Man eet pizza
Man eet pizza

Waarom blijven we dooreten als we geen honger meer hebben?

Nogmaals een bord vol scheppen, terwijl de honger al lang gestild is. Volgens Esther Aarts, hoogleraar Nutritional Neuroscience aan de Radboud Universiteit, is eetgedrag het gevolg van voortdurende communicatie tussen darmen en hersenen. Met haar onderzoek wil ze beter begrijpen hoe die communicatie verloopt, vooral bij mensen met obesitas en ADHD. ‘Meer kennis over de darm-hersenencommunicatie is belangrijk om deze mensen doelgerichter te helpen.’

Bijna iedereen herkent ze: signalen uit de darmen die aangeven dat je vol zit. Van één van die verzadigingshormonen, GLP-1-stoffen, worden tegenwoordig zelfs afslankmiddelen gemaakt, waarvan Ozempic het bekendste voorbeeld is. ‘Dat toont aan dat er steeds meer interesse is in hoe darmen met hersenen praten’, legt Aarts uit. ‘Die communicatie wordt op verschillende manieren beïnvloed. In onze dikke darm zitten veel bacteriën die stofjes produceren. Die stofjes beïnvloeden hoeveel verzadigingshormonen we aanmaken en hoe sterk ons immuunsysteem en stressreactie zijn.’ 

Communicatie vice versa

Aarts benadrukt dat communicatie niet alleen vanuit de darmen naar de hersenen verloopt, maar ook andersom. ‘Neem een zenuwachtig gevoel: dat slaat aan op je darmen. Hetzelfde geldt voor verliefdheid en stress. Maar bij eetgedrag is vooral relevant hoe signalen vanuit de darmen de hersenen beïnvloeden en welke rol darmbacteriën spelen.’

Die invloed verschilt volgens Aarts per persoon. ‘Dat hangt af van leefstijl, voeding en omgeving. Mensen die samenwonen hebben vaak meer vergelijkbare darmbacteriën. Omdat die darmbacteriën veranderbaar zijn, kun je ze beïnvloeden via voeding. Vezels uit groente, fruit en peulvruchten zijn belangrijk. Darmbacteriën fermenteren die tot korteketenvetzuren: stoffen die de aanmaak van verzadigingshormonen stimuleren. Zo kun je dus via voeding de communicatie tussen darmen en hersenen beïnvloeden.’ 

Overgewicht en ADHD

Met haar onderzoek richt Aarts zich de komende vijf jaar op mensen met overgewicht. ‘Dat is meer dan vijftig procent van de Nederlanders’, vertelt ze. ‘We leven in een voedselrijke omgeving die ons voortdurend verleidt. Maar eetgedrag wordt niet alleen gestimuleerd door honger. Emotie, motivatie en impulsiviteit spelen ook een rol.’

Ze onderzoekt of hogere cognitieve processen bij eetgedrag bijdragen aan controleverlies. ‘Bijvoorbeeld processen die bij lekker eten ervoor zorgen dat we ons emotiesysteem of beloningssysteem niet goed kunnen reguleren. Ik wil weten: spelen de darm-hersen-as, verzadigingshormonen - zoals GLP-1 - en korteketenvetzuren hierin een rol?’

Daarbij kijkt Aarts specifiek naar mensen met ADHD. ‘Het percentage obesitas ligt ongeveer 70% hoger bij mensen die ADHD hebben’, licht Aarts toe. ‘Voor hen is het moeilijker controle te houden. Impulsiviteit speelt bij hen namelijk een grotere rol, ook bij eten. Ze hebben bovendien een grotere kans op metabole veranderingen, diabetes type 2 en hebben vaak minder korteketenvetzuren in hun ontlasting. Meer kennis over de darm-hersenencommunicatie is dus belangrijk om deze mensen doelgerichter te kunnen helpen.’

Vanwege het maatschappelijk belang van haar onderzoek ontving Aarts onlangs een prestigieuze Vici-beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). ‘Onderzoek naar verzadigingshormonen en korteketenvetzuren bij mensen met ADHD in relatie tot eetgedrag is nog niet eerder gedaan’, zo weet ze.

Haar onderzoek bestaat uit twee delen. ‘We vergelijken mensen met obesitas en ADHD die een GLP-1-medicijn krijgen met een placebogroep. Met een MRI-scanner kijken we vervolgens naar effecten op de hogere cognitieve processen bij eetgedrag en naar wat de verschillen daarbij zijn met mensen zonder ADHD. Parallel daaraan krijgt een groep drie maanden een voedingsvezel (cichoreiwortel, met name bestaande uit de prebiotische vezel inuline) toegediend, terwijl de andere groep een placebo ontvangt. Ik ben benieuwd of dit een preventieve aanpak voor het reguleren van eetgedrag kan zijn, zodat we niet allemaal levenslang aan de Ozempic hoeven.’ 

Reserves voor schaarste

De vraag die nog altijd rest: waarom blijven we dooreten als we geen honger meer hebben? Volgens Aarts ligt de verklaring deels in onze evolutie. ‘Meer dan 90 procent van onze evolutie leefden we in schaarste. Overeten was logisch: je wist niet wanneer er weer voedsel zou zijn. Die drang zit nog steeds in onze hersenen.’

Ons brein is volgens haar nog altijd gericht op calorierijk voedsel. ‘Vetten en suikers waren vroeger schaars; je moest er moeite voor doen. Nu zijn ze overal beschikbaar, maar onze hersenen zijn daar nog niet volledig op aangepast. De één kan daar beter mee omgaan dan de ander.’

Daarnaast speelt stress een rol. ‘Sommige mensen gaan meer eten bij stress. Evolutionair gezien is dat logisch: stress vraagt om energie. De darmen geven dan minder signalen om te stoppen met eten. De oplossing ligt in het beter reguleren van stress. Mensen met ADHD hebben daar meer moeite mee. Daarom hoop ik door middel van mijn onderzoek beter te begrijpen hoe die mechanismen werken.’

Contactinformatie

Gaat over persoon
prof. dr. E. Aarts (Esther)
Thema
Gedrag, Hersenen, Zorg & Gezondheid