Foto van een baby
Foto van een baby

Worden leergierige baby’s slimme peuters?

Baby’s ontwikkelen zich razendsnel. Ze worden geboren als kwetsbare, hulpeloze wezentjes maar veranderen binnen slechts een paar jaar in beweeglijke en sociale kwebbelkonten met een eigen wil. Hoe leren ze zóveel in zo’n korte tijd?

Dat baby’s nieuwsgierig zijn, staat volgens Eline de Boer, promovendus aan de Radboud Universiteit, vast. Collega-onderzoekers Francesco Poli en Sabine Hunnius ontdekten in 2020 al dat baby’s hun aandacht richten op informatie waar ze van kunnen leren en afgeleid raken wanneer er niks meer te leren valt. Ook bleek dat baby’s verschillen in hoe leergierig ze zijn. 

Foto van Eline de Boer

Kettingreactie

Om te onderzoeken wat dit betekent op de lange termijn, nodigde De Boer precies dezelfde baby’s bijna drie jaar later opnieuw uit bij het Baby & Child Research Center. Dit keer voor een intelligentietest. De Boer: ‘Baby’s die met acht maanden bijzonder leergierig waren, scoorden op kleuterleeftijd hoger op de intelligentietest dan hun minder leergierige leeftijdgenootjes.’ Vooral op het gebied van taal en kennis scoorden deze kinderen hoog. De onderzoekers denken dat hier sprake is van een soort kettingreactie: een baby die veel interesse toont in zijn omgeving, lokt mogelijk meer verbale reacties uit van zijn omgeving.  Zo leert het kind meer woorden en feitjes. ‘Een kind creëert zo zélf meer kansen om te leren’, aldus De Boer.

Wel een voordeel, maar geen nadeel

Tegelijkertijd is het omgekeerde niet het geval: baby’s die minder leergierig waren, scoorden op kleuterleeftijd niet per definitie lager op de intelligentietest. Leergierigheid lijkt dus als een “boost” te werken: Vooral kinderen die als baby extra leergierig zijn, laten later betere cognitieve prestaties zien.

Oogbewegingen meten

Maar hoe meet je dat nou: de leergierigheid van baby’s? Daar hadden de onderzoekers een nieuwe methode voor ontwikkeld. Zij toonden baby’s vormpjes die in een bepaald patroon over een computerscherm heen bewogen. De locatie van de ene vorm was makkelijker te voorspellen dan de locatie van een andere vorm. Een camera, de zogenaamde eye-tracker, filmde de oogbewegingen van de baby’s. De onderzoekers konden aan deze oogbewegingen zien dat baby’s langer keken als ze nog iets konden leren over de bewegingspatronen van de vormpjes. Met andere woorden, de aandacht van baby’s werd niet alleen getrokken door de nieuwigheid en complexiteit van de prikkels, maar vooral door de hoeveelheid informatie die de prikkels verschaften. 

’Baby’s zijn ongelooflijk leergierig’, concludeert De Boer. ’En waarschijnlijk werkt deze leergierigheid als een boost voor de cognitieve ontwikkeling op de lange termijn.’ 

Contactinformatie

Thema
Hersenen