpelweg draait om het aanleggen van nieuwe energie-infrastructuur, maar dat het van ruimtelijke planners vraagt om na te denken over hoe en waar energie een plek krijgt bij álle ruimtelijke ontwikkelingen.’
Gerritsen pleit in zijn proefschrift voor strategische, ruimtelijke energieplanning: energieplanologie. ‘Betrek netbeheerders in een zo vroeg mogelijk stadium bij ruimtelijke planning. Nu worden ze vaak pas laat aangehaakt, terwijl hun kennis juist kan helpen om betere keuzes te maken.’
Elkaars taal leren spreken
Andersom moeten netbeheerders beter begrijpen hoe politieke en ruimtelijke processen bij overheden werken. ‘Alle betrokken partijen hebben hun eigen jargon en manier van werken. Dat levert soms irritatie en frustratie op en kan het proces vertragen. Spreek die frustraties uit, zodat je van elkaar weet waar het knelt, en leer elkaars taal spreken om de samenwerking te verbeteren.’
Energieplanologie in onderwijs en praktijk
Tijdens zijn onderzoek werkte Gerritsen onder andere nauw samen met netbeheerder Alliander. ‘Ik merkte dat er veel bereidheid is om samen te werken en te leren. Netbeheerders beseffen dat hun rol verandert. Ze zoeken actief de samenwerking met overheden en kennisinstellingen.’ De inzichten uit zijn onderzoek worden inmiddels gebruikt in onderwijs en praktijk, onder meer in een nieuw vak over energieplanologie binnen de master Planologie aan de Radboud Universiteit. ‘We willen studenten opleiden die straks het verschil kunnen maken in de energietransitie.’