Kinderen op school
Kinderen op school

Wat zeggen wetenschappers over onderwijsinnovaties?

De jeugd heeft de toekomst en daarom zul je niet snel iemand vinden die zegt dat onderwijs niet belangrijk is. Maar over hoe kinderen het beste leren verschillen de meningen flink. Daarom delen in deze editie van ‘Wat zeggen wetenschappers over…’ drie wetenschappers inzichten uit hun onderzoek over wat het onderwijs de goede kant op helpt.  

Yvonne van den Berg

‘Pesten is ontzettend hardnekkig, maar als we van elkaar blijven leren, kunnen we belangrijke stappen zetten’

Pestgedrag is ontzettend lastig uit te roeien, zelfs voor leraren die hun uiterste best doen om het aan te pakken. ‘Maar in de praktijk hebben zij er niet altijd voldoende zicht op, want één op de drie leerlingen die gepest wordt, vertelt het aan niemand,’ legt Yvonne van den Berg uit. ‘Met Stoeltjesdans helpen we docenten om beter in de smiezen te krijgen wat zich in de klas afspeelt.’

Nu sociale veiligheid een steeds belangrijkere rol speelt in het maatschappelijke debat, is het begrijpelijk dat er volgens van den Berg ook naar het onderwijs wordt gekeken. ‘Een klas is een samenleving in het klein. Daar leren kinderen voor het eerst om samen te werken en kritisch met elkaar om te gaan op een vriendelijke manier. Je moet leren dat je niet iedereen aardig hoeft te vinden, om toch respectvol met elkaar om te gaan. Als Stoeltjesdans daar ook maar een kleine rol in kan spelen, is dat al winst.’

‘We horen van leerkrachten allerlei strategieën die voor hen goed werken - hoe fijn zou het zijn als we zo’n strategie gelijk kunnen aanbieden bij duizenden leerkrachten, en kunnen evalueren of het verwachte resultaat ook echt bereikt wordt. Ik zie mezelf als het verbindingspoppetje: ik breng onderzoekers en onderwijzers met elkaar in contact zodat ze allebei nieuwe inzichten uit Stoeltjesdans kunnen halen. Pesten is helaas ontzettend hardnekkig, maar als we van elkaar kunnen blijven leren kunnen we belangrijke stappen zetten.’

Yvonne van den Berg is universitair docent ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit.

Gero Lange

‘De enige manier om van spreekangst af te komen is door zo vaak mogelijk te oefenen’ 

Voor veel basisschoolkinderen is het iedere keer weer een reden voor enorme stress en slapeloze nachten: de spreekbeurt. Een nieuwe, gratis app helpt kinderen met spreekangst om deze angst te voorkómen en te overwinnen. Met SpeakAPP!-Kids kunnen ze in een virtual reality omgeving zo veel oefenen als ze willen. 

Spreekangst is een probleem dat meestal vroeg begint en je je hele leven kan achtervolgen. Presentaties vormen immers niet alleen een belangrijk onderdeel van je tijd op school, maar vaak ook van je werk. ‘De enige manier om ervan af te komen, is door zo vaak mogelijk te oefenen,’ legt Wolf-Gero Lange uit. Hij is universitair docent Klinische psychologie bij het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit en een van de onderzoekers betrokken bij SpeakAPP!-Kids. ‘Maar dat is in de praktijk lastig. Je kunt een kind niet elke week voor de klas zetten, en thuis oefenen met knuffels of familieleden is toch niet helemaal hetzelfde. Bovendien zijn opa en oma het oefenen na de vijfde keer vaak ook wel een beetje beu.’

Lange: ‘Door de VR technologie lijkt het alsof ze echt voor de klas staan. Ze kunnen ook om zich heen kijken. We hebben video's van verschillende basisschoolklassen, zodat kinderen van iedere leeftijd kunnen oefenen met de klas die bij hun leeftijd past. Kinderen uit groep 2 en 3 zien een kringopstelling, kinderen uit de bovenbouw zien kinderen die aan tafels zitten. Ook een juf is aanwezig. Voor kinderen die rustig willen opbouwen, zijn er ook video's van lege klaslokalen. De opnames zijn allemaal gemaakt op een echte basisschool, zodat de oefensituatie zo herkenbaar mogelijk is.’ Uit onderzoek blijkt dat de app effectief is in zowel het voorkomen als terugbrengen van spreekangst.

Gero Lange is universitair docent klinische psychologie aan de Radboud Universiteit.

Henny van der Meijden

‘Merkwaardig dat je op school wel leert schrijven, maar niet leert typen’

'Het is merkwaardig', stelt onderwijswetenschapper Henny van der Meijden, 'dat je op de basisschool wél leert schrijven, maar niet leert typen.' En dat terwijl je op school tegenwoordig vaker het toetsenbord gebruikt dan de pen of het potlood, ook voor toetsen. Zij pleit voor het implementeren van blind typen op school.

Uit onderzoek blijkt dat basisschoolkinderen die blind met tien vingers kunnen typen betere scores halen op taal- en rekenopdrachten. ‘Op de basisschool leer je wél leesbaar te schrijven, maar het aanleren van typ- en andere toetsenbordvaardigheden ontbreekt in het curriculum, terwijl je op school veel vaker het toetsenbord gebruikt dan de pen of potlood.’ Denk bijvoorbeeld aan het raadplegen van websites, het maken van een werkstuk of PowerPointpresentatie.

‘Toen ik een specialist raadpleegde in het ziekenhuis viel mij op dat hij aan het typen was tijdens het consult en mij tóch aan kon kijken. Toen ik daar een opmerking over maakte zei hij: “Ja, een typcursus hè, dat is de beste investering die mijn ouders ooit in mij gedaan hebben”.’

Henny van der Meijden was jarenlang onderwijswetenschapper aan de Radboud Universiteit. Inmiddels is ze met pensioen.