Een congres vorige maand was de finale van het project, en voor Van de Sande is het uitwerken van het communalisme juist nu uiterst relevant. Alleen al over de Commune van Parijs zijn bibliotheken volgeschreven, met tal van relevante praktijken, ideeën en instituties die nog verrassend actueel zijn. Hij wijst op burgerinitiatieven op lokaal niveau die nu weer in zwang zijn, op sociale organisatievormen, en op grassroots-bewegingen als Occupy Wall Street of de Zapatistas die in het zuiden van Mexico strijden voor onafhankelijkheid.
Denken over oorlog
De hedendaagse relevantie van de Commune manifesteert zich volgens Van de Sande ook in de huidige oorlogstijd. ‘Oorlogen zijn veelal conflicten die samenhangen met de vorming van natiestaten’, legt Van de Sande uit. En juist het idee van de natiestaat wordt volgens hem door het communalisme geproblematiseerd. ‘Het communalisme gaat ervan uit dat een politieke orde vooral van onderaf vorm moet krijgen, vanuit de eigen gemeenschap en leef- of werkomgeving. Veel van de politieke besluitvorming vindt daarin vooral decentraal plaats.’
Bij het congres werd een voorbeeld van zo’n decentrale organisatievorm belicht, aan de hand van onderzoek naar de Koerdische beweging Rojava. Die is genoemd naar een streek in Noord-Syrië waar de lokale bevolking sinds het uitbreken van de burgeroorlog een confederatie van lokale gemeenschappen heeft gevormd, als alternatief op de huidige beklemmende dominantie van de omliggende natiestaten, zoals Syrië en vooral Turkije.