Bosbrand
Bosbrand

Zo blijven we in Nederland bosbranden de baas

Dat iedere zomer grote natuurbranden plaatsvinden in West-Europa mag helaas geen incident meer heten. En grote, moeilijk beheersbare branden zien we ook steeds vaker in Nederland en België. Hoe ontstaan dit soort branden, waarom zijn ze zo lastig te doven en welke mogelijkheden zijn er om natuurbranden te voorkomen? ‘We hebben decennialang ons best gedaan om al het water zo snel mogelijk in zee te krijgen.’

Meer dan een week: zo lang kostte het brandweermensen deze zomer om een bosbrand in Venray onder controle te krijgen. Ze konden niet voorkomen dat honderd hectare grond werd verwoest, waarvan 20 tot 30 hectare van Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen. Ook konden meerdere treinen niet rijden vanwege de brand. De veiligheidsregio’s waarschuwden dat ze meerdere van dit soort branden tegelijkertijd niet aankunnen en dat het risico op bosbranden gigantisch is toegenomen.

Vaak zijn mensen, expres of per ongeluk, betrokken bij het ontstaan van bosbranden. ‘Bijvoorbeeld doordat ze een sigarettenpeuk weggooien of een barbecue niet goed uitmaken’, somt ecoloog Bjorn Robroek op. Maar een ongeluk zit in nog veel kleinere hoekjes. ‘Een glazen fles kan al voor brand zorgen wanneer de zon er op de juiste (of juist precies de verkeerde) manier op valt. Vergelijk het met hoe kinderen vroeger een vergrootglas gebruikten om fik te stoken. Maar het kan ook misgaan als een warme auto na een lange rit in het gras wordt geparkeerd en via de bodemplaat brand ontstaat.’

Bjorn Robroek

Zombievuur

Toch zijn lang niet alle natuurbranden het gevolg van menselijk handelen. Blikseminslag is ook een veelvoorkomende oorzaak. In landen als Canada en Siberië ontstaan hierdoor bosbranden met de omvang van de provincie Utrecht. ‘Mijn collega Sander Veraverbeke van de VU publiceerde laatst over zogenaamde zombievuren die daar in veenbossen kunnen voorkomen. Een vuur kan soms de hele winter blijven doorsmeulen aan de binnenkant van een omgevallen boom, zelfs als die bedekt is met sneeuw. Wanneer de sneeuw smelt en de temperatuur stijgt, laait het vuur weer op.’

Daarmee noemt Robroek meteen een belangrijke factor voor het ontstaan én de ontwikkeling van bosbranden: droogte. ‘Daarnaast moet er brandbaar materiaal aanwezig zijn. Droog gras brandt goed, maar gaat ook snel weer uit. In combinatie met hout en veen krijg je wél een mooi pakket aan brandbare biomassa. De derde cruciale factor is wind. Zoals je een vuurtje of bbq aanwakkert door te wapperen, wakkert wind een bosbrand steeds weer aan, waardoor die zich van boomtop tot boomtop kan verspreiden en het lastig is om de brand onder controle te krijgen.’

Dat natuurbranden schade veroorzaken is evident. Hoe groot die schade is, verschilt echter enorm. ‘Het verlies voor plantgemeenschappen is aanzienlijk, maar er zijn ook bomen, zoals cipressen, die zich goed tegen een oppervlakkige brand kunnen beschermen en er zelfs baat bij hebben om te herstellen dankzij een bosbrand. Tijdens een bosbrand komen veel nutriënten vrij en het helpt ecosystemen om divers te blijven.’

Desastreuze gevolgen natuurbranden

Toch zijn de gevolgen van een bosbrand, zeker als die lang aanhoudt, desastreus. Het kan decennia duren voordat de bomen weer zijn teruggegroeid. Nog erger zijn de gevolgen bij een veenbrand. ‘Veen groeit gemiddeld met één millimeter per jaar en een brand kan zo dertig centimeter verwoesten, dan zou het 300 jaar duren voordat het veen weer volledig hersteld is. Brand kan er bovendien toe leiden dat een veengebied hydrofoob wordt. Dat betekent dat het veen water afstoot. Wanneer veengebieden droogvallen, gaat dat gepaard met een enorme extra uitstoot van broeikasgassen en die uitstoot wordt er natuurlijk niet minder op wanneer een veengebied vatbaar wordt voor brand.’

Robroek benadrukt dat natuurbranden altijd zullen plaatsvinden, maar dat er aan de hoeveelheid en de hevigheid genoeg valt te doen. ‘In Nederland hebben we de afgelopen decennia geprobeerd om het water zo snel mogelijk richting zee te krijgen, maar we zouden er beter aan doen om water langer in ons landschap vast te houden, onder meer door rivieren hun natuurlijke beddingen op te laten zoeken, natte ecosystemen aan te leggen en hoog- en laagveen te herstellen.’

Goede boterham

Die aanpassingen verhogen niet alleen de brandveiligheid, ze bieden ook kansen voor een ander type landbouw én hebben economische meerwaarde. ‘Via zogenoemde paludicultuur, ofwel natte landbouw, maak je gebruik van het feit dat sommige planten van nattigheid houden. Zo kun je er lisdodden en riet laten groeien, wat beide goed werkt als isolatiemateriaal in de bouwsector. Of veenmos dat als basis voor potgrond dient. Dat kan de landbouwsector een goede boterham opleveren.’ Bovendien dragen deze natte gebieden bij aan natuurherstel en een lagere uitstoot van broeikasgassen.

Maar om dat te realiseren is er politieke wil nodig. Zo is veel veengebied de laatste jaren juist omgevormd tot grond waar koeien grazen. Toch is Robroek positief. ‘We hebben het momentum mee. Nederland bungelt qua waterkwaliteit in Europa onderaan. Meer aandacht voor natte gebieden kan die kwaliteit helpen verbeteren. Daarbij: zonder aandacht voor natuurgebieden zijn de huidige vormen van landbouw ook niet houdbaar. Dat kwartje zal de komende tijd wel vallen. Bovendien: als we ons landschap natter inrichten, zullen we ondanks drogere zomers minder dreiging van branden hebben.’

Photo by Fachy Marín on Unsplash