Kerk
Kerk

Worden Nederlandse jongeren daadwerkelijk weer geloviger?

Hoe staat het met het christelijk geloof en de kerken in Nederland? Dat peilen onderzoekers sinds 1966 iedere tien jaar. En waar het aantal gelovigen bij iedere meting verder daalde, lijkt het meest recente onderzoek te wijzen op een lichte opleving.

Het waren opvallende koppen in artikelen van onder meer NRC, Trouw en het Algemeen Dagblad: na generaties van dalende percentages gelovigen, is er voor het eerst sinds het onderzoek God in Nederland een toename in het aantal christelijke jongeren. En inderdaad, er zit een knikje omhoog in de dalende trendlijn. Is er inderdaad een toename van gelovige jongeren?  Daarover later meer. 

Eerst noemt Radboud-religiewetenschapper Paul Vermeer, samen met collega Joris Kregting betrokken bij het onderzoek, een andere bijzonderheid in het rapport. ‘We zien dat kerkleden nog altijd een belangrijke bron van sociaal kapitaal zijn. Zo verrichten deze mensen bovengemiddeld vaak vrijwilligerswerk (ook bij niet-religieuze verenigingen) en geven ze vaker geld aan goede doelen.’

Wat ook opvalt is de groeiende waardering van niet-kerkelijke Nederlanders voor verschillende aspecten van het christendom. Zo vinden ze het bijvoorbeeld belangrijk dat er kerken zijn en hechten ze waarde aan de christelijke feestdagen. ‘Ondanks dat ze zelf niet kerkelijk of gelovig zijn, zien steeds meer Nederlanders dit als betekenisvolle symbolen van de samenleving, als deel van hun Nederlandse identiteit.’

(Nog) géén opleving

Dan terug naar de gelovige jongeren. Waar het percentage kerkleden in eerdere onderzoeken steevast daalde, is in deze editie voor het eerst een stijging in het aantal gelovige jongeren zichtbaar. Toch is Vermeer terughoudend om juist hierop in te zoomen. 

‘Media zijn natuurlijk gretig om dit aspect uit te lichten en daardoor kan het lijken op een religieuze opleving , maar die is nog niet aan de orde. De stijging is klein en kan bovendien het gevolg zijn van het zogenaamde selectie-effect, waarbij juist jongeren met interesse in het geloof eerder geneigd zijn de vragenlijst in te vullen.’ Uiteraard volgt Vermeer de ontwikkeling met interesse. ‘Dat is een mooi onderwerp voor aanvullend onderzoek.’ 

Niet allemaal anti-homo

Interessant zijn ook de opvattingen van kerkleden over onderwerpen als abortus, homoseksualiteit en echtscheiding, die in het onderzoek bevraagd werden. Waar een toenemend aandeel van de ondervraagde katholieken en protestanten hiermee geen problemen heeft, is er ook een groep orthodoxe protestanten die dit afwijst. ‘Dit komt niet zozeer doordat deze groep christenen orthodoxer wordt, maar juist door liberalisering van andere groepen christenen. Daardoor springen die orthodoxe opvattingen meer in het oog.’

Vermeer benadrukt het belang van extra onderzoek naar de opvattingen van orthodoxe protestanten. ‘Deze groep bestaat uit allerlei kleinere stromingen zoals bevindelijk gereformeerden, evangelische christenen en bezoekers van  pinkstergemeenten. Nu kunnen we concluderen dat die groep als geheel gemiddeld genomen orthodoxer opvattingen heeft, maar dat wil niet zeggen dat alle orthodoxe gelovigen anti-homo zijn.’

Straks nog God in Nederland?

Vooruitblikkend op de komende editie van God in Nederland, ziet Vermeer een grote uitdaging. ‘Toen dit onderzoek in 1966 begon, was het christendom veruit de grootste religie. Inmiddels kent Nederland een grote religieuze diversiteit en moeten we bekijken hoe we ook andere religies in het onderzoek kunnen opnemen.’ Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De vragenlijst is destijds specifiek ingericht met vragen over het christendom. ‘Met de tijd pasten onderzoekers soms een en ander aan, maar om langlopende trends in kaart te brengen is continuïteit in de vragen belangrijk. Tegelijkertijd kunnen tegenwoordig veel mensen niet meer uit de voeten met verschillende vragen over het christendom.’

Daar komt bij dat het steeds moeilijker is om het onderzoek gefinancierd te krijgen. ‘Voor religieonderzoek in het algemeen is minder geld en het is maar de vraag of er over tien jaar geldschieters klaarstaan.’ Zelf is Vermeer dan al met pensioen, maar hij hoopt dat zijn opvolgers de uitdagingen aangaan. God in Nederland is nog altijd de grootste peiling van religie in Nederland. Als je ziet hoeveel ook deze editie weer losmaakt in de media en hoeveel wetenschappers er in hun studies naar verwijzen, is het zonde als dit onderzoek zou verdwijnen.’

Op de hoogte blijven van ons onderzoeksnieuws? 

Volg ons op Instagram: @radboud.onderzoek

Foto: Wouter Vrijs via Unsplash

Contactinformatie

Thema
Religie, Samenleving