Speuren naar potentiële virusremmers
‘Die multidisciplinaire samenwerking is heel nuttig’, zegt Porzberg. ‘Samen met chemici in Duitsland, werkzaam bij Heidelberg University, werken wij aan het identificeren van stoffen die kunnen voorkomen dat suikerschilden zich kunnen vormen op de virale eiwitten die ervoor zorgen dat een virus zich verspreidt. Zo’n suikerschild zorgt ervoor dat ons immuunsysteem het virale eiwit niet herkent, waardoor het niet tegen het virus in actie kan komen.’
Wanneer de onderzoekers in Nijmegen en Heidelberg stoffen vinden met een hoge potentie, sturen ze die op naar speciale labs waar de afweerstoffen getest kunnen worden op het virus. ‘Omdat we te maken hebben met virussen waartegen nog geen medicijn bestaat, moet dat in laboratoria met het hoogste veiligheidsniveau gebeuren, in zogenaamde BSL-4 labs. Daar testen ze welke stoffen inderdaad potentie hebben en welke niet werken.’
Eén remmer voor meerdere virussen?
Tot nu toe richten de onderzoekers zich vooral op stoffen die tegen het Lassavirus kunnen werken, maar dat wil niet zeggen dat ze de andere virussen links laten liggen. ‘De conventionele methode is om per virus een virusremmer te vinden, maar tijdens dit project hopen we eigenlijk stoffen te vinden die werken tegen meerdere virussen.’
Hoewel de wetenschappers pas één jaar bezig zijn met het vijf jaar durende onderzoek, is Porzberg voorzichtig positief over de eerste resultaten. ‘We hebben al potente stoffen geïdentificeerd tegen Lassa.’ Ze benadrukt meteen dat de weg naar een bruikbaar medicijn nog lang is. ‘Eerst vinden de experimenten in de BSL-4-labs plaats. Afhankelijk van die resultaten moeten wij mogelijk weer aan het werk om de antivirale potentie van bepaalde stoffen te vergroten. Een volgende stap is dierstudies en ook na een succesvolle dierstudie zijn we er nog niet. In de meeste gevallen moet er dan nogmaals gesleuteld worden aan de eigenschappen van het medicijn. Mogelijk komen we in dit project al wel tot de eerste dierstudies.’
Virussen bedreigen iedereen
Op de stappen die daarna volgen hebben de onderzoekers minder invloed. Er moet geld voor opgehoest worden om over een aantal jaar klinische studies te doen en dat kan alleen als investeerders of farmabedrijven de noodzaak van een medicijn inzien. ‘Bij een medicijn als dengue zal dat misschien sneller het geval zijn doordat zoveel mensen reizen naar gebieden waar ze met dengue besmet kunnen worden.’ Andere ziektes lijken nu misschien nog ver weg, maar dat betekent niet dat we ons daar niks van aan moeten trekken, stelt Porzberg. ‘Virussen als Lassa of het dodelijke Nipahvirus, waarvan begin dit jaar een uitbraak in India werd gemeld, zorgen nu al voor veel ellende. En als corona ons íets geleerd heeft, is het dat zulke virussen vroeg of laat iedereen kunnen bedreigen. Daar mogen we ons best wat bewuster van zijn.’
Foto: National Institute of Allergy and Infectious Diseases via Unsplash