De maskers waren (en zijn) gebaseerd op personages uit de Commedia dell’arte, het populaire laatmiddeleeuwse improvisatietheater. Denk aan archetypische personages zoals de vrek, de harlekijn of de schelm. Ook de maskers met lange neus die pestdokters ter bescherming droegen kwamen vaak voor. Maar het bekendste is het Bauta-masker, waarbij mensen de mond nog vrij hebben om te kunnen eten en drinken.
Zowel in Venetië als in de rest van Europa waren de kerk en de staatshoofden de losbandigheid en verstoring van de openbare orde meer dan zat. Daarom werd het feest vanaf de achttiende eeuw aan banden gelegd. Lange tijd vierden Venetianen het carnaval alleen binnenskamers met vrienden en familie. Pas in de jaren 1970 werd het carnaval in Venetië geherintroduceerd.
Het mysterieuze en elegante Venetiaanse carnaval dat we vandaag de dag kennen is daarmee eigenlijk een invented tradition: een relatief recente gewoonte die wordt voorgesteld als iets oud en traditioneels. De maskers waren er al, maar de dure kostuums zijn nieuw. Bovendien is het idee van sociale inversie, de tijdelijke opheffing van verschillen tussen mensen, in het recente carnaval compleet verdwenen.
Het is commerciëler geworden, meer gericht op toeristen. Die worden bijvoorbeeld massaal naar het San Marcoplein gelokt, met evenementen zoals Volo dell’ Angelo (de Vlucht van de Engel), waar vanaf de klokkentoren van de San Marcobasiliek iemand aan een touw naar het plein zweeft.
Spectaculair ja, maar toch heel wat anders dan de laatmiddeleeuwse gewoonte om tijdens carnaval, à la Pamplona, een aantal stieren op te jagen in de stad. Dit gebeurde onder meer door hongerige honden achter ze aan te sturen. De gewonde stieren werden uiteindelijk onthoofd. Je begrijpt dat zo’n bloederig tafereel niet helemaal valt te rijmen met het hedendaagse carnaval vol pracht en praal.’
- Dries Lyna, universitair docent sociale geschiedenis van de Nieuwe Tijd