‘Op het eerste gezicht lijken onze hersenen en die van chimpansees erg op elkaar. Het grote verschil is dat wij mensen communiceren via taal en dat niet-menselijke primaten dat niet doen’, vertelt mede eerste auteur Joanna Sierpowska. Onderzoekers willen al jaren begrijpen hoe ons brein ons hiertoe in staat stelt. Tot op heden was er vooral aandacht voor een bepaalde zenuwbaan die frontale en temporale kwabben verbindt, genaamd de fasciculus arcuatus ofwel boogbundel. Deze zenuwbaan vertoont significante verschillen tussen de soorten en staat erom bekend betrokken te zijn bij taal.
‘Wij wilden onze focus verleggen naar de verbondenheid van twee gebieden in de hersenschors van de temporale kwab (achter het oor), welke allebei erg belangrijk zijn voor ons taalvermogen’, zegt Sierpowska.
Witte stof in kaart brengen
Om de verschillen te bestuderen, gebruikten de onderzoekers scans van 50 menselijke en 29 chimpanseehersenen. De hersenen van de chimpansees zijn op dezelfde manier gescand als bij mensen, maar dan onder gecontroleerde verdoving en als onderdeel van de routinematige medische check-ups. Hierbij maakten ze gebruik van een techniek genaamd ‘diffusion-weighted imaging’ (DWI), waarbij witte stof in beeld wordt gebracht. Dat zijn de zenuwbanen die hersengebieden met elkaar verbinden.
Met deze hersenscans bekeken en vergeleken ze de verbondenheid van twee taalgerelateerde hersengebieden (het voorste deel en posterieure middelste gebieden in de temporale kwab, respectievelijk ATL en pMTG). ‘Bij mensen zijn deze twee hersengebieden cruciaal voor het leren, gebruiken en begrijpen van taal, en er zitten veel witte stofbanen in’, zegt Sierpowska. ‘Ook is bekend dat schade aan deze hersengebieden negatieve gevolgen heeft voor de taalfunctie. Maar tot nu toe was het nog onduidelijk of het patroon van verbindingen in dit gebied uniek is voor de mens.’