Grip op de oliehandel
Verder zijn de economische ontwikkelingen interessant. ‘Het was niet de eerste keer dat de Verenigde Staten drugscriminaliteit als reden voor een inval gebruikten, maar het is duidelijk dat het Trump om de olie te doen was’, stelt Adriaensen. De handel in olie is inmiddels onder controle van de Verenigde Staten. ‘Eind vorig jaar onderschepten de Verenigde Staten al meerdere olietankers, waaronder één die onder Panamese vlag voer. En inmiddels hebben de Verenigde Staten afgedwongen dat Venezolaanse olie enkel aan Amerikaanse raffinaderijen verkocht mag worden.’ De opbrengsten daarvan ontvangt Venezuela op een speciale rekening.
Via Amerikaanse opslagbedrijven proberen de Verenigde Staten nog meer grip op de lokale olie te krijgen. Venezuela heeft onvoldoende opslagplaatsen om olie op te slaan. Er zijn meerdere bedrijven die in dat gat willen springen, maar in het socialistische Venezuela was de oliesector decennialang in handen van de staat. Buitenlandse bedrijven waren niet welkom. ‘Eind januari heeft Rodríguez de deur voor Amerikaanse bedrijven open gezet door een wet te ondertekenen die de oliesector openstelt voor privatisering.’
Foltergevangenis pal in het zicht
Adriaensen ziet naast politieke en economische veranderingen vooral de humanitaire ontwikkelingen sinds de arrestatie van Maduro. ‘Jarenlang werden dissidenten, mensen die zich verzetten tegen het regime, zonder pardon van de straat geplukt en onrechtmatig vastgehouden.’ Dit gebeurde onder meer in El Helicoide, een gigantische gevangenis midden in het centrum van Caracas, waarvan ruimschoots is bewezen dat er martelingen plaatsvinden. ‘Dat deze foltergevangenis zo pal in ieders zicht staat, tekent de totale normalisatie en intimidatie van de macht, zoals die tot voor kort gold.’
Inmiddels heeft Rodríguez de sluiting van de gevangenis aangekondigd, zijn er al honderden dissidenten vrijgelaten en is er een amnestiewet getekend die de vrijlating van nog meer politieke gevangen mogelijk maakt. Toch moet Adriaensen de positiviteit iets temperen. ‘Er is sprake van een ambigue vrijheid: velen zitten niet meer in de gevangenis, maar wél in huisarrest, terwijl anderen slechts onder strenge voorwaarden – ze mogen bijvoorbeeld niet praten met de pers – zijn vrijgelaten.’