Meisje met hand voor haar mond
Meisje met hand voor haar mond

Waarom je als jongvolwassene nog last kunt hebben van je verlegen jeugd

Verlegenheid kan erg vervelend zijn voor kinderen. Maar in hoeverre werkt die verlegenheid door op latere leeftijd? Dat wisten wetenschappers tot nu toe niet, maar een nieuwe studie van wetenschappers van onder meer de Radboud Universiteit geeft inzicht in de langetermijngevolgen van verlegenheid. ‘Uitsluiting kan erg schadelijk zijn.’

Zo’n 10 tot 15 procent  van de kinderen heeft last van verlegenheid waardoor ze enige angst of nervositeit ervaren in onbekende situaties of op momenten dat ze door anderen (denken te) worden beoordeeld. Dat die verlegenheid kinderen kan belemmeren, wisten wetenschappers al. Maar kun je als jongvolwassene ook nog last houden van verlegenheid in je kindertijd? Dat onderzochten ontwikkelingspsychologen van onder meer de Radboud Universiteit. Daarvoor konden ze data gebruiken uit de Nijmeegse Longitudinale Studie (NLS), die sinds 1998 een groep van 119 opgroeiende kinderen volgt. 

‘De NLS volgt de sociale ontwikkeling van die kinderen op de voet, zo ook hun mate van verlegenheid’, vertelt Mallory Millett, als promovenda bij de NLS betrokken en tegenwoordig universitair docent aan Brigham Young University. ‘Door middel van peer nominations is bepaald welke kinderen verlegen zijn en welke niet. Bij deze peer nominations vulden leerlingen anoniem vragenlijsten over hun klasgenoten in: wie zijn het populairst, wie zijn de pestkoppen en wie zijn het meest verlegen?’

Tussen hun negende en eenentwintigste werden de opgroeiende kinderen gevolgd. Aanvankelijk was er jaarlijks een schoolbezoek waarin de peer nominations werden herhaald. Daarnaast vulden ze zelf vragenlijsten in waarin ze onder meer vragen beantwoorden over hun mentale gezondheid en of ze weleens met zaken als pesten of uitsluiting te maken kregen. ‘Hoe ouder ze werden, hoe lastiger de jaarlijkse schoolbezoeken nog te doen bleken, dus data over latere leeftijd komen bovenal voort uit zelfrapportage.’

Gevoeligheid voor sociale dreiging

De wetenschappers ontdekten dat verlegenheid wel degelijk langetermijngevolgen kan hebben. ‘Zo bleken verlegen kinderen als jongvolwassene nog gevoelig voor sociale dreiging, zoals afwijzing’, legt Millett uit. ‘Dit gold ook voor zogenaamd sociaal ambigue situaties: situaties die voor meerdere interpretaties vatbaar zijn.’ 

Millett geeft een voorbeeld: ‘Stel je komt een lokaal binnen, ziet twee mensen praten en je vangt jouw naam op. Als je gevoelig bent voor sociale dreiging, zal je veel sneller denken dat die twee iets negatiefs over jou zeggen.’ 

Behalve grotere gevoeligheid voor sociale dreiging leidt verlegenheid ook tot verhoogde bezorgdheid over wat anderen van je vinden. Deze bezorgdheid hangt samen met de mate waarin een verlegen kind wordt uitgesloten. ‘Verlegen kinderen die níet werden uitgesloten, maakten zich later minder druk om wat anderen van hen vonden, dan verlegen kinderen die wél werden uitgesloten.’

Uitsluiting schadelijker dan pesten

Opvallend genoeg was de invloed van uitsluiting groter dan die van pesten. ‘Verlegenheid in combinatie met gepest worden, leidt niet tot extra bezorgdheid over de meningen van anderen.’ Dit relativeert natuurlijk niet de schadelijke gevolgen van pesten, benadrukt Millett. ‘Het laat juist zien hoe schadelijk uitsluiting kan zijn. Dat is volgens mij de belangrijkste les uit dit onderzoek.’

Millett legt uit dat uitsluiting, net als pesten overigens, soms moeilijk zichtbaar is en dat er lang niet altijd kwade intenties van anderen achter schuilen. ‘Je kan bewust iemand negeren of niet uitnodigen, maar het kan net zo goed onbewust gebeuren.’ Vooral mensen die veel met kinderen werken, zoals leraren en trainers bij verenigingen, kunnen baat hebben bij deze kennis, denkt Millett. 

‘Natuurlijk zijn er ook kinderen die daadwerkelijk een voorkeur hebben om zich wat meer afzijdig te houden van een grotere groep, maar er zijn er ook die contact met anderen zouden willen en er negatieve gevolgen van ervaren dat het ze door hun verlegenheid niet lukt. Het zou mooi zijn als leraren en trainers daar oog voor hebben.’ Millett beseft dat het lastig kan zijn om te herkennen waarom een kind zich iets meer afzijdig houdt. ‘Maar je kan het diegene gewoon expliciet vragen.’

Strategieën voor spannende sociale situaties

De inzichten uit dit onderzoek, bevestigen voor Millett hoeveel meer er nog te ontdekken is over de langetermijngevolgen van verlegenheid. Ze heeft al concrete plannen voor vervolgonderzoek. ‘Zo hebben we al een experiment gedaan, waarin we jongeren online kleine spelletjes lieten spelen met onbekenden en we volgden hoe ze zich op dat moment gedroegen. En in de toekomst zou ik het ook interessant vinden om jongvolwassenen kort voor, tijdens of vlak na een situatie die ze spannend vinden te volgen. Bijvoorbeeld door ze korte vragenlijsten op hun telefoon te laten invullen over wat goed ging en wat minder. Zulk onderzoek kan onder meer bijdragen aan het ontwikkelen van strategieën die verlegen mensen kunnen inzetten tijdens spannende sociale situaties.’ 

Foto: Kindred Hues Photography via Unsplash

Contactinformatie

Thema
Gedrag, Opvoeding