Waarom schermtijd alleen te weinig zegt over je smartphonegedrag

De afgelopen jaren zijn smartphones bestempeld als de boosdoener achter tal van mentale en fysieke kwalen, van eenzaamheid tot verveling tot verslaving. Maar zulke conclusies zijn onverantwoord, zolang we niet specifieker kijken naar wát mensen op hun smartphone doen. Er zijn grote verschillen in wat jongvolwassenen doen, de motivaties voor deze activiteiten, en de gevoelens die deze activiteiten oproepen, zo blijkt uit een onderzoek van onder andere Nastasia Griffioen van de Radboud Universiteit. Het onderzoek werd onlangs gepubliceerd in Nature’s Humanities and Social Sciences Communications.

Er is niet zoiets als één vorm van smartphonegebruik, zo laat het onderzoek van Griffioen onder andere zien. Voor het onderzoek werden 18-25-jarigen alleen gelaten en in het geheim gemonitord voor een periode van tien minuten. Griffioen: ‘Zo’n 80 procent van de groep pakte vrijwel direct de telefoon erbij, het is echt een soort automatisme voor veel mensen. Maar bijna elke jongere die we monitorden had een compleet ander patroon van smartphonegedrag. Sommigen wisselden in die tien minuten 21 keer tussen verschillende apps, anderen gebruikten slechts een, twee apps; sommigen waren vooral met berichtenapps in de weer, anderen zaten vooral te browsen.’

Stressverlagend

Na afloop van de opnameperiode werd het beeldmateriaal door de onderzoekers besproken met de jongeren, om zo een duidelijk beeld te krijgen van achterliggende motivaties en emoties. ‘We merkten dat jongeren er graag over vertellen, en dat leverde echt unieke inzichten op,’ licht Griffioen toe. ‘Wat we bijvoorbeeld zagen is dat mensen specifieke motivaties hadden als ze gingen browsen of WhatsApp openden. Ze wilden het weer weten, of even een afspraak met vrienden inplannen. Maar de mensen die social media erbij pakten, gaven aan dat dat een soort van automatisme voor ze was, of voortkwam uit verveling. Toch zagen we in gevoelsscores van die verschillende smartphone-activiteiten geen verschil tussen dingen die uit verveling of juist met een specifiek doel voor ogen gedaan werden. Dat suggereert dat iets doen uit verveling of gewoonte wellicht zo slecht nog niet hoeft te zijn; we weten bijvoorbeeld uit ander onderzoek dat gewoontegedragingen stress- en onrustverlagend kunnen zijn voor mensen.’

‘Een ander uniek inzicht is dat er vaak gedacht wordt dat sociale media voornamelijk nadelig zijn door allerlei sociale factoren, zoals het onnodig vergelijken met anderen. Wij vonden echter dat er bij negatieve gevoelsscores voor sociale media-activiteiten bijna nooit sprake was van een sociale factor—het ging dan vaak om voetbaluitslagen of nieuws. Positieve gevoelsscores voor sociale media-activiteiten waren dan weer juist vaak verbonden aan sociale contacten, zoals het lezen van leuk nieuws van iemand in je vriendenkring.’

Schermtijdanalyse zegt weinig

Deze conclusies ogen voor de hand liggend, maar zowel in de praktijk als in veel wetenschappelijke studies worden alle vormen van smartphonegebruik vaak nog over één kam geschoren. Je iPhone waarschuwt je als je opeens 30% meer op je mobiel zit dan een week geleden, en allerlei studies zorgen ervoor dat ouders argwanend zijn als kinderen vaker op hun mobiel zitten. ‘Dat soort schermtijdanalyses zegt eigenlijk zo weinig. Er zit zoveel verschil tussen waarom mensen naar hun telefoon grijpen, wat ze erop doen, en wat het kan losmaken: na grondige analyses weten we nu dat er vrijwel geen direct verband tussen smartphone- of sociale mediagebruik en welzijn, en het is tijd om de discussie breder te trekken.’

Griffioen: ‘In de toekomst willen we tools ontwikkelen waarmee jongeren zelf beter kunnen reflecteren op wat ze op hun smartphone doen, en waarom ze dat doen. Dit onderzoek maakt voor ons duidelijk dat geen enkele jongere hetzelfde is en dat, als je een duidelijk beeld hebt van wat technologie met je doet, je ook meer uit toekomstige interacties kunt halen. Hoewel je het er aan de buitenkant weinig van ziet zijn smartphones voor jongvolwassen een portaal naar een wereld vol mogelijkheden, en het is tijd dat we beter beginnen te begrijpen hoe hun reis door die wereld eruitziet.’

Meer weten? Neem contact op met:

  • Nastasia Griffioen, nastasia.griffioen [at] ru.nlclass="externLink"
  • Persvoorlichting & Wetenschapscommunicatie Radboud Universiteit, 024 361 6000, media [at] ru.nl

Aan deze website wordt nog gewerkt. Meer informatie: 'een nieuwe website'.